Liberaal Christendom als mentaliteit

 

 

Mens, durf te weten

 

Wat heeft weten met durven te maken? Met weten wordt hier niet bedoeld het kennen van de feiten en de regels die men in het dagelijkse leven nodig heeft. De zon gaat morgen om zes uur op en om acht uur weer onder. We leven bij de gratie van dit soort kennis. Het weten ervan heeft niets griezeligs. Eerder het tegendeel. Het is kennis die maakt dat wij ons geborgen voelen in de wereld. Er valt niets te durven.

Maar er is een andere vorm van kennis. Dat is kennis die de gevestigde kennis overstijgt en daardoor ondermijnt. Het is verontrustende kennis, die datgene wat vanzelf spreekt ter discussie stelt. Het vragen naar het hoe en waarom van de alledaagse vanzelfsprekendheden kan beangstigend zijn. Het kan de voor het overleven noodzakelijke ontologische geborgenheid op het spel zetten. Streven naar dat soort kennis stuit op weerstand en vereist durf.

 

Gevaarlijke kennis


Er is moed nodig voor het voortbrengen en verkondigen van kennis die afbreuk doet aan wat men gewend is en zo de ontologische geborgenheid op het spel zet. Die kennis is voor iedereen gevaarlijk omdat zij de maatschappelijke orde ondermijnt. Zij veroorzaakt verwarring en de agressie die daar weer uit voortkomt richt zich op wie deze kennis heeft voortgebracht. Daarom is moed vereist.

Er zijn hiervan voorbeelden te over uit de geschiedenis. Zo gold in de zestiende eeuw dat de aarde om de zon draait en niet omgekeerd. Toen Copernicus en Galilei tot het inzicht kwamen dat de aarde om de zon draaide, was dat gevaarlijke kennis omdat zij het zingevingssysteem van de samenleving ondermijnde. Ze zette het hele pakket kennis dat men meende te hebben, op zijn kop en daarmee vervolgens ook de orde en de hiŽrarchie die op die kennis gebaseerd waren. Daarmee werden uiteindelijk de machtsposities die met die ordening vergroeid waren, bedreigd. Geen wonder dat de mensen die dit soort kennis ontwikkelden nogal eens ter dood gebracht werden. Hun nieuwe kennis was een aanslag, niet alleen op de religie, maar op de hele maatschappelijke orde. Het was een soort hoogverraad in het kwadraat. Bij hoogverraad hebben de verraders het slechts gemunt op de gevestigde machthebbers. Maar hier heeft men het gemunt op een opvatting van de werkelijkheid zoals die met het dagelijks leven en met de machtsverhoudingen vervlochten is. Alleen al voor het vergaren van dit soort kennis is durf nodig.


Men verwijt het vaak de kerk, of de christelijke religie in het algemeen, dat brengers van nieuwe boodschappen op de brandstapel werden gezet. Dat verwijt is juist, maar het betreft hier geen misdaad waar de kerk het patent op heeft. In het Griekenland dat wij zien als de bakermat van de democratie en het seculiere denken, werd Socrates vanwege het verspreiden van Ďondermijnende kennisí onder de jeugd, ter dood veroordeeld. Dat gebeurde ongeveer een half millennium voordat de kerk werd uitgevonden. Ieder maatschappelijk stelsel, ieder kennisbolwerk verzet zich op agressieve wijze tegen kennis die de legitimiteit van zijn aanspraken ter discussie stelt. Het is kennis die onderdrukt wordt omdat die al te gemakkelijk tot een ondermijning van de ontologische geborgenheid en de maatschappelijke orde kan leiden.


In elke samenleving wordt wel ergens potentieel gevaarlijke kennis ontwikkeld. Deze bedreigende kennis komt van tijd tot tijd aan de oppervlakte. Als dat gebeurt, staan verschillende wegen open.

