Mensbeschouwing

 

Inhoud

I. Mijn mensbeschouwing. 2

De invloed van Hans Meijer 2

II. De Moderniteit, vanaf de Verlichting tot heden. 3

1. De Verlichting, Rationalisme en Romantiek. 3

2. De jaren 1950 en daarna. 3

III. Intermezzo. De hermeneutische methode. 4

IV. Mens durf te weten! 4

De Amsterdamse School 5

V. De innerlijke wereld, mystiek. 5

VI. Collectief onbewuste, Archetypen en Christendom.. 6

VII. Theologische verkenningen. 7

1. Wie was Jezus?. 7

2. Drie-eenheid en menselijk bewustzijn. 8

3. Het hiernamaals. 8

4. Het Kruis als verzoening. 10

VIII. Post-theïsme. 10

IX. De zin van het leven. 11

X. Mijn mystieke wereld. 12

Kunst 12

Religie. 12

Filosofie. 12

XI. Conclusies. 12

Waaruit bestaat mijn mensbeschouwing?. 13

Godsbeeld,  het ZELF en de samenleving. 13

Tot slot 14

Literatuur 14

 


 

I. Mijn mensbeschouwing

 

 

·       ‘Elk mens die leeft waardeert. Een leefwereld is een waardenwereld. Want leven is liefhebben en haten en achteloos voorbijgaan. Leven is voorkeur en afkeer, onverschilligheid en intens met iets bezig zijn. Leven is dingen moeten doen, die je niet graag doet en dingen niet kunnen doen, die je dolgraag zou willen doen. Elke mens heeft zo zijn eigen wereldje’.

·       ‘Waarderen is zingeven. Elk mens is een zingever. Iedereen brengt zingeving dagelijks in de praktijk’.

·       ‘Elk mens is een eigen zijn, met een eigen aard. Dit eigen zìjn is geen vast omlijnd, massief blok. Het is eerder een kunnen-zijn, een taak die volbracht moet worden. Elk mens heeft een onbekend aantal mogelijkheden die naar verwerkelijking dringen’.

·       ‘Een mens leeft geschiedenis. Hij moet zichzelf voltrekken. Van elk mens is een biografie te schrijven. Het ‘ik’ is een levensgeschiedenis, die zich in verschillende fasen voltrekt.’

Th. v.d. Vossenberg

 

Bovenstaande tekst geeft precies aan waar het in dit weblog over gaat. Mijn vragen hierbij zijn:

- Welke waarden tref ik aan in mijn leefwereld? Kies ik ze zelf?

- Ben ik me ervan bewust dat ik een zingever ben, dat ik betekenis geef aan alles wat ik waarneem?

- In hoeverre heb ik invloed op mijn eigen levensloop?

 

Bernard Sietses,  mei 2021

 


Inleiding

Als eerste stel ik de vraag waarom mensen meer en meer de kerk verlaten. Zelf was ik een van hen.
Wat is de situatie waarin we terecht zijn gekomen?

Het is duidelijk dat de kerk als drager van het christelijk geloof het moeilijk heeft. Steeds meer mensen kiezen een eigen weg waar het gaat om voeding voor hun geestelijk leven. De christelijke verkondiging heeft hun blijkbaar niet veel meer te zeggen. Er wordt geen waarde meer gehecht aan de christelijke boodschap.

In de tijd die achter ons ligt was dat anders. Gelovigen hadden zélf de ervaring schuldig te zijn tegenover God. Ze zagen de menselijke schuld als het grootste kwaad. Welke uitweg zagen ze? Ze waren gericht op Christus die door zijn verzoening en kruisdood verlossing gaf.
In onze tijd ervaren mensen zich niet meer als zondig. Met als gevolg dat de Christelijke kerk steeds meer vaarwel wordt gezegd.

 

De invloed van Hans Meijer

Blijkbaar ben ik meegegaan met de tijdgeest, zeker waar het religie betreft. Dogmatiek werd voor mij teveel een keurslijf, een kerkleer gebaseerd op achterhaalde opvattingen en veel te weinig gericht op nieuwe inzichten.

Van theologisch geschoolde vrienden en collega’s hoorde ik dat die nieuwe inzichten weliswaar volop bestonden maar dat je daar binnen de kerkelijke verkondiging niet mee aan moest komen. Het zou teveel onrust veroorzaken.

 

Het was ds. Hans Meijer die tijdens kerkelijke bijeenkomsten zijn toehoorders welzeker nieuwe geluiden liet horen, met eigentijdse interpretatie van Bijbelteksten.

 

Samen met mijn vrouw ben ik verschillende keren een ‘leerhuis’ bij hem gaan volgen. Hij gaf daar informatie met een inhoud die mij helemaal deed opleven. De informatie sloot niet alleen aan bij wat ik jaren geleden al had gehoord en gelezen maar vooral ook bij mijn eigen religieuze ervaringen die gedomineerd worden door filosofie en mystiek.

Het inzicht brak door dat Bijbelverhalen mij veel te lang alleen maar hebben laten kennismaken met een oppervlakkige buitenkant. Een aanleiding voor mij om studie te gaan maken van datgene wat schrijvers hebben bedoeld. Wat zijn de onderliggende betekenissen? Het blijkt dat deze veelal zijn te vinden in mythes, symbolen en beeldtaal.

 

Vanaf 2018 ben ik me gaan verdiepen in de meer recente theologie met daaraan gekoppeld onderwerpen uit de filosofie, psychologie en andere bronnen. Te vinden in de literatuurlijst.

 

 

Hoe kunnen we de hedendaagse mens beter begrijpen? Door kennis te nemen van datgene wat in de afgelopen eeuwen is gebeurd. Daarvoor begin ik in de Renaissance, de periode waarin de geschiedenis van de West-Europese cultuur begint. Wat zijn hiervan de belangrijkste kenmerken?

Men nam als nieuw uitgangspunt de realiteit van een wereld zoals deze zich voordoet, waarneembaar. Voor verklaringen wilde men niet meer zoeken in ‘een hogere werkelijkheid’.

De mens kwam als subject centraal te staan, een ieder kreeg de ruimte om op zijn eigen manier te geloven in het heilige en het essentiële.

De periode van de Moderniteit deed zijn intrede!


II. De Moderniteit, vanaf de Verlichting tot heden

 

1. De Verlichting, Rationalisme en Romantiek

 

Tot de Reformatie in de 16e eeuw heeft de kerk het vol gehouden: de waarheid werd in een geloofsleer verpakt en als objectief aan de ‘gelovigen’ doorgegeven. Andersdenkenden werden gestraft.
Het probleem bleef echter dat ieder mens op een eigen subjectieve manier waarneemt en denkt. Het bleek onmogelijk om iedereen op dezelfde wijze te laten ‘geloven’.
Zie ook 12, hfd 3

 

De Verlichting was een reactie op het dogmatische autoriteitsgeloof. Deze bestaat uit twee hoofdstromingen, het Rationalisme en de Romantiek.


Het Rationalisme, 17e eeuw

In de Middeleeuwen werd de mens gezien als onderdeel van een sociale groep waarin hij was opgegroeid. De Christelijke Religie werd voorgeschreven door specialisten, geestelijken die op de hoogte waren van de kerkelijke leer. Zij bepaalden het gedrag van de gelovigen. De filosoof Descartes bracht hier verandering in. Niet de religie was voor hem allesbepalend. In plaats daarvan gaf hij het menselijke verstand de prioriteit. Zijn gedachtegoed werd bekend onder de naam rationalisme, een stroming die een belangrijk kenmerk zou worden voor het denken tijdens de Verlichting.

