Mensbeschouwing

 

Inhoud

I. Mijn mensbeschouwing. 3

Inleiding. 3

De invloed van Hans Meijer 3

II. De Moderniteit, van 1650 tot heden. 3

1. Vanaf de 16e eeuw.. 3

2. Vanaf ca. 1960. 4

a. Postmodernisme. 4

b. Het postmodernisme voorbij 4

Filosofen in deze tijd, Levinas, Verhaege, Taylor, Groot 4

Ervaringen in mijn eigen leven. 4

III. Moderniteit in filosofie en theologie. 4

1. De hermeneutische methode. 4

2. Moderniteit en filosofie. 5

Dilthey, Heidegger, Ricoeur 5

3. Moderniteit en theologie. 5

Bultmann, Tillich, Kuitert, vd Berg, Benjamins. 5

Waar ik zelf mee wil leven. 6

4. Liberale theologie. 6

4.1 Mens durf te weten! 6

4.2 De Amsterdamse School I 6

Deurloo, Zuurmond, C + N ter Linden. 6

Welke conclusies trek ik? Welke informatie raakt mij?. 7

4.2 De Amsterdamse School II 7

van der Kaaij. Jezus als een waarheid in alle tijden. 7

Mijn reactie. 7

Fokko Omta, theoloog. Naar een post-theďstisch zondebegrip. 7

Mijn reactie. 8

IV. Religie en archetypen. 8

Archetypen en 'collectief onbewuste' 8

Archetypen en christelijke leer 8

Mijn visie. 8

V. Theologische verkenningen. 8

1. De betekenis van Het Kruis. 8

1. Jezus’ appčl: ieder neemt zijn eigen kruis op. 8

2 Marcus, Origenes, Levinas. 8

Mijn eigen visie. 9

2. Interpretatie van het hiernamaals. 9

1. In de oudheid. 9

2. In de huidige tijd. 9

Mijn eigen visie. 10

VI. De vraag naar de zin van het leven. 10

1. Leven in huidige tijd. 10

Inleiding. 10

Een zinvol leven. Martela. Frankl. Eger. 10

Commentaar 10

2. Is onze wereld maakbaar?. 10

Ons bestaan als geschenk. Heidegger. 11

Je leven is maar ten dele maakbaar. 11

Commentaar 11

3. Pedagogiek, begeleiding naar volwassenheid. 11

4. Ontwikkelingsfasen. 11

VII. Mijn eigen spirituele wereld. 12

1. Kunst 12

2. Religie. 12

3. Filosofie. 12

VIII. Conclusies. 12

1. Waaruit bestaat mijn mensbeschouwing?. 12

2. Kom tot je ZČLF. 13

 


 

I. Mijn mensbeschouwing

 

Mijn mensbeschouwing is gebaseerd op de filosofie, de theologie en de psycho-analyse. Het gaat mij in dit weblog om een indruk te krijgen van mijn eigen mensbeeld. Dit wil zeggen een doordachte voorstelling van wat het betekent mčns te zijn. Vragen daarbij zijn:

 

- Mijn leefwereld is een waardenwereld. Wat zijn mijn eigen waarden?

- Elk mens wil perspectief in zijn leven. Dit gebeurt via zingeving. Hoe geeft ik daar vorm aan?

- In hoeverre kan ik mijn diepe zelf omschrijven?
- Mijn eigen levensloop voltrekt zich. Wat is mijn invloed daarop?

 

Hetzelfde omschreven als proza-poëtische tekst

 

·       ‘Elk mens die leeft waardeert. Een leefwereld is een waardenwereld. Want leven is liefhebben en haten en achteloos voorbijgaan. Leven is voorkeur en afkeer, onverschilligheid en intens met iets bezig zijn. Leven is dingen moeten doen, die je niet graag doet en dingen niet kunnen doen, die je dolgraag zou willen doen. Elke mens heeft zo zijn eigen wereldje’.

·       ‘Waarderen is zingeven. Elk mens is een zingever. Iedereen brengt zingeving dagelijks in de praktijk’.

·       ‘Elk mens is een eigen zijn, met een eigen aard. Dit eigen zějn is geen vast omlijnd, massief blok. Het is eerder een kunnen-zijn, een taak die volbracht moet worden. Elk mens is een onbekend aantal mogelijkheden, die naar verwerkelijking dringen’.

·       ‘Een mens leeft geschiedenis. Hij moet zichzelf voltrekken. Van elk mens is een biografie te schrijven. Het ‘ik’ is een levensgeschiedenis, die zich in verschillende fasen voltrekt.’ Bron

 

Bernard Sietses, 2021

 

Inleiding

 

Als eerste stel ik de vraag waarom mensen meer en meer de kerk verlaten. Zelf was ik een van hen, dus het onderwerp heeft rechtstreeks betrekking op mijn eigen situatie.


De kerk als drager van het christelijk geloof heeft het moeilijk. Steeds meer mensen kiezen voor een eigen weg waar het gaat om hůn opvatting over het leven. De oorzaak is dat de christelijke verkondiging niet meer aanspreekt. Mensen vinden zichzelf er niet meer in terug. Lees
een artikel hierover.

In de tijd die achter ons ligt hadden mensen zčlf de ervaring schuldig te zijn tegenover God. De wortels hiervan liggen in de Middeleeuwen en in de tijd van de Reformatie waar menselijke schuld als het grootste kwaad werd gezien. Christus kon ons daarvan verlossen door zijn verzoening en kruisdood.
In onze tijd wordt schuldig-zijn niet meer op wijze deze ervaren. Zeker niet door mijzelf.

 

De invloed van Hans Meijer

Hierboven beschrijf ik waarom ik bezig was de kerk vaarwel te zeggen. Dat dit niet is gebeurd kwam door een bijzonder contact met ds. Hans Meijer. Na een kerkdienst hadden mijn vrouw en ik een goed gesprek met hem waarbij het ging over het Christelijk geloof in deze tijd. Al gauw merkte ik dat ik een achterstand had opgelopen, veroorzaakt door het feit dat het ‘geloof’ me niet veel meer te zeggen had.