De eerste weg is de dreiging onschadelijk te maken door de aanstichter ervan, het liefst op een zo zichtbaar mogelijke manier, af te straffen en dit zo te gebruiken om de gevestigde orde te versterken. De brenger van de gevaarlijke kennis wordt te kijk gezet als een misdadiger, een ketter, een gek, of een verrader. Het publiek wordt ervan doordrongen dat diens kennis gevaarlijk is en dat men er maar beter verre van kan blijven. Zo komen de brandstapels in de wereld. Volgens de socioloog Durkheim hebben deze nog een functie. Doordat er een gemeenschappelijke afkeer van de deugniet wordt geschapen en iedereen meedoet aan diens verkettering, groeit het wij-gevoel: wij zijn met elkaar goed want wij onderdrukken met ons allen het kwaad. Zo worden niet alleen de gevaarlijke denkbeelden uitgebannen, de cohesie van de samenleving wordt er ook nog eens door versterkt.


Maar niet altijd is dit de reactie op bedreigende ideeŽn. Vaak wordt gevaarlijke kennis geabsorbeerd of geannexeerd. Het is mogelijk dat men de nieuwe ideeŽn inzet om de ontologische geborgenheid juist te vergroten. Men gebruikt de innovaties om de vertrouwde kennis te corrigeren of te verrijken, zonder dat deze zelf gevaar loopt. Ook kan men kennis overnemen en tot geheime kennis verklaren. Er komt een taboe op te liggen en alleen de elite heeft er toegang toe. Zo wordt gevaarlijke kennis gekanaliseerd en aangewend om bijvoorbeeld een deel van de elite extra aanzien te geven en zo zijn macht te vergroten. Een geheime leer is een uiterst geraffineerd en efficiŽnt machtsmiddel.


Dan is er nog een derde mogelijkheid. Heel soms komt er een omslag. De vermaledijde kennis wordt omarmd en een revolutie in de kennis en vaak ook in de samenleving is het gevolg. Vaak is dat een stille, geleidelijke revolutie. De mensen raken aan de nieuwe ideeŽn gewend, zij beginnen zich te verzoenen met de eigen positie ten opzichte van de nieuwe ideeŽn. Men gaat ze overnemen: een nieuw wereldbeeld is geboren. Als de opinieleiders zover zijn, volgt ook de rest.


Voor welke van deze strategieŽn een samenleving opteert, hangt van de omstandigheden af: van de machtsverhoudingen, van de stemming die er heerst in een bepaalde cultuur en van de houding tegenover dissidenten.

 

Metakennis


In de Verlichting werd een omslag gemaakt in de waardering van de traditionele, geruststellende kennis. De traditie bepaalde niet langer wat geldige kennis was. Integendeel: kritiek werd de maatstaf voor geldige kennis. Kritiek werd zelfs een middel tot het verwerven van geldige kennis. Voor kritiek worden maatstaven vastgesteld en alles wat binnen die maatstaven valt wordt als geldige kennis erkend.

Dit kennisideaal leidde tot een andere vorm van gevaarlijke kennis. In het ontwikkelen van dŪt soort kennis heeft Immanuel Kant een hoofdrol gespeeld. We zouden het metakennis kunnen noemen. Het is het inzicht dat kennis menselijk is en dat iedere vorm van kennis daarvan de sporen met zich meedraagt. Ieder kennissysteem, hoe volmaakt ook, heeft zijn blinde vlekken. Het is mensenwerk. Het is verworven en uitgewerkt door een zoogdier met een mentale uitrusting die gevormd is door en voor de strijd om het bestaan.

Dit inzicht in de principiŽle gebrekkigheid van de menselijke kennis is verontrustend. Dit is de ware gevaarlijke kennis. Het is kennis die nooit comfortabel wordt, die nooit de ontologische geborgenheid brengt waarnaar men zoekt. Men kan nooit meer zeker zijn van zijn zaak. Kennis is altijd relatief.