Nieuwe vragen werden gesteld zoals waarvoor zouden we God nog nodig hebben als ons eigen verstand toch ook antwoord kan geven op onze zingevingsvragen? En, wat moeten we met een kerk die ons wil overtuigen van haar eigen gelijk, van datgene waarvan zij zeggen dat het de absolute waarheid is?


De Romantiek, 18e eeuw

Als reactie op en parallel aan het rationalisme ontwikkelde zich de Romantiek, waarbij men zich richtte op grote gevoelens en hartstochten.  Een bekend vertegenwoordiger van deze stroming was de filosoof Jean Jacques Rousseau, 1712-1778. Hij ging ervan uit dat de mens bij de schepping goed was en pas later door de zonde werd bedorven. Rousseau was van mening dat de oorspronkelijke toestand weer zou moeten worden hersteld en hij zag daarvoor een mogelijkheid. De mens, vond hij, is namelijk niet helemáál bedorven. In hem leeft nog altijd een 'goddelijk instinct', een ‘hemelse stem’ die hem tot het goede aanspoort. Dit is zijn geweten, zijn intuïtie, zijn gevoel. Bovendien bezit elk mens de vrijheid om naar deze stem te luisteren. Rousseau zag hierin het meest wezenlijke van een mens, zijn ware natuur. De boodschap die Rousseau had was dat de mens in bestemming en naar zijn existentie is aangelegd op het goede. 55 pg 91

 

Bestaat de visie van Rousseau nog steeds, ook in deze tijd? Ja, zeker! Het is Rutger Bregman die met zijn boek ‘de meeste mensen deugen’, 2019, zich presenteert als hedendaags vertegenwoordiger van de Romantiek. Hij beschrijft boeiend en goed gedocumenteerd hoe de meeste mensen welzeker deugen. Verreweg de meeste mensen zijn goed, eerlijk en sociaal. 54

 

Eind jaren 1950 krijgt de Moderniteit een wending. Het postmodernisme doet zijn intrede.

 

2. De jaren 1950 en daarna

Het postmodernisme

Het postmodernisme is een cultuurstroming die ontstond aan het eind van de jaren 1950. Kenmerkend ervan is de radicale twijfel aan waarheid zoals die wordt opgeëist door systemen die hun eigen wetgeving vaststellen. Het gaat daarbij om de ‘grote verhalen’ die waarheid claimen, zoals gebeurt in de politiek en in de theologie.

 

Eigen ervaringen in de jaren 1960/1970

In het gereformeerde milieu waarin ik opgroeide stonden de waarden en normen vast, ze waren een richtlijn voor mijn opvoeding. Ze domineerden zowel thuis als op school, in ‘onze’ politieke partij als in ‘onze’ krant. Ik herken mezelf helemaal in de boeken van Agnes Amelink, 52 en van Wim Wijnands, 53.
De gereformeerde identiteit werd op mij als kind en jeugdige overgedragen. Mijn adolescentie en de jaren die daarop volgden vielen volop in de tijd van het postmodernisme.

In de vele gesprekken die ik had met familie en vrienden was ‘wereldbeschouwing’ nogal eens het onderwerp. Ik voelde me thuis in de gesprekken waar gereformeerde waarden onder de loep werden genomen. Niet alles voor zoete koek aannemen, maar vragen naar achtergronden. Om die reden vond ik de publicaties van de theoloog Harry Kuitert (1924-2017) bijzonder interessant. Hij bracht onder woorden wat ik - vaak latent- van belang vond.

Overigens drong het kritische gedachtegoed uit de Verlichting pas jaren later door. In dat proces was Harry Kuitert één van de theologen met een baanbrekende rol!

Ook de psycholoog Abraham Maslow maakte op mij veel indruk. Hij richtte zich op een optimale ontwikkeling van het méns-zijn. Worden wie jìj bent. Opklimmen naar zelfverwerkelijking en zelfs naar zelfoverstijging. 23

 

Vijftig jaar later

Het postmodernisme heeft geleid tot persoonlijke emancipatie, het mogen zijn wie je bent. Een positieve ontwikkeling, zeer zeker. De keerzijde is echter dat de nieuwe ontwikkelingen gepaard zijn gegaan met een op hol geslagen individualisme en weinig of geen interesse voor de medemens. Met als gevolg sociale vereenzaming.

Daarnaast heeft het geleid tot oppervlakkigheid, een toenemend materialisme en overdreven gerichtheid op eigenbelang.

III. Intermezzo. De hermeneutische methode.

Bestaat er een wetenschappelijke manier om mensen te bestuderen? Deze zelfbewuste, eigenwijze en aanhankelijke wezens?

Ja, dé methode die hiervoor in aanmerking komt is de hermeneutiek. Deze geeft dé manier om studie te maken van de mens als zingevend wezen.

Het is de mens die op subjectieve wijze betekenis geeft aan datgene wat hij waarneemt. Mensen zijn interpreterende wezens, die altijd 'iets' waarnemen 'áls iets'Twee mensen kijken naar hetzelfde verschijnsel en zien toch iets anders.

 

Het is de filosoof Martin Heidegger (1889-1976) die hier verder op in gaat. Hij schrijft dat het bij de hermeneutiek gaat om te begrijpen waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Waarom neemt iemand déze specifieke houding aan en niet een andere? De wereld laat zich nooit neutraal of objectief zien maar verschijnt alleen als een wereld-van-betekenis. 40, 2017 pg 275

 

Hermeneutiek zal dé methode zijn die ik in mijn weblog gebruik waar het gaat om bestudering van de innerlijke wereld, de mystieke zone binnen het menselijk brein.

IV. Mens durf te weten!

 

Na bovenstaand intermezzo ga ik terug naar waar ik gebleven was aan het eind van hoofdstuk II.


In de 20e eeuw vond een omslag plaats waar het gaat om de wijze waarop men Bijbelteksten interpreteerde. De waardering voor traditionele en daarmee geruststellende kennis verminderde gaandeweg. Er ontstond een kritische houding, nog sterker, deze houding werd hét middel voor het verwerven van geldige kennis.

Er was een drang om geloofsvoorstellingen te vernieuwen, te actualiseren. Men wilde in de pas lopen met filosofische ideeën die als kenmerk hebben zich voortdurend te ontwikkelen.

 

De socioloog Meerten ter Borg  vraagt zich af waarom gelovigen zo vaak vast houden aan traditionele, orthodoxe kennis. Ook al is die verouderd. Er is blijkbaar moed voor nodig, zegt hij, om een standpunt in te nemen dat afbreuk doet aan datgene wat men gewend is. Men raakt erdoor in verwarring.
Ter Borg roept mensen op met de slogan
Durf te weten! “We zijn vrij om te geloven en ons geloof te kiezen. Het ‘durf te weten’ impliceert de harde waarheid dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons geloof en onze traditie”. 19, 2010, hfd II,5

 

Als ik als uitgangspunt neem dat ik  ‘durf te weten’, wát wil ik dan precies weten? Wát zijn de onderwerpen die ik aan de orde zou willen stellen? De theologen van de Amsterdamse School geven mij zeer interessante informatie.

 

De Amsterdamse School

 

De Amsterdamse School is een stroming die veel aandacht schenkt aan de manier van lezen van Bijbelverhalen. De stroming is in de jaren 1960 ontstaan binnen de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.