Daarna, in 2018, nam ik deel aan zijn leerhuis waar het o.a. ging over

- de vraag waarom gelovigen zo vaak vast houden aan traditionele, orthodoxe kennis. Ook al is die verouderd. Waarom willen mensen niet eens weten welke nieuwe inzichten er zijn? 19

- de politieke geschiedenis van de Bijbel. 07

Nadat ik de betreffende boeken had gelezen verbaasde ik me over de nieuwe inzichten die de kerk te bieden heeft. Dit werd nog veel sterker toen ik kennis maakte met de inhoud van andere leerhuis-jaren. Bij mij brak het inzicht door dat de verhalen slechts een middel zijn om een veel diepere betekenis aan te geven. Het gaat om het begrijpen welke diepe waarheid achter een verhaal schuilt.

 

Literatuur die dit zeer goed ondersteunt is te vinden in

- het boek van Tjeu van den Berk, Het oude Egypte: bakermat van het jonge Christendom.

- de inhoud van Oude mythes en de Bijbel.

Het stuk ‘Oude mythes en de Bijbel’ begint met: ‘Recentelijk verschenen opmerkelijke boeken die ons uitdagen om de traditionele visie op de bijbel grondig te herzien. Bijbelverhalen – het geldt ook voor het evangelie – zijn gestoeld op oude mythen en dragen daarom ook zelf een mythisch karakter’.

 

Het was deze informatie die mij heeft gemotiveerd om studie te gaan maken van de hedendaagse theologie.

 

Te beginnen met een historisch overzicht dat ik laat beginnen in de 16e eeuw.

II. De Moderniteit, van 1650 tot heden

 

1. Vanaf de 16e eeuw

 

Tot de Reformatie in de 16e eeuw heeft de kerk het vol gehouden: de waarheid werd in een geloofsleer verpakt en als objectief aan de ‘gelovigen’ doorgegeven. Andersdenkenden werden gestraft.
Het probleem is echter dat ieder mens op een eigen, subjectieve, manier waarneemt en denkt. In de 17e-eeuw ontstond het rationalisme als stroming. Onder invloed van de filosoof Descartes ontstond de wending naar het subject.

De vraag werd gesteld dat als we dan niets anders hebben dan onze eigen inzichten, waarvoor hebben we dan God nog nodig? Wat moeten we met een kerk die ons van alles wil laten aannemen? 12, hfd 3

 

Sinds de Renaissance en de Verlichting leven we, gezien vanuit de filosofie, in het tijdperk van de Moderniteit. Deze periode is gebaseerd op een overwicht van de Rede. Hierbij werd uitgegaan van het bestaan van universele waarheid en ethische waarden.

 

Binnen deze moderniteit geef ik hieronder de ontwikkelingen vanaf ca. 1960.

 

2. Vanaf ca. 1960

a. Postmodernisme

 

Het postmodernisme is een cultuurstroming die ontstond aan het eind van de jaren 1950. Kenmerkend ervan is de radicale twijfel aan waarheid zoals die wordt opgeëist door systemen die hun eigen wetgeving vaststellen. Het gaat daarbij om de ‘grote verhalen’ die waarheid claimen, zoals gebeurt in de politiek en in orthodox theologische stromingen. Men proclameert het einde van de ideologieën.

 

b. Het postmodernisme voorbij

 

Tijdens het postmodernisme ontstond een cultuur van zelfverwerkelijking, mensen werden blind voor belangen die over hun eigen doel heen reikten. De stroming ging gepaard met een op hol geslagen individualisme met als neveneffect dat ze geen interesse meer hebben voor hun medemens. Het zijn onderstaande wetenschappers die hier tegenin gaan.

 

Filosofen in deze tijd, Levinas, Verhaege, Taylor, Groot

 

Levinas, filosoof

 

Levinas ziet als belangrijkste fenomeen van het mens-zijn de relatie met zijn medemens. Hij vraagt zich af: ‘Wat gebeurt er als iemand mij aankijkt?' Aankijken maakt je bewust van een ander, in zijn anders-zijn. Je kunt je het beeld van de ander niet toe-eigenen en je kunt het ook niet ontwijken. Je moet er wat mee. En dat is het begin van de onvermijdelijke dialoog. De werkelijkheid verschijnt door interactie van ‘ik' en de ‘ander'.

 

Paul Verhaeghe, psycholoog en psycho-analiticus 

Paul Verhaeghe (1955): ‘de opvatting dat een mens een individu zou zijn is een grote misvatting. Wij zijn uitdrukkelijk sociale wezens. En alles wat wij doen is in verhouding tot anderen.’ 24

Charles Taylor, filosoof en theoloog

 

‘De mens is zichzelf steeds meer gaan zien als een individu met het recht op een eigen levensstijl. Hij kan zijn eigen keuzes maken, zijn eigen geweten en overtuigingen volgen.

Bij de huidige mens ontbreekt het gevoel om voor een hoger doel te leven. Mensen zijn hun plaats in een transcendente orde kwijtgeraakt. Taylor denkt daarbij aan de oppervlakkigheid waarmee men leeft. De hedendaags mens is mathematisch, calculerend en stelt zichzelf primair de vraag wat iets kost en wat het oplevert. Het economische denken voert de boventoon. Daarmee is de ruimte voor een ethiek grondig uitgehold’. 41, 2000, pg 107 ev

Ger Groot, filosoof

 

Hoe atheďstisch onze cultuur ook geworden mag zijn, ze is nog altijd diep gelovig. Ze is diep overtuigd van de waarheid van de mensenrechten, van de wetenschap, van de democratie, en eerst en vooral van de waarheid zelf. 41,Voorwoord

 

Ervaringen in mijn eigen leven

 

In het gereformeerde milieu waarin ik opgroeide stonden de waarden en normen vast, ze waren een richtlijn voor mijn opvoeding. Ze domineerden zowel thuis als op school, in ‘onze’ politieke partij als in ‘onze’ krant.

De gereformeerde identiteit werd op mij als kind en jeugdige overgedragen. Mijn adolescentie en de jaren die daarop volgden vielen volop in de tijd van het postmodernisme. (Overigens werd deze naam pas in 1979 geďntroduceerd.)

In de vele gesprekken die ik had met familie en vrienden was ‘wereldbeschouwing’ nogal eens het onderwerp. Ik voelde me thuis in de gesprekken waar gereformeerde waarden onder de loep werden genomen. Niet alles voor zoete koek aannemen, maar vragen naar achtergronden. Om die reden vond ik de publicaties van de theoloog Harry Kuitert bijzonder interessant. Hij bracht onder woorden wat ik - vaak latent- van belang vond.

