Metaforen


Meerten ter Borg: Vanaf de Verlichting kon de Bijbel niet meer gelden als Gods woord. Zij werd een verzameling geschriften uit verschillende meer of minder barbaarse perioden. Men moest de sociale positie en de belangen van de schrijvers (meestal priesters), in de beschouwingen betrekken. De Bijbel is hooguit door God geďnspireerd. De verhalen moeten goeddeels als
metaforen (beeldspraak) worden opgevat. 10

 

Symbolen


-‘De
godsdienstfenomenologen hebben ons geleerd op wat voor wijze de eerste christenen in hun levensbeschouwing aansloten bij de mythen en symbolen van de Oude Egyptenaren. En hoe een dergelijk symboliseringsproces in zijn werk ging. Het is niet zo, stellen zij, dat de christenen die beelden bewust ontleenden aan andere culturen, maar dat die beelden zelf, hen onbewust dreven. 01

 

- Symbolen zijn werkelijkheden die onpeilbaar zijn. Ze trekken het alledaagse bewustzijn buiten zijn grenzen en doen een appčl op onze verbeelding en intuďtie. Een symbool betekent niet iets, het is iets. Alles kan voor ons tot een symbool worden, maar nooit los van onze ervaring. Symbolen decoderen je werkelijkheid’ 01 pg 10,11

 

- Tal van waarheden die men christelijk is gaan noemen, bestonden al duizenden jaren eerder in het Nijldal, zoals goddelijk zoonschap, maagdelijke geboorte, goddelijke drie-eenheid, verrijzenis uit de dood, verblijf in de onderwereld, onsterfelijke ziel. 01


De religieuze mythe

 

- Een mythe is een verhaal over goden en helden in een onbepaald verleden, dat niet werkelijk is gebeurd, maar waarin wel een diepe waarheid wordt verteld over de wereld en het menselijk leven. Het vroege Christendom is geënt op ideeën in het Oude Egypte.

 

- Kuitert: ‘Alleen in het verhaal, in de religieuze mythe, kan het echt gebeuren. Als we in het verhaal blijven, dan klopt de wereld niet, het gebeurt niet echt wat we daar lezen. We horen God niet spreken, als we in nood gezeten zijn, in tijden van grote of kleine rampen helpt Hij ons niet. 'Waar blijft God?' roepen de mensen, maar ze krijgen geen antwoord.’ 06 2005, pg 92

 

- Nico ter Linden: de verhalen in de Bijbel zijn niet echt gebeurd. Het was altijd de schrijver die zijn eigen visie, zijn eigen beleving onder woorden bracht. 04

 

Allegorieën

 

Origenes, geb. 185 n.Chr., ontwikkelde het principe van de allegorische interpretatie. Wat naar zijn mening onderscheiden moet worden zijn
- de oppervlakkige, letterlijke betekenis van de Bijbel

- de diepere, geestelijke betekenis.
Een allegorie (beeldspraak) in de literatuur is een uitgewerkte metafoor: een symbolische voorstelling van een idee dat in het hele verhaal wordt volgehouden. Neem als voorbeeld de
grotmythe van Plato.

 

Archetypen

 

- Van der Kaaij: ‘Christenen brengen hun boodschap onder woorden op basis van archetypen. Het evangelie is een afspiegeling van wat in onze psyche verankerd ligt. Het lag - en ligt - in de diepste laag van ons bewustzijn opgeslagen’.05, pg 272.

 

- Van der Kaaij: ‘Er zijn in wezen geen principiële grenzen tussen de godsdiensten, ze zijn uit hetzelfde hout gesneden, uit dezelfde bron opgeweld.’ Moslims, christenen, joden e.a. staan in hun diepere laag, het collectief onbewuste, in dezelfde traditie. 05, pg 127