Ger Groot beschrijft de visie op ons bestaan zoals de filosoof Heidegger (1889-1976) die onder woorden brengt. Heidegger zegt over het het zijn van de dingen “Een ding kunnen we zien, in de hand houden en manipuleren, maar dat geldt niet voor het bestaan van dat ding dat een heel eigen aard heeft. De betekenis van dat bestaan onttrekt zich aan onze macht. Niet dat we zo'n ding niet zouden kunnen vernietigen: natuurlijk kunnen we dat. Maar wat we daarmee niet veranderen, is het simpele feit dat het ding er is (of geweest is) en dat we over de betekenis daarvan nooit zomaar zeggenschap hebben”. 40 pg 273


Hiermee vergelijkbaar richt Heidegger zich op de mens als een ‘ZIJNDE’ . Hij schrijft “Het ZIJNDE 'is' niet, maar: Es gibt Sein. Wie of wat 'geeft' dat Zijn? Niet God, een echte gever is er niet. Als het bestaan een zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf maken. Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan zijn daarvoor noodzakelijk.
De wereld waarin ons bestaan zinvol kan zijn, wordt niet van begin af aan door onszelf ingericht. De verlegenheid van de moderniteit met dat hinderlijke gebrek aan zelfbeschikking weerspiegelt zich in de discussie rond wat vandaag de dag met een onthullend woord het ‘zingevingvraagstuk’ heet.

 

‘Zin’ geef je nu eenmaal niet aan je leven. ‘Zin’ is er of is er niet. ‘Zin’ is geen object maar bestaat in de inbedding waarbinnen wij bestaan. ‘Zin’ is net zo’n ongrijpbaar woord als ‘zijn’ of ‘wereld’ : het verwijst niet naar iets, maar naar de voorwaarde waaronder dat ‘iets’ kan bestaan.” 40 pg 275