De filosofiecolleges van de hoogleraar Dr J.G. Bomhoff die ik tijdens mijn studie pedagogiek volgde waren voor mij een doorbraak. Ik wist niet dat ‘filosofie’ zó verrijkend kon zijn in je leven, je zoveel nieuwe en volstrekt andere inzichten kon geven. Ik ben de liefde voor die tak van wetenschap dan ook nooit meer kwijtgeraakt.

Ook de psycholoog Abraham Maslow maakte op mij veel indruk. Hij was helemaal gericht op een optimale ontwikkeling van het mens-zijn. Worden wie jěj bent. Opklimmen naar zelfverwerkelijking en zelfs naar zelftranscendentie. De mens als individu stond daarbij centraal. 23

 

Een halve eeuw later werd ik me ervan bewust dat ik midden in het postmodernisme had geleefd en misschien nog steeds leef. Het zijn de in dit hoofdstuk genoemde menswetenschappers die mij de kenmerken van dit postmodernisme hebben duidelijk gemaakt zoals een sterke gerichtheid op het individu, twijfel aan o.a. de kerkelijke leer en discussie over alles wat om je heen gebeurt.

 

Het postmodernisme heeft weliswaar geleid tot emancipatie, het mogen zijn wie je bent, het ontwikkelen van je eigen talenten, maar de negatieve effecten zijn nu ook zichtbaar. Deze zijn o.a. een doorgeslagen individualisme, sociale vereenzaming en een toenemend materialisme.

Het lijkt me dat de tijd gekomen is dat we een nieuwe weg ingaan waarbij we de negatieve effecten van het postmodernisme niet alleen onderkennen maar ook bijstellen.

III. Moderniteit in filosofie en theologie

1. De hermeneutische methode

 

De hermeneutiek veronderstelt dat een mens zichzelf en de wereld begrijpt door die te interpreteren. Ze veronderstelt dat mensen interpreterende wezens zijn, die altijd 'iets' waarnemen 'ŕls iets'. Vervolgens krijgt dit zijn plek in de wereld en begrijpt een mens zichzelf 'als iemand'. 12, pg 19, 20

 

Subjectieve ervaringen

 

Dit hele weblog staat in het teken van een studie met als doel een beschrijving van mijn eigen mensbeschouwing. Ik ga ervan uit dat ieder mens op een geheel eigen, subjectieve, manier het goddelijke ervaart.

2. Moderniteit en filosofie

 

Een beschrijving van het denken binnen de filosofie in de tijd van het modernisme. Hieronder de filosofen Dilthey, Heidegger en Ricoeur. Zij gebruiken alle drie de hermeneutische benadering.

 

Dilthey, Heidegger, Ricoeur

 

“De filosoof Wilhelm Dilthey (1833-1911) mag gelden als een aartsvader van de hermeneutiek. Hij zag aan het einde van de 19e eeuw dat de natuurwetenschappen zich sterk hadden ontwikkeld en succesvol waren en hij wilde de geesteswetenschappen ook van een stevige basis voorzien. De natuurwetenschappen keken op een heel abstracte manier naar de wereld.

De geesteswetenschappen bestuderen de geleefde ervaring van mensen, waar denken, willen en voelen met elkaar verstrengeld zijn en waar mensen iets nastreven of juist vermijden. Waardeoordelen spelen dan ook een belangrijke rol in het begrip van deze mensen.

 

De hermeneutiek werd verder ontwikkeld door de filosoof  Martin Heidegger (1889-1976) Hij radicaliseerde de hermeneutiek doordat hij die niet langer zag als een methode voor de geesteswetenschappen, maar als een fundamentele filosofie. Begrijpen (en dat was het doel van de hermeneutiek) komt volgens hem niet tot stand volgens een procedure om objectieve kennis te krijgen, maar is eerder een principiële houding waarmee mensen in de wereld staan. Mensen horen bij het Zijn, dat is de wereld, maar het Zijn manifesteert zich aan hen als zin. Dat wil zeggen: de wereld laat zich nooit neutraal of objectief zien, maar verschijnt alleen als een wereld van betekenis. Voordat we 'objectief' naar de wereld kijken, bewegen wij ons allang in de wereld en hebben we geleerd, wat we op welke plek moeten doen, welk belang daarmee gemoeid is en welke betekenis we aan mensen, gebeurtenissen en dingen moeten toekennen. Toelichting: Es gibt sein


Paul Ricoeur (1913-2005): De religieuze symbolen kunnen ons door een vernieuwde interpretatie toch weer een heilige dimensie laten zien. Het symbool geeft ons te denken, doordat het ons betekenissen aanreikt die in onze alledaagse beleving zo niet meer te vinden zijn en die ook alleen maar op deze wijze, namelijk door een interpretatie van symbolen, kan worden ontvangen. In de religieuze taal en symboliek schuilt daarom een meerwaarde, door een overschot aan betekenis, die ons nog steeds kan verrijken, maar die we wel als een vreemd geworden betekenis moeten opdelven”. 12, pg 20-23

 

3. Moderniteit en theologie

 

Het is het Liberaal Christendom dat zoekt het evenwicht tussen geloof en ratio.

 

Kenmerken van deze stroming

- Geloof mag niet gebaseerd zijn op valse aannamen en onwaarheden. Daarom wordt er veel aandacht besteed aan het zoeken naar historische waarheid.

- Geloofsvoorstellingen geven geen ware beschrijving van de echte wereld.

- Ratio en geloof gaan samen. Een kritische verhouding hiertussen geeft het Liberaal Christendom haar dynamiek

12, pg 16, 143

 

Ratio en Overtuiging

 

Zelf heb ik een voorkeur voor het gebruik van overtuiging in plaats van ‘geloof’. Het laatste vind ik teveel een platgewalst begrip, te weinig zeggend.
Er bestaat een merkwaardig verschil tussen ratio en overtuiging. Het rationele is een product van gezond verstand, verklaarbaar, verdedigbaar, onder te brengen in een algoritme of heuristiek. Een overtuiging overkňmt je, je gaat er pas later over nadenken om daarnŕ te zeggen dat het jouw standpunt is. Een verklaring van dit laatste is te vinden bij McLean. Hij ontwikkelde
een schema dat drie verschillende zones weergeeft van het menselijk brein. Je ziet daarin het verschil tussen de ratio en de dieper gelegen gebieden die als belangrijkste kenmerk hebben dat ze je overkňmen, zoals emoties, woede, liefde en intuďtie.