De betrokken theologen laten zien hoe mensen veel te snel, veel te oppervlakkig gericht kunnen zijn op een concrete werkelijkheid. Op zichzelf logisch, mensen hebben daar nu eenmaal hun zintuigen voor. Zó lezen ze ook de Bijbelverhalen, concreet en werkelijk gebeurd. Maar daar gaat het mis…

De ‘Amsterdamse School’ onderneemt actie tegen dit misverstand en gaat terug naar de diepe waarheid die schuil gaat achter de Bijbelteksten.

Wie is God?

De vraag ‘wie is God?’ moet je naar de opvatting van de theoloog Karel Deurloo (1936-2019) beantwoorden door het vertellen een verhaal. Begin niet met abstracte begrippen!
Vertel bijvoorbeeld het
verhaal over de uittocht uit Egypte in het Oude Testament, de Exodus, het uitgeleid worden uit ‘het diensthuis’.

Hoe moet je zo’n verhaal vertalen naar de hedendaagse tijd?
Om te beginnen wisselen we het woord ‘diensthuis’ in voor ‘Machten’. Deze ‘Machten’ zijn in onze samenleving de ‘Goden’ van nu, denk aan de Economie, de Marktwerking  en de Media. Het zijn deze machten die zó vanzelfsprekend zijn dat ze bij ons niet als ‘Goden’ worden herkend. Hun gezag wordt probleemloos als vanzelfsprekend ervaren. In de praktijk functioneren ze echter precies als de goden in de oudheid.

 

De theoloog Carel ter Linden (1933) heeft een ander godsbeeld, hij schrijft dat het dragende krachten zijn zoals trouw, liefde, mildheid en rechtvaardigheid die het leven en deze wereld bijeen houden. Ze zijn transcendent van karakter. Ze stijgen uit boven ons begripsvermogen. Ze komen niet uit ons voort, ze zijn op de een of andere manier met dit leven verweven en gaan daarom aan ons mens-zijn vooraf. De beeldende geloofsverhalen in de bijbel maken dit duidelijk. 03, pg 130 ev

‘Het is wel waar, maar het is niet echt gebeurd’. Dit is het kenmerk van de beeldende geloofsverhalen in de bijbel.

Het is het fundament voor de theoloog Nico ter Linden (1936-2018). Hij geloofde niet in de Bijbel als geschiedenisboek. Hij attendeert erop dat Bijbelse verhalen iets bedóélen, dat ze iets te zeggen hebben. Ze richten zich op de diepte van ons bestaan. Om die reden schreef hij de zesdelige serie ‘Het verhaal gaat ...’, een hervertelling van de verhalen uit de Bijbel. 04

Mystieke waarheden moeten niet worden begrepen als echt gebeurd. Het zijn waarheden die deel uitmaken van de innerlijke wereld, een wezenlijk deel van het menselijk bewustzijn. Het volgende hoofdstuk gaat hier verder op in.

V. De innerlijke wereld, mystiek

 

De filosoof André Klukhuhn, 1940, geeft in zijn theorie aan dat het menselijk bewustzijn in twee helften gesplitst moet worden, een wereld buiten ons en een wereld binnen ons. Wetenschap, filosofie, kunst en mystiek hebben door de eeuwen heen geprobeerd om de kloof tussen deze twee werelden te overbruggen.

De wetenschap staat aan de ene kant van het bewustzijn. Deze staat voor objectieve kennis, waarneembaar en toetsbaar.

Het Mystieke bevindt zich aan de andere kant. Kenmerken hiervan zijn het mysterieuze, het heilige, het goddelijke. Mystiek wordt belééfd, niet met onze vijf zintuigen waargenomen.
Kunst is verweven met mystiek. Kunst is subjectief, emotioneel en artistiek. 46 pg 22

De filosofie staat in het midden, overkoepelt wetenschap en mystiek.  

 

Mijn vraag is welke invloed mystiek op een mens heeft, in hoeverre zijn innerlijke wereld tot hem doordringt. En op welke wijze hij daaraan vorm geeft. Hierover de gedachten van enkele theologen.

 

Geloofsvoorstellingen gebaseerd op mystiek

‘Mythologische geloofsvoorstellingen zouden moeten worden toegespitst op ons hedendaagse leven. Niet als waar gebeurde beschrijvingen van een werkelijkheid’. 12 pg 18. Dit schrijft de theoloog Rudolf Bultmann (1884-1976). Hij is van mening dat de verkondiging van het evangelie inhoudelijk vernieuwd moet worden.

De mythologische voorstellingen zijn de verpakking van een boodschap die ons een nieuwe kijk op onszelf en op ons bestaan wil geven.

De theoloog Rochus Zuurmond (1930-2020) dringt er op aan dat de Bijbelse boodschap opnieuw geijkt moet worden op zijn oorsprong. De reden daarvoor is dat kernwoorden als ‘God, geloof, schepping, Zoon van God’ een betekenis hebben gekregen die op dit moment meer verduisteren dan verhelderen. 08, pg 84

 

Wat is de rol van de mens? Heeft hij zélf ook een taak?

De theoloog Rick Benjamins (1952) ziet God niet als een almachtige die de wereld naar zijn hand zet. Welke betekenis geeft hij ‘God’ dan wel?
Hij schrijft ‘
God is een ZIJNDE die in de mens zelfoverstijging opwekt’. 12 pg 18

Het is Abraham Maslow die de ontwikkeling van een mens psychologisch in kaart brengt. Hij beschrijft zes verschillende ontwikkelingsfasen die kenmerkend zijn voor het leven van een mens. Op het hoogste niveau staan zingeving en zelfoverstijging.

 

Mijn conclusie? Een mens is ontvankelijk voor mystiek, d.w.z. dat hij binnen zijn bewustzijn momenten kan ervaren die zich voordoen buiten zijn normale menselijke perceptie.

Mystiek wordt doorgaans ontwikkeld binnen een religie. Binnen de Christelijke kerk staat de Bijbel centraal als middel om binnen te dringen in de innerlijke wereld die weliswaar in elk mens aanwezig is maar nogal eens buiten de horizon blijft hangen. Bijbelteksten zijn geschreven in een Religieuze Taal die wordt gekenmerkt door religieuze mythen, symbolen, archetypen en beeldspraak. Ze zijn niet objectief zoals je van non-fictie boeken verwacht. Het zijn teksten die zijn geschreven vanuit subjectieve, vaak profetische gezichtspunten. In een tijd die ver weg staat van de onze.

 

Het is Carl Jung die in zijn psycho-analyse attendeert op de invloed van het collectief onbewuste. Dit bevindt zich binnen de innerlijke wereld van het menselijk bewustzijn. Het is een verborgen kracht die elk mens veel meer beheerst dan hij zelf beseft.

VI. Collectief onbewuste, Archetypen en Christendom

 

Carl Jung, (1875 – 1961) schrijft dat een mens naast een ‘bewuste’ en een ‘persoonlijk onbewuste’ deel uitmaakt van een collectief onbewuste. Dit laatste is de machtigste kracht in de persoonlijkheid en beïnvloedt hem daardoor in hoge mate.
Welke voor een mens herkenbare krachten zijn afkomstig uit dit collectief onbewuste? Het zijn
de archetypen. (arché = oorsprong). 30

Jung noemt onder meer de volgende archetypen:  moeder aarde, goddelijk zoonschap, de geboorte, de dood, de macht, de held, het kind, God, de duivel, de oude man, de maan, de zon, de wind, de rivieren, vuur, dieren en ook vele door mensen gemaakte voorwerpen zoals ringen en wapens.

