Religieuze Taal

 

Inhoud

De religieuze mythe. 1

Symbolen. 1

Archetypen. 1

Beeldspraak. 1

- Metaforen. 1

- AllegorieŽn. 1

 

De religieuze mythe

 

- Een mythe is een verhaal over goden en helden in een onbepaald verleden, dat niet werkelijk is gebeurd, maar waarin wel een diepe waarheid wordt verteld over de wereld en het menselijk leven. Het vroege Christendom is geŽnt op ideeŽn in het Oude Egypte.

 

- Kuitert: ĎAlleen in het verhaal, in de religieuze mythe, kan het echt gebeuren. Als we in het verhaal blijven, dan klopt de wereld niet, het gebeurt niet echt wat we daar lezen. We horen God niet spreken, als we in nood gezeten zijn, in tijden van grote of kleine rampen helpt Hij ons niet. 'Waar blijft God?' roepen de mensen, maar ze krijgen geen antwoord.í 06 2005, pg 92

 

Symbolen


- ĎTal van waarheden die men christelijk is gaan noemen, bestonden al duizenden jaren eerder in het Nijldal, zoals goddelijk zoonschap, maagdelijke geboorte, goddelijke drie-eenheid, verrijzenis uit de dood, verblijf in de onderwereld, onsterfelijke zielí.
01

 

- ĎDe godsdienstfenomenologen hebben ons geleerd op wat voor wijze de eerste christenen in hun levensbeschouwing aansloten bij de mythen en symbolen van de Oude Egyptenaren. En hoe een dergelijk symboliseringsproces in zijn werk ging. Het is niet zo, stellen zij, dat de christenen die beelden bewust ontleenden aan andere culturen, maar dat die beelden zelf, hen onbewust drevení. 01

 

Archetypen

 

Carl Jung heeft ons het verband laten zien tussen symbolen en archetypen.

 

- Van der Kaaij: ĎChristenen brengen hun boodschap onder woorden op basis van archetypen. Het evangelie is een afspiegeling van wat in onze psyche verankerd ligt. Het lag - en ligt - in de diepste laag van ons bewustzijn opgeslagení.14, pg 272.

 

- Van der Kaaij: ĎEr zijn in wezen geen principiŽle grenzen tussen de godsdiensten, ze zijn uit hetzelfde hout gesneden, uit dezelfde bron opgeweld.í Moslims, christenen, joden e.a. staan in hun diepere laag, het collectief onbewuste, in dezelfde traditie. 14,pg 127

Beeldspraak

 

- Metaforen


Meerten ter Borg: Vanaf de Verlichting kon de Bijbel niet meer gelden als Gods woord. Zij werd een verzameling geschriften uit verschillende meer of minder barbaarse perioden. Men moest de sociale positie en de belangen van de schrijvers (meestal priesters), in de beschouwingen betrekken. De Bijbel is hooguit door God geÔnspireerd. De verhalen moeten goeddeels als
metaforen (beeldspraak) worden opgevat. 19

- AllegorieŽn

 

Origenes, geb. 185 n.Chr., ontwikkelde het principe van de allegorische interpretatie. Wat naar zijn mening onderscheiden moet worden zijn
- de oppervlakkige, letterlijke betekenis van de Bijbel

- de diepere, geestelijke betekenis.
Een allegorie (beeldspraak) in de literatuur is een uitgewerkte metafoor: een symbolische voorstelling van een idee dat in het hele verhaal wordt volgehouden. Neem als voorbeeld de grotmythe van Plato.