Naar mijn mening bestaat er een relatie tussen Ratio en Overtuiging. Deze geeft de mogelijkheid voor weloverwogen en kritische afwegingen. Het ‘Liberaal Christendom’ noemt dit als een van zijn kenmerken.

 

Wat zijn recente ontwikkelingen binnen de theologie? Passen ze bij een ‘Liberaal Christendom’?

 

Bultmann, Tillich, Kuitert, vd Berg, Benjamins

 

 

1. De religieuze mythe

 

De theoloog  Bultmann (1884-1976) is van mening dat de verkondiging van het evangelie inhoudelijk vernieuwd moest worden. ‘Mythologische geloofsvoorstellingen zouden moeten worden toegespitst op ons hedendaagse leven. Niet als waar gebeurde beschrijvingen van een werkelijkheid.

De mythologische voorstellingen zijn de verpakking van een boodschap die ons een nieuwe kijk op onszelf en een nieuwe wijze van bestaan wil geven’. 12 pg 18

 

De theoloog Kuitert (1924-2017). Het kritische gedachtegoed van 19e-eeuwse filosofen drong pas in de tweede helft van de 20e eeuw door. Het was Harry Kuitert (1924-2017) die zich via zijn boeken op dit terrein verdienstelijk maakte. Hij inspireerde mij in zijn boek ‘Hetzelfde anders zien’ om de vele religieuze begrippen een plaats te geven waar ze thuishoren, namelijk in het verhaal van de religieuze wereld. 06, 2005, pg 190,192

 

De theoloog Tjeu van den Berg (1938) toont aan dat zeer veel bijbelverhalen zijn gebaseerd op religieuze mythen. 01  

 

Een omschrijving van vijf religieuze begrippen symbolen, religieuze mythen, allegorieën, metaforen, archetypen.

 

2. Herinterpretatie

 

Tijdens de Verlichting (18e eeuw) werd, mede onder invloed van Kant, Schleiermacher en Hegel, een omslag gemaakt in de waardering van de traditionele, geruststellende kennis. Er ontstond een kritische houding, nog sterker, deze houding werd een middel voor het verwerven van geldige kennis.

De theoloog Benjamins schreef in 2016 dat ‘geloofsvoorstellingen in de meest uiteenlopende situaties steeds opnieuw betekenis krijgen doordat ze voortdurend opnieuw worden geďnterpreteerd met behulp van actuele filosofische ideeën’. 12 pg. 14


3. Zelfoverstijging

De theoloog Tillich beschrijft het geloof als een vertrouwen in het leven, als de moed om te ZIJN. De Bijbel geeft zelf de aanzet voor deze opvatting: het woord voor geloof dat in het Nieuwe Testament wordt gebruikt, betekent vooral vertrouwen. 12 pg 49

 

De theoloog Rick Benjamins (1952) ziet God niet als een almachtige die de wereld naar zijn hand zet. Daarvoor in de plaats is zijn stellingname dat God een ZIJNDE is die in de mens zelfoverstijging opwekt. 12 pg 18

 

Waar ik zelf mee wil leven


‘Liberaal Christendom’ past bij mij. De omschrijving die ik hierboven geef is precies datgene wat ik zelf voorsta, waar ik zelf mee wil leven.

Samengevat

1. De Bijbel komt met veel verhalen die mythologische geloofsvoorstellingen bevatten.

2. Geloofsvoorstellingen krijgen steeds opnieuw betekenis doordat ze in de loop van de tijd worden geherďnterpreteerd.

3. Het is God als een ZIJNDE die in de mens zelfoverstijging opwekt.

 

Opmerkingen

ad 1. De religieuze mythe

- Als kroon van zijn schepping creëerde God de mens, Genesis 1-3. Deze mens had geen kennis van goed en kwaad, kende geen ethiek. In deze fase was hij een ander mens,  moreel neutraal en gestuurd door zijn instincten.

- Door het overtreden van een Goddelijk verbod kreeg hij wčl de beschikking over ethische kennis en had daarmee de vrijheid om zijn eigen morele keuzes te maken. Deze vrijheid is in de filosofie beroemd geworden onder ‘Der Mensch ist der erste Freigelassene der Schöpfung’. Hij was dus niet meer overgeleverd aan zijn vóór-menselijke wijze van bestaan.

De consequentie van deze vrijheid was wčl dat hij gedurende zijn hele leven geconfronteerd zou worden met ethische keuzen. Hij werd verantwoordelijk voor zijn gedrag. Zie ook 11, 1973, pg 218 ev

 

ad 2. Herinterpretatie

De betekenis van geloofsvoorstellingen kan veranderen. In de protestantse kerk zijn het de ‘gelovigen’ zčlf die wel of niet open staan voor vernieuwingen. Verder hierover in het volgende hoofdstuk, te beginnen met de titel ‘Mens durf te weten’.

 

ad 3. Zelfoverstijging
Mensen hebben het vermogen om voor een hoger doel te leven. Ze kunnen deel uitmaken van
een transcendente orde. (Taylor) De vraag is of ze dit ook tijdens hun leven ontwikkelen. Als voorbeeld noem ik het verantwoordelijk zijn voor je medemens.  

Verantwoordelijkheid zie ik als de basis voor een waarden-vol gedrag. Het maakt deel uit van een levenslange ontwikkeling die kan uitmonden in zelfoverstijging. Maslow noemde dit het hoogste niveau van de ontwikkeling, een vervolg op de zelfactualisatie.  

 

En verder

 

Na het vorige hoofdstuk dat inzicht geeft van wat er op filosofisch en theologisch terrein is gebeurd, ga ik verder met het thema ‘liberale theologie’. Deze stroming slaat een nieuwe, verfrissende weg in, voor mij passend bij de tijd waarin we nů leven.


4.
Liberale theologie

 

4.1 Mens durf te weten!

 

Meerten ter Borg “De vraag kan worden gesteld waarom gelovigen zo vaak vast houden aan traditionele, orthodoxe kennis. Ook al is die verouderd. Er is moed voor nodig om standpunten in te nemen die afbreuk doen aan datgene wat men gewend is. Het veroorzaakt verwarring.

