BEROEPEN

 

 

Beroepen voorgeslacht Geeuwke Bosma:

 

In 1700 was Jelke Lyckeles - volgens de quotisatie van 1749 (= bealsting naar draagkracht) -  een “welgestelt boer”.

Bron: www.tresoar.nl

 

Vanuit de gegevens (zie website) heeft de voorfamilie Bosma’s als beroep:

Vanaf 1800 landbouwers; dit geldt ook voor het voorgeslacht Sietzema.

Vanaf 1850 landbouw en veeteelt.

De meesten hebben eigen boerderijen.

 

Beroepen voorgeslacht Reertdina Steenhuis:

 

Vanuit de gegevens (zie website) heeft de voorfamilie Steenhuis als beroep:

Vanaf 1700 landbouwers; de voorfamilie van de Rietgeldt: vanaf 1750 veehouder en vanaf 1800 landbouwer.

De meesten hebben eigen boerderijen.

 

Notitie:

De voorfamilie van Trijntje Eppes Doornbos (vrouw van Harm Steenhuis (Knijpsterheerd) waren, zover we na kunnen gaan, landbouwers met eigen heerden.

Alleen in 1650 komt één keer voor als beroep: boer.

Ook is opvallend dat in de voorfamilie van Trijntje Doornbos veel mensen een kerkelijke functie hadden, m.n. ouderling/diaken en kerkvoogd.

 

Conclusie:

Op grond van bovenstaande gegevens kun je - zij het voorzichtig -  vaststellen dat de voorouders van Geeuwke Bosma en Reertdina Steenhuis  bijna allemaal het beroep van landbouwer, soms in combinatie met veeteelt, uitoefenden. Ca.100%.

Dit geldt ook voor Geeuwke Bosma.

 

 

Beroepen kinderen van Geeuwke Bosma en Reertdina Steenhuis:

 

Beroepen 11 kinderen:

 

4 mannen:             36%

4: landbouwer / veehouder      

36%

7 vrouwen:            64%

3: de echtgenoot is werkzaam als landbouwer/veehouder.

27%

 

4: de echtgenoot valt onder overige beroepen, zoals: onderwijzer, bedrijfsleider, ploegbaas

36%

 

Conclusie:

Het beroep landbouwer/veehouder komt voor bij 4 mannen: = 36%

Rekenen we de vrouwen mee die gehuwd zijn met een landbouwer/veehouder = 27% , dan  wordt dit 64% is werkzaam als landbouwer.veehouder

Beroepen kleinkinderen van Geeuwke Bosma en Reertdina Steenhuis:

 

Beroepen 71 kleinkinderen:

 

39 mannen:

55%

9    landbouwer/veehouder

13%

 

30  overige beroepen o.a. (14 bedrijf, 7 leraar, 3 ICT, 3 vrij beroep,1 politie, 2 overige)

42%

32 vrouwen:

45%

18 oefenen zelfstandig/naast huisvrouw hun beroep uit

(verpleging 10, onderwijs 4, overige 4)

25%

 

14 zonder beroep:

  • 4: de echtgenoot is werkzaam  in de agrarische sector. (3 veehouder);  (6%)
  • 4: de echtgenoot is middenstander (6%)
  • 6: de echtgenoot valt onder overige beroepen (8%)

 

20%

 

Conclusie:

Het beroep landbouwer/veehouder komt voor bij 9 mannen: = 13%

Rekenen we de vrouwen mee die gehuwd zijn met een landbouwer/veehouder =  6% dan  wordt dit 19%.