 

"Er zijn evenveel archetypen als kenmerkende situaties in het leven" schreef Jung. "Door veelvuldige herhaling zijn deze ervaringen in onze psychische constitutie gegrift, niet in de vorm van beelden met een specifieke inhoud, maar aanvankelijk slechts als vormen zonder inhoud, die slechts de mogelijkheid bieden tot een bepaalde wijze van waarnemen en handelen."


Kenmerkend voor archetypen is dat ze elke cultuur, elke religie overstijgen. Met behulp van Wikipedia heel overtuigend te lezen bij
scheppingsverhaal, zondvloedonsterfelijke ziel en het dodenrijk.

De inhoud van dit hoofdstuk sluit in hoge mate aan bij datgene wat in een leerhuis van Hans Meijer aan de orde kwam bij het artikel
Oude mythes en de Bijbel.

Twee punten vallen daarbij op:

- het persoonlijk onbewuste, waarvan de menselijke geest deel uitmaakt, is verbonden met een collectief onbewuste. Dit is een ‘opslagplaats’ van latente beelden die de mens als soort heeft geërfd uit zijn verre verleden.

- archetypen beïnvloeden mensen in hun transcendente belevingen zonder dat een betreffende persoon daar zelf bewust van is.

 

Eén archetype is dat van de Zonnegod. Veel religies hebben zo’n Zonnegod, een God die wordt vereerd als de gever van het ‘Licht’. Als voorbeelden noem ik de Oud-Egyptische god Horus en de godin Amaterasu uit de Japanse mythologie.

Evangelisten in het Nieuwe Testament schreven vanuit hun eigen geloofstaal. Dat geldt ook voor een tekst als die van Johannes waar hij Jezus typeert met de woorden ‘Ik ben het licht voor de wereld’ (Joh 8:12). Bedoelt hij hiermee dat Jezus het archetype is van de zonnegod?  

 

De relatie tussen archetypen en Christendom

Is er zo’n relatie en waaruit bestaat deze?

Ja zeker, zegt de theoloog Tjeu van den Berk. Deze is juist fundamenteel ‘de christelijke leer gebaseerd op universeel aanwezige archetypen’. 01

 

De meeste van de -in dit hoofdstuk- genoemde archetypen maken deel uit van de christelijke leer! 

 

VII. Theologische verkenningen

 

Geloofsvoorstellingen krijgen steeds opnieuw betekenis. Een samenleving is nu eenmaal in beweging en afhankelijk daarvan komen mensen op nieuwe gedachten. Zo gaat het ook in menswetenschappen zoals in de filosofie en de theologie.

 

Hieronder enkele onderwerpen die volop in beweging zijn en die mijn belangstelling hebben.

 

1. Wie was Jezus?

 

Hét kenmerk van de goden in de oudheid was dat ze onsterfelijk waren. Zolang het Christendom bestaat heeft men zich afgevraagd in hoeverre Jezus een God was. In de vierde eeuw was het arianisme een invloedrijke stroming. Hun boodschap was dat Jezus ondergeschikt was aan God. Deze stroming is weliswaar uitgeroeid maar de vraag is altijd blijven bestaan in hoeverre Jezus een God is. Ook in de huidige tijd bestaan verschillende opvattingen. Was Jezus een mens, tijdelijk, sterfelijk of is Jezus goddelijk, dus onsterfelijk, eeuwig? Hieronder meer informatie.

 

De mens Jezus

Binnen het Christendom is Jezus de centrale figuur. Jezus was een méns die leefde in deze wereld. Hij wilde als Jood de God van Israël nieuw leven inblazen. Merkwaardig dat vele jaren later het idee opkwam dat hij naast een menselijke ook nog een goddelijke natuur bezat. 06, 1998

Kuiterts opvatting is dat Jezus zichzelf niet als een buitenaards mens heeft gezien, in het bezit van een goddelijke natuur, maar daarentegen als mens onder de mensen, zij het met een bijzondere opdracht. Deze is het overbrengen van de boodschap van Israëls God.


De theoloog Doornbos (1946) gaat in zijn boek ‘Achter een Joodse man aan’ ook uit van een ‘Jezus’ die uitsluitend mens was. Waar komt het idee om Jezus letterlijk als zoon van God te beschouwen eigenlijk vandaan? Ongetwijfeld door het veel te letterlijk lezen van Bijbelteksten. Men hield daarbij geen rekening met de totaal andere taalwereld van de schrijvers. Men zag onvoldoende dat er in geloofstaal werd geschreven te midden van de oosterse verhaalcultuur.
05, pg 109 ev

 

De Goddelijke Jezus
De theoloog Edward van der Kaaij (1952) benadrukt in zijn studie de Goddelijkheid van Christus. Hij schrijft

‘Of Jezus letterlijk is opgestaan uit de dood doet er helemaal niet toe. Het gaat er om dat je als gelovige zelf opstaat uit je (geestelijke) dood. En of Jezus letterlijk blinden ziende heeft gemaakt is niet van belang, de genezing wil ons ertoe brengen dat wij zelf onze blindheid zien. Of Jezus doven de oren heeft geopend maakt niet uit, het gaat erom dat Jezus ons gehoorzaam maakt. Geen enkel ‘feit’ uit het leven van Jezus doet er toe, het kan net zo goed niet echt gebeurd zijn. Van de historische Jezus los, zou ik de verhalen zo uitleggen dat de wonderen ons ertoe willen brengen dat wij in Christus gaan horen en zien en in Christus uit onze dood opstaan. Dus dat hij de Levende in ons bestaan wordt. De opstanding, maar ook het leven van Jezus Christus, moet worden uitgelegd als metafoor van ons eigen ideale bestaan’. 14, pg 147

 

In vergelijking met Kuitert en Doornbos neemt Van der Kaaij een tegenovergesteld standpunt in. Hij schrijft dat ‘de apostel Paulus Jezus op spiritueel en mythologisch niveau plaatst, dat Jezus eerder bestond op kosmisch dan op historisch niveau. De messias van Paulus leek veel op de mysteriegoden in het oude Egypte’.

En daarnaast zegt hij ‘Christus was uitsluitend een spirituele verlosser, die verbonden was met een andere wereld’. 14 pg 173.

 

Soms wordt in Bijbelteksten gezegd of minstens gesuggereerd dat Jezus letterlijk bij God zelf vandaan komt, uit de hemel. Hoe kan dit? Doornbos:

De evangelisten schreven hun teksten in geloofstaal. Het zijn stuk voor stuk achteraf geschreven verhalen waarin mensen vertellen over hun ervaringen met Jezus. 05, pg 112

 

In het bovenstaande is sprake van een dubbele gelaagdheid:

1. De historische Jezus, als mens onder de mensen. Beschreven door Kuitert en Doornbos.

2. Jezus op spiritueel en mythologisch niveau. Beschreven door van der Kaaij.

 

Naar mijn idee kunnen beide opvattingen probleemloos naast elkaar worden gezet.
ad 1. Jezus als mens, als aardse werkelijkheid.
Als een Joodse man die de God van Israël nieuw leven wilde inblazen. Jezus die zichzelf niet ziet als goddelijk.

ad 2. Christus als archetype. Als spirituele en mythologische geloofsvoorstelling. Hij die was, is en er altijd zal zijn.