We zijn vrij om te geloven en ons geloof te kiezen. Het ‘durf te weten’ impliceert de harde waarheid dat we
zelf verantwoordelijk zijn voor ons geloof en onze traditie. Dat is een implicatie van de kritische metakennis: mens durf te geloven. Accepteer dat het geloof van jou afhankelijk is”. 19, hfd II,5 '

 

Als ik als uitgangspunt neem dat ik  ‘durf te weten’, wŕt wil ik dan precies weten?  Wŕt zijn de onderwerpen die ik aan de orde zou willen stellen? De theologen van de Amsterdamse School geven mij zeer interessante informatie.

 

4.2 De Amsterdamse School I

 

Het gaat over vragen die o.a. betrekking hebben op het goddelijke, de rol van de Bijbel en een ethiek die onze eigen waarden overstijgt.

Deurloo, Zuurmond, C + N ter Linden

 

Karel Deurloo, theoloog. Wie is God?

 

De vraag ‘wie is God?’ moet je naar de opvatting van Karel Deurloo (1936-2019) beantwoorden door een verhaal te vertellen. Niet met abstracte begrippen beginnen! Vertel bijvoorbeeld het verhaal van de uittocht uit Egypte in het Oude Testament.

 

Deurloo geloofde dat mensen verlost kunnen worden van machten die over je heersen en die je klein houden en afhankelijk. ‘Die macht kan de economie zijn, het geld, dat als een macht alles lijkt te beheersen. Maar in je persoonlijk leven kan het ook te maken hebben met het ‘moeten’: je moet dit en je moet dat, en je hebt nergens tijd voor. Daar moet je van bevrijd worden, want menszijn is meer dan horig zijn aan machten en aan verplichtingen.’ Bron

 

Rochus Zuurmond, theoloog

 

Rochus Zuurmond (1930-2020) schrijft ‘Het is noodzakelijk dat de Bijbelse boodschap opnieuw geijkt wordt op haar Bijbelse oorsprong. De reden daarvoor is dat kernwoorden als ‘God, geloof, schepping, Zoon van God’ een betekenis hebben gekregen die op dit moment meer verduisteren dan verhelderen’.


‘Geloven is niet wat het huidige spraakgebruik daaronder meestal verstaat: er een achterhaald wereldbeeld op na houden en een aantal hoogst onwaarschijnlijke feiten voor waar houden’.
‘Geloven is tegen alles in vasthouden aan de zaak waar de God van de Bijbel voor staat: menselijk, rechtvaardig en liefdevol samenleven, bevrijd van de tirannie van andere goden.
Geloven is nooit en te nimmer accepteren dat haat en geweld - met daaraan gekoppeld pijn en verdriet - absoluut onvermijdelijke, goddelijke zaken zijn.’
08, pg 39,40

 

 “Het bestaan van goden zou voor ons geen probleem moeten te zijn. Kijk maar om je heen; je ziet ze overal, iedere dag. Wij noemen ze weliswaar geen goden, maar machten. Machten die onze samenleving bepalen zijn er wel degelijk, zoals de Economie, de Markt, de Media, de Democratie, de Mode, de Rechtbank, Seksualiteit en Onze Cultuur. 'Economische groei' is ook typisch zo'n idee waarin we maar blijven geloven, net zoals ‘marktwerking’. In de praktijk functioneren ze precies zoals de goden in de oudheid. Het zijn de machten in de samenleving die zó vanzelfsprekend zijn dat ze bij ons niet als macht (god) worden herkend. Hun gezag wordt probleemloos als vanzelfsprekend ervaren”. 08, pg 84

 

Carel ter Linden, protestants predikant

 

Carel ter Linden (1933): De voor ons leven en onze samenleving essentiële grondwaarden, zonder welke deze wereld in een chaos zou veranderen, komen ons niet van boven of buiten ons bestaan aangevlogen; de mens heeft ze met vallen en opstaan ontdekt als de enige weg om het leven met elkaar mogelijk te maken, en herkend als eeuwige waarden.

 

Het zijn dragende krachten zoals trouw, liefde en rechtvaardigheid die het leven en deze wereld bijeen houden. Ze zijn transcendent van karakter. Ze stijgen uit boven ons begripsvermogen. Ze komen niet uit ons voort, ze zijn op de een of andere manier met dit leven verweven en gaan daarom aan ons mens-zijn vooraf. De beeldende geloofsverhalen in de bijbel maken dit duidelijk. 03, pg 130 ev

Nico ter Linden, protestants predikant

 

‘Het is wel waar, maar het is niet echt gebeurd’. Dat is kort samengevat hoe Nico ter Linden (1936-2018) naar de Bijbelse verhalen keek. Hij geloofde niet in de historiciteit van de Bijbelse verhalen’.

In 1996 verscheen het eerste deel van zijn zesdelige serie ‘Het verhaal gaat ...’, een hervertelling van de verhalen uit de Bijbel. De serie was vooral een poging de verhalen uit te leggen als niet historisch-waargebeurd maar wel waar.

‘Het gaat niet om het geloof in Jezus; Jezus wilde het geloof in Israëls God nieuw leven inblazen, zoals het tot hem kwam in de Thora. En als we het geloof van Jezus in kaart brengen, dan komen we uit bij wat hij zag als de kern van de Thora: ongeloof in de goden van geld en macht en andere verslavingen, zodat er ruimte en tijd en geld vrijkomt voor daden van liefde en barmhartigheid en gerechtigheid. Dat is een vrij hinderlijke boodschap, de verkondiging helpt ons om bij de les te blijven.’ Bron

Welke conclusies trek ik? Welke informatie raakt mij?

 

Ik ben ervan overtuigd dat er een relatie bestaat tussen een individueel menselijke geest en een ‘transcendente orde’ (Charles Taylor) of zoals Carel ter Linden het noemt ‘dragende krachten’. Het zijn krachten waarvan we het bestaan kunnen voorstellen in de meest zuivere vorm. Enkele daarvan zijn trouw, liefde, rechtvaardigheid en medemenselijkheid. Deze houden het leven in deze wereld bijeen. Ze komen niet uit ons voort, ze overstijgen ons menselijk leven.

Verdergaande verheldering  geeft ‘de Amsterdamse School’ zoals:

- je kunt het transcendente, het goddelijke, eigenlijk alleen maar verduidelijken door het vertellen van een verhaal. Vandaar dat grote delen van de bijbel bestaan uit metaforen, symbolen, religieuze mythen, allegorieën en archetypen. Zoals Nico ter Linden treffend zegt ‘verhalen zijn wel waar, maar ze zijn niet echt gebeurd. Dat betekent dat de waarheid ŕchter de verhalen ligt. Toelichting symbolen etc.

