Harm Everts Steenhuis

 

Harm Everts Steenhuis, geb 1803 te Westerwijtwerd, z.v Evert Jans Steenhuis en Freerke Harms, trouwt 1e 14.12.1830 te Kantens met Meiske Arends Ungersma, geb 1810 te Kantens, d.v. Arend Arends Ungersma en Grietje Gerrits te Kantens, overl.6.1.1834; trouwt 2e 1839 Trientje Eppes Doornbos, geb. 1811 te 't Zandt, d.v. Eppe Sijmens Doornbos en Trijntje Jans van der Molen te 't Zandt.

In 1832 kocht Harm E. Steenhuis een boerderij in de buurtschap De Knijp te Zandeweer. Hij was vurig aanhanger van Hendrik de Cock, schreef in 1834 het verszoekschrift aan de koning en bezocht De Cock op 13.2.1835 in de gevangenis te Groningen (hfdstk. H,par.4). Bij de instituering van de gemeente op 27.10.1836 werd Steenhuis tot ouderling gekozen en bleef dit tot aan zijn dood in 1847. Gedurende het ruim zevenjarig bestaan van de gemeente te Zandeweer was hij de spil, met aan zijn zijde de 13 jaar oudere diaken Kornelis Jans Bos ( zie Bos ).

's Zondags kwam de gemeente bijeen in de boerderij van Steenhuis in De Knijp, d.w.z. in de eerste plaats in de thans niet meer bestaande boerderij op een heemstede ten westen van de tegenwoordige Knijpsterheerd, Knijpsterweg 8 ( Bb MK, blz 530 ). Twee onafhankelijke bronnen melden dat Steenhuis in 1840 een nieuwe boerderij liet bouwen, met een zodanig groot en ruim tussenhuis dat hierin met gemak kerkdiensten konden worden gehouden. Men vergaderde dus in de oude en nieuwe boerderij. Met de kanttekening dat de huidige wooncomplex in de loop der jaren nogal gemoderniseerd is.

H.E. Steenhuis overleed 24.4.1847 te Zandeweer. Zijn eerste huwelijk was kinderloos. Uit het tweede huwelijk drie dochters en drie zoons, t.w. Evert 17.5.1840, Eppe 20.7.1843 en Jan 25.1.1845. Voorts overleed  twee dagen na de dood van Steenhuis een niet aangegeven kind van acht weken oud, dat met vader in de kist  werd begraven. De weduwe Trientje Steenhuis Doornbos hertrouwde 7.12.1850 met de weduwnaar Ipe Matinus Oosterhuis, uit welk huwelijk nog drie kinderen werden geboren (zie Oosterhuis).

Trientje E. Doornbos overleed 16.2.1856 en daarna behartigde Ipe M. Oosterhuis de belangen van zowel de boererij als het grote gezin, een zware opgave voor de toen bijna 60 jarige man. Hij overleed 23.3.1858. De boerderij werd in 1858 verkocht en de nog jonge kinderen vertrokken in juli 1858 naar de gemeente Bierum. Nakomelingen van Harm Everts Steenhuis zijn:

-     De gereformeerde predikant D. Steenhuis, geb 1870, Bija 1893, Berlikum 1898, Ulrum 1904, IJselmonde 1910, Loppersum 1917, em.1934, overleden 1942;

-        Een andere nakomeling was Evert Jans Steenhuis, geb 4.10.1875 te Ten Boer, z.v Jan Harms Steenhuis ( zie boven ) en Jantje Bierma, tr 27.9.1901 te Zuidhorn met Metje Venema geb. 27.4.1877. Evert J. Steenhuis vestigde zich 23.10.1913 te Uithuizen en was de grondlegger van Betonindustrie Steenhuis aan de Boterdiep, in 1980 verplaatst naar Uithuizermeeden ( "Geschiedenis van Uithuizen". Blz.113 en 331 ). Het echtpaar Steenhuis-Venema woonde de laatse jaren aan de Borgstraat. E.J.Steenhuis overleed 25.9.1954, waarna de weduwe in 1961 vertrok naar Rijssen (Ov.). Uit dit huwelijk vijf kinderen, die Uithuizen verlieten.

Dr.J.Wesseling meldt in zijn "De afstammelingen van 1834", blz. 159 en 160, nog dat Trientje Doornbos, vrouw van Harm E. Steenhuis, haar bekeringsgeschiedenis vastlegde in een geschriftje.

 

Bovenstaande tekst komt uit het boek over de gereformeerde gemeente in Uithuizen. (Het boek ligt in de bibliotheek in Uithuizen).