 

2. Drie-eenheid en menselijk bewustzijn

 

Wanneer het goddelijke gedefinieerd wordt als een drie-eenheid roept dit direct de vraag op waarom het getal ‘drie‘ wordt gebruikt. Het antwoord is dat ‘drie’ gezien moet worden als een archetype, een begrip dat deel uitmaakt van de mystieke wereld. Het Christendom is niet de enige religie die een triniteit (een drie-eenheid) als goddelijk uitgangspunt heeft.  Deze zijn ook te vinden in o.a. het oude Egypte, in de Griekse oudheid en in de Noordse (Germaanse) mythologie. Het getal ‘3’ heeft in veel culturen een magische betekenis.

 

Mijn opvatting?

Vooraf moet ik opmerken dat mensen onmogelijk kunnen begrijpen hoe ze moeten omgaan met de goddelijke entiteiten binnen de drie-eenheid. Ze hebben daar domweg het verstand niet voor. Metaforisch gezegd ‘Zoals een hand geen gedachte kan pakken, evenzo kan een menselijke gedachte het goddelijke niet pakken’ 10 pg 70

Als het dan toch wèl begrijpelijk, antropomorf, moet worden beschreven dan kies ik voor de hier volgende formulering.
De drie-eenheid bestaat uit:

God de Vader. Dit is een geestelijke kracht die mensen stimuleert tot hoogstaande waarden zoals rechtvaardigheid, trouw, bestrijding van onrecht, medegevoel, vergeving.

De Moeder Gods. Dit is de godin van o.a. liefde en bescherming. Tevens van geestelijke wijsheid en spiritualiteit. Tijdens het concilie van Efeze (431) transformeerde het Christendom de goddelijke oermoeder tot de Maagd Maria.
De goddelijke Zoon. Hij is als Christus ‘het licht voor de wereld’ en bestaat als archetype binnen het collectief onbewuste. In deze God is zowel het vaderlijke als het moederlijke aanwezig: de geestelijke kracht (het vaderlijke) en de spiritualiteit (het moederlijke).

 

3. Het hiernamaals

 

Is het denken over een hiernamaals realistisch? Of is het niet meer en niet minder dan een geloofsvoorstelling?

Is de betekenis van het hiernamaals veranderd? Hoort het hiernamaals thuis in de mystieke wereld?

 

Voor een antwoord op deze vragen begin ik bij het wereldbeeld van Plato en ga vervolgens over naar de tijd waarin we nú leven.

In de oudheid

De filosofie van Plato (ca. 400 v Chr) is dualistisch: bovenaan een ideeënwereld waarin 'het goede, het ware en het zuivere' in absolute vorm bestaan. Daaronder, als tijdelijke en onvolmaakte vorm, het leven op deze aarde. Wij mensen leven als gevangenen in een grot. Plato omschrijft dit in zijn grotmythe. We denken dat we op deze aarde in de werkelijkheid leven, maar onze menselijke werkelijkheid is slechts schijn.
‘Mensen kennen een verlangen om goed te doen, hebben een drang naar juiste kennis en zoeken naar schoonheid. De ziel is drijfveer om te streven naar het hogere, het onsterfelijke deel van de mens, het lichaam is een kerker, waaruit de ziel bij de dood ontsnapt’.
Plato distantieert zich daarmee van het aardse leven en zoekt de ware werkelijkheid in het rijk der ideeën die eeuwig zijn en onveranderlijk, dus onaards.

De schrijvers van het Nieuwe Testament gingen door met deze gedachte. Hemel en aarde bleven volstrekt gescheiden. Na zijn dood stijgt de menselijke geest op naar die andere, hogere werkelijkheid.

 

In de huidige tijd

Over het ‘hiernamaals’ wordt in de bestaande culturen verschillend gedacht. Niet alleen in algemene zin, ook is het zo dat mensen er individueel verschillend over denken. Welke opvattingen kom je in het - mij aansprekende liberale -  Christendom tegen? Enkele theologen aan het woord.

De laatste adem

Kuitert “Geest en adem horen bij elkaar, de samenhang tussen die twee verduidelijkt waarom wij voor een tijd een plaats van god zijn. Doodgaan is inleveren, adem inleveren. Wij zijn - heel letterlijk - voor ons bestaan aangewezen op lucht, op de lucht die we inademen. Is er geen lucht meer, dan stokt de adem en gaan we dood, en omgekeerd is doodgaan ophouden met ademen. Aangewezen op adem, op iets van buiten: dat element delen mensen met elkaar, zo handhaven ze zich. Zolang het duurt, ademen houdt een keer op: een mens blaast de laatste adem uit, zeggen we. We zijn 'plaats van god' af, als we doodgaan”. 06, 2002, pg 195/196

 

Elk mens is een tijdelijk verschijnsel 

Kuitert “Wij zijn onszelf een raadsel, weten niet waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Waarom zijn we er maar even, en daarna niet meer? Elk mens is een tijdelijk verschijnsel. Zijn macht, waarde en waardigheid is begrensd door zijn tijdelijkheid.

Mensen zijn niet onsterfelijk, en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruilen we in voor het hierNU-maals”. 06, 2002, pg 206

 

De geest keert terug

Kuitert “De troost van een hiernamaals in te ruilen voor de upgrading van het nu, dat is het waar ik de voorkeur aan geef. Als we het doodgaan aanvaarden als natuurlijk lot, blijven we bovendien dicht bij de ervaring van het werkelijke leven. Geest is niet ons eigendom, het doodgaan bewijst dat tamelijk rigoureus. Het fantaseren van een verlengstuk aan ons leven doet in elk geval niets af of toe aan het harde feit van dat 'inleveren'. De hemel kun je ontkennen, bijzetten bij de illusies, maar dat je de geest weer inlevert, daar kan geen mens omheen. Wie dood is, is uitgepraat. 'De geest keert terug' is dus veel realistischer.

De uitdrukking stamt uit het boek Prediker, een bijbelboek van een auteur die alle verhalen over god, mens en wereld achter zich heeft gelaten, en desondanks in de bijbel terecht kwam. 'De geest keert terug tot God, die hem heeft gegeven', zegt hij (Prediker 12,7). We hebben hem maar even, zolang als we leven”. 06, 2002 pg 209

“Geest is niet een bezit, mensen zijn geen eigenaars. Hij is er voor een bepaalde tijd, en daarna houdt het leven op, en dat 'ophouden' is hetzelfde als: de geest keert terug tot wie hem heeft gegeven”. 06, 2002 pg 210 

 

Carel ter Linden ‘Ik kan mij een perspectief over de grens van de dood als gelovige niet indenken. En wel omdat God, het levensgeheim, een geestelijke werkelijkheid is. De dragende kracht van deze wereld en van dit leven’.
'Leven' betekent: mij
in mijn leven voor deze krachten openstellen, om hiermee in verbinding met God te blijven, en mijn roeping als mens te kunnen vervullen. Maar ik kan die krachten niet los denken van ons lichamelijk en geestelijk bestaan op aarde, waarmee ze onverbreekbaar verbonden zijn. Als ik sterf, houdt die verbinding op. Die krachten hebben dan hun werk gedaan.’ 03 pg 176

 

Rochus Zuurmond “Als het over het hiernamaals gaat, moet worden bedacht dat 'leven' en 'dood' in de Bijbel geen primair biologisch gedefinieerde begrippen zijn, maar vooral sociale noties. 'Leven' is het goede, actieve leven, samen met anderen”. 08 pg 145

 

Mijn eigen visie

Voor mij is het duidelijk. De hierboven genoemde theologen geven mij een overtuigend antwoord. De levensloop van alles wat leeft, dus ook van de mens, bestaat uit drie fasen: groei, bloei en verval. Mensen zijn niet onsterfelijk en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruil ik in voor het hierNU-maals. Hoe een mens verder leeft na zijn dood? Het antwoord is: in zijn kinderen, in zijn familie. Het leven wordt zowel genetisch als epigenetisch doorgegeven.