4.2 De Amsterdamse School II

 

Hieronder ga ik verder met theologen die in hun denken overeenkomen met die van de Amsterdamse School.

 

van der Kaaij. Jezus als een waarheid in alle tijden

 

Wat maakt Jezus zo groot? Dit is de vraag waar het om draait bij Edward van der Kaaij (1952). De betekenis van het woord ‘bestaan’ van Jezus heeft een religieus mythische achtergrond. Dit ‘bestaan’ wordt door de evangelisten in een historische context geplaatst maar ‘Jezus’ blijft een waarheid in alle tijden.

‘Of Jezus letterlijk is opgestaan uit de dood doet er helemaal niet toe. Het gaat er om dat je als gelovige zelf opstaat uit je (geestelijke) dood. En of Jezus letterlijk blinden ziende heeft gemaakt is niet van belang, de genezing wil ons ertoe brengen dat wij zelf onze blindheid zien. Of Jezus doven de oren heeft geopend maakt niet uit, het gaat erom dat Jezus ons gehoorzaam maakt. Geen enkel 'feit' uit het leven van Jezus doet er toe, het kan net zo goed niet echt gebeurd zijn. Van de historische Jezus los, zou ik de verhalen zo uitleggen dat de wonderen ons ertoe willen brengen dat wij in Christus gaan horen en zien en in Christus uit onze dood opstaan. Dus dat hij de Levende in ons bestaan wordt. De opstanding, maar ook het leven van Jezus Christus, moet worden uitgelegd als metafoor van ons eigen ideale bestaan. 05 pg 147

In zijn studie stelt van der Kaaij vast dat ‘de apostel Paulus Jezus op spiritueel en mythologisch niveau plaatst, dat Jezus eerder bestond op kosmisch dan op historisch niveau. De messias van Paulus leek veel op de mysteriegoden in het oude Egypte’. ‘Christus was uitsluitend een spirituele verlosser, die verbonden was met een andere wereld’. 05 pg 173

Mijn reactie

De verdienste van Edward van der Kaaij is dat hij een aantal argumenten geeft voor de goddelijkheid van Jezus. Hij plaatst ‘Jezus’ als een waarheid in alle tijden, ook in het nů.

Fokko Omta, theoloog. Naar een post-theďstisch zondebegrip

 

Een psalm of gebed waarin mijn gemaakte zonden centraal staan heeft mij nooit aangesproken. Ik kon er niets mee, niet in mijn adolescentiejaren en nu nog steeds niet. Om die reden waren de woorden van Kuitert voor mij een opluchting: ‘De christelijke religie heeft te lang mensen klein gehouden. Eeuwenlang heeft de kerk mensen zondebesef ingedruppeld, en daarmee het leven van miljoenen mensen geordend, bepaald, ook ontregeld, en vaak gefnuikt. Gewone mensen waren zondaars, en dat moesten ze weten: zondaars mogen niet te hoog van de toren blazen’ 06 2002, pg 159

 

Interessant is dat Fokko Omta, theoloog, geb. 1956, een aantal jaren later in zijn dissertatie (2019) een post-theďstisch zondebegrip centraal stelt. Hij schrijft “er is onder veel Christenen een verandering gaande waarbij men van het traditioneel theďstisch beeld van een persoonlijke God verschuift naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als kracht of geest”.

 

 “Zonde heeft te maken met een persoonlijk-spirituele grens, die niet automatisch samenvalt met wat wel of niet geoorloofd is. Het betreft een veel dieper liggende grens, die je als mens juist wel of absoluut niet moet overschrijden. De vraag is: waar ligt die grens? Ligt die tussen jou en een verre God boven je? - zonde tegen Iemand - of ligt die grens in de mens zelf? - zonde tegen iets in jezelf.

‘Van nature geneigd tot alle kwaad’, klinkt heel anders dan ‘de meeste mensen deugen’. Juist als íeder mens deugt, is een kritisch zondebegrip onmisbaar. Maar dan niet één dat aangrijpt bij menselijke zwakheden, maar
gericht is op onze kracht. Zonde gaat dan niet primair in tegen een transcendent Opperwezen, maar tegen dat krachtige en meest wezenlijke in je zelf.”

Dit leidt tot een niet-theďstisch begrip van: ‘zonde als ontkenning van je eigen ‘geest’, achterblijven bij je betere ik. De tegenwoordige zondaar ‘vloekt’ niet naar boven, maar naar binnen”. Bron

Mijn reactie

Een verschuiving van het zondebesef - van een traditioneel theďstisch beeld van een persoonlijke God naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als kracht of geest - sluit volledig aan bij mijn eigen ervaring.

IV. Religie en archetypen

 

Archetypen en 'collectief onbewuste'


Carl Jung, psychiater en psycholoog (1875 – 1961), ontwikkelde een theorie over het collectief onbewuste en archetypen​. Hij geeft in zijn psychoanalyse een verduidelijking van het bestaan van archetypen: ‘Naast een ‘bewuste’ en een ‘persoonlijk onbewuste’ maakt elk mens deel uit van een collectief onbewuste. Dit laatste leidt al het tegenwoordige gedrag en vormt zo de machtigste kracht in de persoonlijkheid. We moeten er echter aan denken, dat deze vroege menselijke ervaringen onbewust zijn.‘
Het zijn de archetypen die inhoud geven aan dit 'collectief onbewuste' (archč = oorsprong). Het duidt de tegenwoordigheid aan van enkele psychische vormen die altijd en overal aanwezig zijn. Het is een soort oorspronkelijk patroon waarnaar andere, soortgelijke zaken worden gemodelleerd.

Jung identificeerde en besprak vele archetypen in de loop van zijn werk; bijvoorbeeld geboorte, dood, macht, god, de duivel en de aardmoeder. Er zijn evenveel archetypen als er typische, zich herhalende ervaringen zijn in de menselijke geschiedenis.