De relativiteit van kennis maakt dat men de context van de kennis een rol laat spelen in de beoordeling van de kennis. Dit heeft zijn weerslag gehad op religieuze kennis. Men is bijvoorbeeld bijbelse verhalen gaan relateren aan de sociale en culturele omstandigheden waarin ze tot stand zijn gekomen. Van nu af aan kon de Bijbel niet meer gelden als Gods woord. Zij werd een verzameling geschriften uit verschillende meer of minder barbaarse perioden. Men moest de sociale positie en de belangen van de schrijvers (meestal priesters), in de beschouwingen betrekken. De Bijbel is hooguit door God geÔnspireerd. De verhalen moeten goeddeels als metaforen worden opgevat.

 

Wat men gelooft en niet gelooft is afhankelijk van de gelovige. De traditie wordt een keuze. Kiezen voor de traditie is ook weer afhankelijk van de sociale en culturele context waarin de keuze gemaakt wordt. Maar het blijft toch een persoonlijke keuze. Men is opgevoed in een westerse, christelijke cultuur en dat bepaalt voor een groot deel de keuze, maar men moet uiteindelijk zelf de afweging maken. Men moet zelf beslissen of, en vooral hoe, men kiest voor de verworvenheden van deze cultuur.

Daar komt bij: weten dat zijn waarden uiteindelijk op niets gebaseerd zijn, maar niettemin hechten aan die waarden en weten dat de realisatie van die waarden afhankelijk is van die gehechtheid en van niets anders. Weten dat goed en kwaad en waar en onwaar afhankelijk is van jou en van je soortgenoten. Niet van een god, niet van een bovenmenselijke instantie, niet van iets met een hoofdletter zoals de Rede, niet van een ingeboren onbetwijfelbare Maatstaf, maar van mensen die zich nu eenmaal aan die waarden gehecht hebben. Het is kennis die eist. Juist omdat zij ervan uitgaat dat ook zij maar een beperkte waarde heeft, een beperkte geldigheid en geen objectief, onaantastbaar geheel vormt dat men slechts hoeft te voltooien om alles te weten wat kenbaar is, juist daarom verlangt deze kennis engagement.

We zijn allen gelovigen. We zijn vrij om te geloven en ons geloof te kiezen. Het Ďdurf te wetení impliceert de harde waarheid dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons geloof en onze traditie. Dat is een implicatie van de kritische metakennis: mens durf te geloven. Accepteer dat het geloof van jou afhankelijk is.

 

Een lange traditie


De Verlichting kan gezien worden als een doorbraak van de kritische geest. Hier is een lange traditie van vrijzinnigheid uit zijn sluimertoestand gewekt en tot wasdom gekomen.

De traditie begint in het oude IsraŽl, waar profeten zoals Mozes en Jeremiah zich verzetten tegen de waan van de dag. Jezus Christus beroept zich op de joodse traditie en binnen dat kader brengt hij nieuwe waarden naar voren. Hij gaat op een vrijzinnige manier met de traditie om.

Hetzelfde zien we bij de Griekse wortels: Socrates, notoire uitlokker van gevaarlijke kennis, is tot op de dag van vandaag een centrale figuur in de westerse cultuur. De socratische methode geldt als een ijkpunt van intellectueel fatsoen.

Volgens Nietzsche is de traditie van het doorvragen zichzelf noodlottig geworden. Als je alsmaar doorvraagt, alles onder kritiek stelt, blijft er uiteindelijk niets over. Niets is heilig, geen enkele waarheid of waarde is bestand tegen het eindeloos doorvragen. Geen waarde die dit hebben kan. Nihilisme zou uiteindelijk het resultaat zijn. Dat lijkt plausibel: het denken heeft een vast punt nodig. Samenlevingen hebben een vast punt nodig, dat heilig is en onaantastbaar. Maar een dergelijk vast punt is er niet.

 

Bron:

Meerten ter Borg, Vrijzinnigen hebben de toekomst, 2010, Gedeelte uit Deel II, hfdst 5