 

Gnostiek

Op grond van mijn interpretatie van het ‘hiernamaals’ neem ik afstand van stromingen als gnostiek en esoterie. Deze zijn o.a. beschreven door Slavenburg 13 en Moerland 09.

4. Het Kruis als verzoening

 

Er bestaat veel onrecht in deze wereld, veroorzaakt door o.a. hoogmoed, hebzucht, jaloezie, woede en onwetmatig machtsvertoon. Hoe hiermee om te gaan?

Kan dit alles worden rechtgezet door Jezus die voor ‘al onze zonden’ stierf aan het kruis? En daardoor vrede en verzoening mogelijk maakte?

De logica hiervan is voor mij niet te vatten.

De teksten die ik hieronder geef spreken mij wél aan.
 

De theoloog Cees den Heyer (1942-2021)  schreef een boek over de ‘Verzoening’ (1997). Hij komt daarin tot de conclusie dat de verzoeningsleer waarbij Jezus is gekruisigd om God en mensen te verzoenen niet als dogma is terug te vinden in de Bijbel.

 

Het is de evangelist Marcus die de betekenis van het kruis weergeeft. Hij schrijft ‘keer om op je egoïstische levensweg en ga mee op het pad van de waarheid, van het licht. In Marcus 8 vers 34 is te lezen ‘Jezus riep de menigte bij zich en zei ‘Wie mijn volgeling wil zijn moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aankomen’.

 

 De Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas, 20e eeuw, schrijft dat ‘verzoening in Christus’ niet verstaan zou moeten worden als een miraculeuze goddelijke vergeving van alle zonden maar veeleer als appél aan mij persoonlijk tot een Messiaanse levenshouding waarbij ik, bevrijd van het kwaad dat mij isoleert en mij op mezelf richt, mij verantwoordelijk weet voor alle anderen.

 

Mijn conclusie? Het gaat om mijn eigen levenshouding en niet anders.

De betekenis van ‘het kruis’ is hierboven duidelijk omschreven, maar welke plaats heeft ‘de zonde’ in het geheel? Hierover gaat het volgende hoofdstuk.

 

VIII. Post-theïsme

 

Inleiding

Een psalm of gebed waarin de door mijzelf gemaakte zonden centraal staan heeft mij nooit aangesproken. Ik kon er niets mee, niet in mijn adolescentiejaren en nu nog steeds niet. Om die reden waren de woorden van Kuitert voor mij een opluchting: ‘De christelijke religie heeft te lang mensen klein gehouden. Eeuwenlang heeft de kerk mensen zondebesef ingedruppeld, en daarmee het leven van miljoenen mensen geordend, bepaald, ook ontregeld, en vaak gefnuikt. Gewone mensen waren zondaars, en dat moesten ze weten: zondaars mogen niet te hoog van de toren blazen’ 06 2002, pg 159

 

Een gedachte die ik graag overnam kwam van de theoloog Henk Berkhof. Hij schreef dat de gewetensvolle mens onderweg is naar het goede. 11, 1969. Een heel positief uitgangspunt! Dit vond plaats in de jaren 1970.

 

Een post-theïstisch zondebegrip

Het deed me goed toen ik jaren later kennis nam van een eigentijds en vernieuwd zondebegrip. Het was Fokko Omta, theoloog, geb. 1956, die dit als onderwerp had gekozen voor zijn dissertatie (2019). 15
Hij schrijft “er is onder veel Christenen een verandering gaande waarbij men van het traditioneel theïstisch beeld van een persoonlijke God
verschuift naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als kracht of geest”.

Zonde grijpt mensen niet aan op hun zwakheden, maar is gericht op hun kracht. De tegenwoordige zondaar ‘vloekt’ niet naar boven, maar naar binnen.

Het ‘naar binnen vloeken’ houdt in dat je na een gemaakte keuze spijt krijgt. Het gaat hier om een gewetensbeslissing waarvan je later zegt dat je die nooit had moeten nemen. Zonde gaat dan niet primair in tegen een goddelijk wezen maar tegen het meest wezenlijke in je zelf.

 

Na het bovenstaande ga ik over naar een onderwerp dat veel mensen bezig houdt: wat is de zin van mijn leven? Waarvoor leef ik eigenlijk?

 

IX. De zin van het leven

 

Leven in huidige tijd

Wat is de zin van mijn leven? Dit is een vraag die hedendaagse mens zichzelf stelt. De oorzaak daarvan is dat men zich heeft losgemaakt van bestaande ideologieën en om die reden zijn éigen weg moet zoeken. Dit veroorzaakt problemen.

 

De zin van het leven

Essentieel voor een mens is de ervaring dat zijn leven betekenis heeft. Het gaat daarbij niet om een algemene richtlijn. Betekenis is voor iedere persoon anders. De Finse filosoof Frank Martela (1981) zegt hierover: zoek niet naar zin van hét leven, maar naar zin in je eigen leven. 45 Hij schrijft ‘Bijna iedereen is weleens overvallen door het gevoel dat zijn bestaan volledig zinloos is. Dat kan gebeuren wanneer je je werk ervaart als nutteloos. Of dat je te maken krijgt met een groot verlies zoals de dood van iemand waar je heel veel van houdt. Ineens komt de gedachte bij je op: mijn leven stelt niets voor, mijn leven is zinloos geworden’.

 

Het is de psychoanalyticus Erik Erikson die laat zien hoe het tijdens een mensenleven goed of juist helemaal verkeerd kan gaan. Hij geeft dit aan in acht ontwikkelingsfasen, van Baby tot Late Volwassenheid. 

Kenmerkend voor de laatste periode is dat je terug kijkt op je eigen leven, vragend naar wat de zin ervan is geweest. 34, pg 238-259

 

Is onze wereld maakbaar?

Een populaire gedachte in deze tijd is dat we de wereld naar onze hand kunnen zetten, dat we in een ‘maakbare wereld’ leven. Men kan tegenwoordig veel, met name op het gebied van techniek, economie en geneeskunde. In onze huidige wereld leggen we ons lot niet meer in de handen van een God, maar van onszelf. Ons tijdperk is er één van individuele verantwoordelijkheid. We zijn bezig met zelfbeschikking. We willen ook ons ZIJN regelen (wie ik in wezen ben) en de ZIN van ons leven (het weten waarvoor ik leef). Maar daar gaat het mis. Hoe kan dit? Heidegger en Hendrikse geven antwoord op deze vraag. Hieronder te lezen.

 Zin geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet.

De filosoof Heidegger zegt hierover:
Als het bestaan een zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf maken. Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan zijn daarvoor noodzakelijk.

De wereld waarin ons bestaan zinvol kan zijn, wordt niet van begin af aan door onszelf ingericht. ‘Zin’ geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet. Je kunt hem niet ‘produceren’ zoals we dat doen met een gebruiksvoorwerp. Zin is meestal onopgemerkt aanwezig binnen ons bestaan. 40, 2017, pg 275

 

Je leven is maar ten dele maakbaar.