Er is een punt dat beklemtoond moet worden met betrekking tot archetypen: het zijn geen volledig ontwikkelde herinneringen of beelden in onze geest die we duidelijk kunnen 'zien'. We zijn ons niet van hen bewust. Zij beďnvloeden ons als tendensen, neigingen die bestaan op een onbewust niveau. 30, 1979

 

Archetypen en christelijke leer

 

De theoloog Tjeu van den Berk schrijft: het collectief onbewuste is de bron van waaruit de archetypen stromen. In het oude Egypte is het een fenomeen, even machtig en oorspronkelijk als de samenleving zelf.

Net als alle religie is ook de christelijke boodschap gebaseerd op universeel aanwezige ‘archetypen’ (symbolen uit een ‘oer-begin’, ontsproten uit de menselijke psyche). De ‘materie’ van de christelijke leer is oeroud; het ‘format’ is jong en eigentijds. Elementen als een goddelijk zoonschap, incarnatie, theogamie, maagdelijke geboorte, goddelijke drie-eenheid, verrijzenis uit de dood, verblijf in de onderwereld, onsterfelijke ziel, mysterie-inwijding, rituele wassing, heilige maaltijd, geboortefeesten, paasfeesten, een moedergodin, zijn in beginsel oermenselijk en universeel. 01

Mijn visie

Hier wordt nogal iets gezegd! De informatie vind ik zeer interessant, maakt mij heel veel duidelijk. De ničt-rationele aanwezigheid van een collectief onbewuste die in mij schuilt en daarmee deelname aan datgene wat mensen kan bewegen zonder dat ze er zelf weet van hebben. De diepliggende fenomenen, de archetypen, die ten grondslag liggen aan mijn hele psychische functioneren! Het zou voor mij veel ongeloofwaardige verhalen een eigen plaats geven.

Stel je voor dat ook Christus bestaat als archetype, de goddelijke aanwezigheid in je leven als mens, net als Horus de Zonnegod, hoever sta ik dan af van de Bijbel? In elk geval niet van de tekst in Joh 8:12 ‘Ik ben het licht voor de wereld’. Te zien op het beroemde icoon van Jezus als God van het licht.

Het sluit goed aan bij de woorden van Benjamins, 12, pg 87, die schrijft dat Christus het archetype is van de mens die leeft met God en daardoor gemeenschap sticht. Jezus transformeert mensen door ze verhalen te vertellen waarin als diepere betekenis aanwezig is om te leven op dragende krachten als liefde, rechtvaardigheid, barmhartigheid, vergeving, trouw.
Waarom kies ik voor Jezus Christus en niet voor Boeddha,
Hachiman, Vishnoe, Shiva enz?

- Omdat ik deel uitmaak van de Westerse cultuur waar het Christendom een dragende kracht is geworden. Oorzaak hiervan is een eeuwenlang durend epigenetisch proces. Epigenese doet een appčl op de genen en verandert de structuur ervan.
- Omdat ik
Christus kan plaatsen als archetype, als het spirituele.  Altijd en overal in mijn onbewuste aanwezig.

- Het bovenstaande komt overeen met de uitspraak van Jezus 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Joh. 14 : 6

V. Theologische verkenningen

 

1. De betekenis van Het Kruis

 

1. Jezus’ appčl: ieder neemt zijn eigen kruis op

 

Er bestaat veel onrecht in deze wereld, veroorzaakt door
- Individueel: hoogmoed, hebzucht, lust, jaloezie, onmatigheid, woede en gemakzucht

- Collectief: heersende machten, met name vanuit de politiek en de economie

 

Hoe om te gaan met dit onrecht? Hoe om te gaan met ‘de zonde’ die in de wereld heerst.

Heeft Jezus vanwege zijn kruisdood, waar hij stierf voor de zonden van de gehele mensheid, vrede en verzoening mogelijk gemaakt? De logica hiervan is voor mij niet te vatten.

Hieronder enkele opvattingen die mij wčl een logische richting aanwijzen.
 

2 Marcus, Origenes, Levinas

 

Marcus

Verloochen jezelf en neem je kruis op

Een individueel appčl:  keer om op je egoďstische levensweg en ga mee op het pad van de waarheid, van het licht. In de Bijbel te lezen:

Marcus 8 : 34 ‘Jezus riep de menigte […] bij zich en zei ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aankomen’.

 

Origenes

‘Het kruis’ moet je lezen als allegorie.

Origenesgeb. 185 n.Chr. te Alexandrië, gaf antwoord op de vraag naar de diepere betekenis van het kruis. Hij zegt dat Jezus zelf een verklaring geeft ‘De Logos wordt gesymboliseerd door de rechte stam waaraan ik hang. De dwarsbalk van het kruis staat voor de menselijke natuur die lijdt onder de fout van de eerste mens, maar met behulp van God-en-mens zijn echte natuur terug krijgt. Precies in het midden bevindt zich de spijker van discipline, bekering en berouw’.

 

Levinas

Een appčl aan jou persoonlijk

De Frans-Joodse filosoof, Levinas 20e eeuw: de verzoening in Christus niet verstaan zou moeten worden als een miraculeuze goddelijke vergeving van alle zonden, inclusief die jegens mijn naaste, maar veeleer als appčl aan mij persoonlijk tot een Messiaanse levenshouding waarbij ik, bevrijd van het kwaad dat mij isoleert en mij op mezelf richt, mij verantwoordelijk weet voor alle anderen.

Mijn eigen visie

 

‘t Bovenstaande geeft mij een niet alleen een logische interpretatie van ‘Jezus kruisdood’. Het raakt me ook gevoelsmatig.

In elk van de drie opmerkingen valt mij op dat een mensvriendelijke, een medemenselijke houding centraal staat:

- een mens die afstapt van zijn egoďsme en open staat voor kwetsbaarheid, zijn čigen kruis opneemt en daarmee een sociale, liefdevolle levenshouding aanneemt. 

- het kruis als een allegorie waardoor een diepere, geestelijke betekenis wordt gegeven.

- De opmerking van Levinas intrigeert mij in het bijzonder waar hij zegt ‘De verzoening van Jezus aan het kruis is een appčl aan mij persoonlijk’.

 

2. Interpretatie van het hiernamaals

 

Over het archetype ‘onsterfelijke ziel’, zoals hiervoor vermeld ga ik verder. Het fenomeen ‘onsterfelijke ziel’ komt voor bij Plato die het niet alleen heeft over een ‘nabestaan’ van de ziel, maar ook over een ‘vóórbestaan’ ervan.


Hoe wordt er gedacht over het hiernamaals? Welk verschil is er tussen een paar duizend jaar geleden en de huidige tijd?