De theoloog Klaas Hendrikse schrijft ‘Je leven is geen eigen fabricaat, je hebt jezelf niet gemaakt, en datgene waar je gelukkig van wordt ook niet.
De tijdgeest stelt de mens voor als een onafhankelijk, autonoom individu dat zelf verantwoordelijk is voor het uitstippelen van de route naar een geslaagd leven. Of het nu gaat om succesvol zijn, er jonger uitzien dan je bent, veiligheid, welstand, geluk of bewondering, er leeft of heerst in onze samenleving een collectieve veronderstelling dat we ons leven in eigen hand hebben. Het ideaal is de vrije mens die heer en meester is over zijn eigen leven’.

‘Dit is onzin’ schrijft Hendrikse: ‘je kunt wel zelf bepalen dat je morgen op reis gaat, maar niet dat je levend terugkomt. Iedereen is afhankelijk van omstandigheden die niet beheersbaar zijn. Je leven is maar ten dele maakbaar, het is vooral kwetsbaar: het komt zoals het komt, met gebreken, mislukkingen en teleurstellingen. Tragiek ligt altijd op de loer en er bestaat geen God die je behoedt voor tegenslag en verdriet.’ 02, 2007, pg 100


Voordat ik mijn weblog afsluit met ‘conclusies’ wil ik een verbinding leggen tussen datgene wat staat beschreven in het hoofdstuk over ‘de innerlijke wereld, mystiek’ en datgene wat ik zelf ervaar. Daarover gaat het volgende hoofdstuk.

 

X. Mijn mystieke wereld

In een spirituele wereld worden mensen aangedaan of aangeraakt door het oneindige, het irrationele. Het is alleen de mens die de mogelijkheid heeft dit te beleven. Het is de menselijke geest die verbonden is met het mystieke, het goddelijke, veroorzaakt door een buitenzintuiglijk besef. Deze verbinding overkómt je, is er op de meest onverwachte momenten.

Een mystieke verbinding laat zich vooral kennen via kunst, religie en filosofie. Hierbij volg ik de indeling van de filosoof Hegel.
Hieronder een blik op mijn eigen mystieke wereld.

 

Kunst

 

Het is Harry Kuitert die mij inspireerde om allerlei mystieke ervaringen een plaats te geven waar ze thuishoren, namelijk in het verhaal van de religieuze wereld. Het gaat daarbij om begrippen als God, paradijs, engelen, hemel, e.d.  06, 2005, pg 190,192

 

a. Klassieke muziek

Wat gebeurt er als ik naar klassieke muziek luister? Ik word opgetild naar een wereld van muzikale schoonheid. Het is een genieten en een afdwalen naar een innerlijke wereld. Ik kan dit niet verklaren, het overkomt me. Met een variatie op Kuiterts woorden:
Het Goddelijke is van muzikale taal, de hemel is van muzikale taal, het paradijs waar de engelen je naar toe mogen dragen, is ook van muzikale taal.
Het is alles van taal en moet van taal blijven, wil het zijn betekenis houden.

 

b. Beeldende kunst

Waarom bezoek ik - samen met mijn vrouw - tijdens vakanties zo graag musea, kathedralen, kerken en kloosters?

Ik ervaar daar op willekeurige momenten een schoonheid die mij dicht brengt bij het mystieke.

Ook hier dezelfde variatie op Kuiterts woorden als hierboven: het Goddelijke is van beeldende taal, de hemel is van beeldende taal etc.
Zie als voorbeeld de
kathedraal San Fermo in Verona.

 

Religie

 

In een religieuze bijeenkomst wordt door middel van lied, gebed, prediking en sacrament het verband gelegd tussen een Bijbelverhaal en het menselijk leven.

Het gaat voor mij daarbij niet om het verhaal zoals het concreet wordt verteld, het gaat mij om datgene wat het verhaal mij te zeggen heeft: beeldend, symbolisch en mythisch.
Het gedwongen worden om te geloven in concrete wonderen roept bij mij weerzin op. Ik denk dat het daar ook helemaal niet omgaat. Waar het wél om gaat is dat ik het verhaal zodanig begrijp dat ik er door wordt geraakt, spiritueel en rationeel.

 

Filosofie


De filosofie heeft mij inzicht gegeven in een fundamenteel andere manier van denken. Van Bertrand Russell,
42 pg 15, weet ik dat filosofie een wetenschap is die zich bevindt in een soort niemandsland dat open ligt voor aanvallen van enerzijds de theologie en anderzijds de wetenschappen.

 

Het waren colleges filosofie van de hoogleraar J.G. Bomhoff die bij mij een doorbraak in het denken teweeg hebben gebracht, dit gebeurde eind jaren 1960. Ik wist niet dat ‘filosofie’ zó verrijkend kon zijn in je leven, je zoveel nieuwe en volstrekt andere inzichten kon geven. Ik ben de liefde voor die tak van wetenschap dan ook nooit meer kwijtgeraakt.

 

XI. Conclusies

Waaruit bestaat mijn mensbeschouwing?

Mijn mensbeschouwing is niet in één volzin te formuleren. Vandaar de verschillende componenten.

 

Psycho-analyse

- Het collectief onbewuste is de machtigste kracht in de persoonlijkheid. Het zijn de vroeg menselijke ervaringen die onbewust zijn. Daarbinnen geven archetypen de inhoud.

 

 Filosofie

- Mensen zijn interpreterende wezens. Ze kunnen niet iets waarnemen zonder daar ook direct een betekenis aan te geven.

- Een mens heeft niet alleen kennis van de hem omringende wereld, concreet en waarneembaar. In zijn brein bestaat ook een binnenwereld, de plaats van zijn onbewuste, daar waar verbinding bestaat met archetypes. Hij heeft door zijn buitenzintuigelijke besef toegang tot een zone van Mystiek.


- Als het bestaan zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf produceren.

- Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan is noodzaak.

- Mensen willen weten wat de zin van hun leven is. Een gebrek aan zingeving leidt tot een besef van doelloosheid en verveling. Zonder perspectief lijkt niets meer van belang.

 

Theologie

- De diepe Bijbelse waarheid kan richting geven aan het leven van mensen. Bijbelverhalen geven meestal een oppervlakkige, begrijpbare indruk aan datgene wat als kern, moeilijk te verwoorden, wordt bedoeld. Vergelijkbaar met het menselijk bewuste en het diepe onbereikbare onbewuste.

- De Bijbel drukt de bedoeling van verhalen uit door middel van religieuze mythen, symbolen, archetypes en beeldspraak.

 

- Mijn visie is post- theïstisch. Daarin verschuift het beeld van een persoonlijke God naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als geestelijke kracht. Immanentie bevindt zich in het menselijk bewustzijn, op zowel bewust als onbewust niveau.
- De vele diepliggende Bijbelse boodschappen zijn tijdloos. Het zijn geen verhalen over datgene wat eeuwen geleden heeft plaats gevonden. Ze gebeuren steeds, ook in déze tijd.


- Interpretatie van de Bijbel is tijdgebonden. De Bijbel wordt, afhankelijk van veranderde inzichten, waar nodig opnieuw geïnterpreteerd.

- In plaats van ‘de zondige mens’ kies ik voor een gewetensvolle mens die onderweg is naar het goede.
- Tussen geboorte en overlijden vindt een menselijk leven plaats. Leeft een gedeelte van hem, zijn geest, verder na zijn dood? Ik kan me dat niet voorstellen, elk mens is een tijdelijk verschijnsel zowel lichamelijk, psychisch als geestelijk. Als de levensgeest is geweken dan is het over en uit.

 

Godsbeeld,  het ZELF en de samenleving

 

Mijn godsbeeld

Uit bovenstaande mensbeschouwing leid ik een godsbeeld af.

Mijn godsbeeld is niet ‘de almachtige God die de hele wereld naar zijn hand zet of hij die mijn levensweg heeft uitgestippeld’. Wat dan wel?

De God die ik voor ogen heb bestaat als een geestelijke kracht die mij draagt met als kenmerk dat hij er altijd is en zal zijn. In allerlei situaties met name op momenten van intens verdriet, plotselinge opluchting en diepgaande blijdschap.

Kom tot je ZÉLF

Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen bestaan. Kom tot je ZÉLF. Maak het jezelf niet gemakkelijk door mee te liften met diegene die wél een eigen gefundeerde godsdienstige opvatting heeft. Die ander ben jij niet en jij bent die ander niet. Wees jezelf!

In dit verband geeft ik een citaat van de filosoof Nietzsche: “Het blijkt dat het er bij ‘worden wie je bent’ niet om gaat om een ‘ZELF’ te vinden waar je altijd al naar op zoek bent geweest. Jouw ZELF is voortdurend actief, een doorgaand proces dat goed wordt weergegeven door het werkwoord worden. De blijvende en duurzame aard van het mens-zijn is dat je steeds verandert in iets anders. Wat je bent, is in wezen een actieve transformatie”.

 

De samenleving

Toch kun je niet uitsluitend op zoek gaan naar je eigen zélf. In onze samenleving bestaan algemene waarden die je in acht hebt te nemen, of dit nu in je mensbeeld past of niet. Welke zijn dat?
Het
zijn waarden die tijdloos zijn, altijd en overal aanwezig. Ze hebben betrekking op ethische en sociale minimumeisen die binnen onze samenleving gelden, ze overstijgen de individuele mens.


Tot slot

 

De overwegingen die op dit weblog staan geschreven geven mij een goed gevoel. Mijn gedachtegoed is beter geordend en verder verdiept. Het omvat beschouwingen die gefundeerd zijn op het werk van (voor mij interessante) filosofen, theologen en psychologen.

 

Overigens ben ik me ervan bewust dat de mogelijkheid blijft bestaan dat de inhoud van dit weblog verandert. Niets is blijvend…

Hiermee sluit ik aan bij de Griekse filosoof Heraclitus (ca. 500 v Chr) die zegt:


‘alles stroomt, niets is blijvend’

‘Wat er is, kun je vergelijken met de stroom van een rivier,
je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’.

 

 

Opsteller van dit weblog

Bernard Sietses (1945)
studie doctoraal pedagogische wetenschappen, Universiteit Leiden

loopbaan docent Prot. Chr. Pedagogische Academie, Den Haag

 

Literatuur


Theologie:

01 Tjeu van den Berk, 2011, Het oude Egypte: bakermat van het jonge Christendom

02 Klaas Hendrikse, 2007, Geloven in een God die niet bestaat

02 Klaas Hendrikse, 2011, God bestaat niet en Jezus is zijn zoon

03 Carel ter Linden, 2014, Wat doe ik hier in godsnaam? Een zoektocht

04 Nico ter Linden, 1996-2003, Het verhaal gaat… Zes delen

05 Harry Doornbos, 2003, Achter een Joodse man aan

06 Harry Kuitert, 1977, Wat Heet Geloven? Structuur en herkomst van de christelijke geloofsuitspraken

06 Harry Kuitert, 1992, Het algemeen betwijfeld christelijk geloof

06 Harry Kuitert, 1998, Jezus nalatenschap voor het Christendom.

06 Harry Kuitert, 2000, Over religie.

06 Harry Kuitert, 2002, Voor een tijd een plaats voor God.

06 Harry Kuitert, 2005, Hetzelfde anders zien.

06 Harry Kuitert, 2011, Alles behalve kennis.

06 Harry Kuitert, 2014, Kerk als constructiefout.

 

07 Ton Veerkamp, 2015, De wereld anders. Politieke geschiedenis van het grote verhaal

08 Rochus Zuurmond, 2018, God en de moraal. Een andere kijk op bijbelse ethiek

09 Bram Moerland, 2017, Gnosis en gnostiek
10 Marcus van Loopik, 2018, Kabala als levenskunst. Op zoek naar eenheid en heling

11 Henk Berkhof, 1969, De mens onderweg

11 Henk Berkhof, 1973, Christelijk geloof

12 Rick Benjamins, Jan Offringa, Wouter Slob, 2016, Liberaal Christendom, ervaren doen denken

13 Jacob Slavenburg, 1994 Nag Hammadi geschriften I

13 Jacob Slavenburg, 1995 Nag Hammadi geschriften II

13 Jacob Slavenburg, 2006, De vrouw die Jezus liefhad, Maria Magdalena

14 Edward van der Kaaij, 2015, De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld.

15 Fokko Omta, 2019, Tijd voor een post-theïstisch zondebegrip

 

 

 

Godsdienstsociologie

19 Meerten ter Borg, 2010, Vrijzinnigen hebben de toekomst

Psychologie:

20 Dick Swaab, 2010, We zijn ons brein

20 Dick Swaab, 2016, Ons creatieve brein

21 Daniel Kahneman, 2019, Ons feilbare denken

22 Dirk J. Bakker, 2012, Wind in het grijze woud; het brein als ontvanger en gever van leven

23 Abraham Maslow, 1974, Motivatie en persoonlijkheid,

23 Duane Schultz, Groeipsychologie, 1979. Hierin: Het mensbeeld van Abraham Maslow

24 Paul Verhaeghe, 2020, Houd afstand, raak me niet aan

 

Psychiatrie:

30 Carl G. Jung, 1977, Archetypen

30 Carl G. Jung, 1982 Oerbeelden.
30 Duane Schultz, 1979, Groeipsychologie. Hierin: Het mensbeeld van Carl Jung

31 Dirk De Wachter, 2012, Borderline times. Het einde van de normaliteit

31 Dirk De Wachter, 2016, De wereld van De Wachter

32 Edith Eger, 2018, De keuze. Leven in vrijheid.
33 Frankl Viktor, 1978, De zin van het bestaan, een inleiding tot de logotherapie

34 Erik H. Erikson, 1971, Het kind en de samenleving

 

Filosofie:

40 Ger Groot, 2017, De geest uit de fles. Hoe de moderne mens was en wie hij is

41 Charles Taylor zur Einführung, 2000, Uitgave Trouw, vertaling Ingeborg Breuer.

 

42 Bertrand Russell, 1990, Geschiedenis der westerse filosofie

43 John Kaag, 2019, Met Nietzsche de bergen in

44 Jan Keij, 2017, De filosofie van Emmanuel Levinas

45 Frank Martela, 2020, Een prachtig leven. Hoe vind je zin in je bestaan?

46 André Klukhuhn, 2020, De vreemde lus. Over bewustzijn en het verbond tussen wetenschap, kunst, filosofie en mystiek

 

Geschiedenis:

50 Stephen Fry, 2017, Mythos De Griekse mythen herverteld

51 Yuval Harari, 2015, Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid

51 Yuval Harari, 2015, Homo Deus: een kleine geschiedenis van de toekomst

51 Yuval Harari, 2018, 21 lessen voor de 21ste eeuw

52 Agnes Amelink, 2001, De Gereformeerden

53 Wim Wijnands, 2012, Niet fietsen op zondag. Kleine kroniek van een gereformeerde jeugd.

54 Rutger Bregman, 2019, De meeste mensen deugen. Een nieuwe geschiedenis van de mensheid
55 Nicolaas F. Noordam, 1976, Inleiding in de historische pedagogiek