1. In de oudheid


De filosofie van Plato (ca. 400 v Chr) is dualistisch: bovenaan een ideeënwereld waarin
'het goede, het ware en het zuivere' bestaan. Daaronder een leven op deze aarde. Wij mensen leven als gevangenen in een grot. Plato omschrijft dit in zijn grotmythe. We denken dat we op deze aarde in de werkelijkheid leven, maar onze menselijke werkelijkheid is slechts schijn.
‘Mensen kennen een verlangen om goed te doen, hebben een drang naar juiste kennis en zoeken naar schoonheid. De ziel is drijfveer om te streven naar het hogere, het onsterfelijke deel van de mens, het lichaam is een kerker, waaruit de ziel bij de dood ontsnapt’.
Plato distantieert zich daarmee van het aardse leven en zoekt de ware werkelijkheid in het rijk der ideeën die eeuwig zijn en onveranderlijk, dus onaards.

De schrijvers van het Nieuwe Testament gingen door met deze gedachte. Hemel en aarde bleven volstrekt gescheiden. Na zijn dood stijgt de menselijke geest op naar die andere, hogere werkelijkheid.

 

2. In de huidige tijd

 

Over het ‘hiernamaals’ wordt in de bestaande culturen verschillend gedacht. Niet alleen in globale zin, ook mensen denken er individueel verschillend over. Welke opvattingen kom je in het liberaal Christendom tegen? Enkele theologen aan het woord.


Kuitert, C ter Linden, Zuurmond

 

Harry Kuitert, theoloog. We zijn een tijd een plaats voor god

 

- De laatste adem

 

“Geest en adem horen bij elkaar, de samenhang tussen die twee verduidelijkt waarom wij voor een tijd een plaats van god zijn. Doodgaan is inleveren, adem inleveren. Wij zijn - heel letterlijk - voor ons bestaan aangewezen op lucht, op de lucht die we inademen. Is er geen lucht meer, dan stokt de adem en gaan we dood, en omgekeerd is doodgaan ophouden met ademen. Aangewezen op adem, op iets van buiten: dat element delen mensen met elkaar, zo handhaven ze zich. Zolang het duurt, ademen houdt een keer op: een mens blaast de laatste adem uit, zeggen we. We zijn 'plaats van god' af, als we doodgaan”. 06 2002, pg 195/196

 

In zowel het Hebreeuws als in het Grieks wordt hetzelfde woord gebruikt voor geest, adem en wind. Het Hebreeuwse woord 'ruach' en het Griekse 'pneuma' kunnen dus al deze betekenissen aannemen. Het is de taak van de vertaler om te beslissen welke hij gaat gebruiken. Als voorbeeld, vertaling NBG, Joh 3:8 ‘De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.'

- Elk mens is een tijdelijk verschijnsel 

 

“Wij zijn onszelf een raadsel, weten niet waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Waarom zijn we er maar even, en daarna niet meer? Elk mens is een tijdelijk verschijnsel. Zijn macht, waarde en waardigheid is begrensd door zijn tijdelijkheid.

Mensen zijn niet onsterfelijk, en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruilen we in voor het hierNU-maals”. 06 2002, pg 206

 

- De geest keert terug

 

Kuitert “De troost van een hiernamaals in te ruilen voor de upgrading van het nu, dat is het waar ik de voorkeur aan geef. Als we het doodgaan aanvaarden als natuurlijk lot, blijven we bovendien dicht bij de ervaring van het werkelijke leven. Geest is niet ons eigendom, het doodgaan bewijst dat tamelijk rigoureus. Het fantaseren van een verlengstuk aan ons leven doet in elk geval niets af of toe aan het harde feit van dat 'inleveren'. De hemel kun je ontkennen, bijzetten bij de illusies, maar dat je de geest weer inlevert, daar kan geen mens omheen. Wie dood is is uitgepraat. 'De geest keert terug' is dus veel realistischer.

De uitdrukking stamt uit het boek Prediker, een bijbelboek van een auteur die alle verhalen over god, mens en wereld achter zich heeft gelaten, en desondanks in de bijbel terecht kwam. 'De geest keert terug tot God, die hem heeft gegeven', zegt hij (Prediker 12,7). We hebben hem maar even, zolang als we leven”. 06, 2002 pg 209

 

“Geest is niet een bezit, mensen zijn geen eigenaars. Hij is er voor een bepaalde tijd, en daarna en daarna houdt het leven op, en dat 'ophouden' is hetzelfde als: de geest keert terug tot wie hem heeft gegeven”. 06, 2002 pg 210 
 

Carel ter Linden, protestantse predikant

- ‘Ik kan mij een perspectief over de grens van de dood als gelovige niet indenken. En wel omdat God, het levensgeheim, een geestelijke werkelijkheid is. De dragende kracht van deze wereld en van dit leven’.
- 'Leven' betekent: mij
in mijn leven voor deze krachten openstellen, om hiermee in verbinding met God te blijven, en mijn roeping als mens te kunnen vervullen. Maar ik kan die krachten niet los denken van ons lichamelijk en geestelijk bestaan op aarde, waarmee ze onverbreekbaar verbonden zijn. Als ik sterf, houdt die verbinding op. Die krachten hebben dan hun werk gedaan.’ 03 pg 176

 

Rochus Zuurmond, theoloog

 

“Als het over het hiernamaals gaat, moet worden bedacht dat 'leven' en 'dood' in de Bijbel geen primair biologisch gedefinieerde begrippen zijn, maar vooral sociale noties. 'Leven' is het goede, actieve leven, samen met anderen”. 08 pg 145

 

Mijn eigen visie

 

Voor mij is het duidelijk. De hierboven genoemde theologen geven mij een overtuigend antwoord. De levensloop van alles wat leeft, dus ook van de mens, bestaat uit drie fasen: groei, bloei en verval. Mensen zijn niet onsterfelijk en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruil ik in voor het hierNU-maals. Hoe een mens doorleeft na zijn dood? In zijn kinderen, in zijn familie. En bij degenen die hem hebben gekend.

 

Met al het bovenstaande ben ik op een draaipunt gekomen. Als ik geen uitzicht heb op een hierNA-maals, dan moet ik me inzetten op het ‘hier en nu’, op het leven dat ik leid in mijn eigen omgeving en gedurende de tijd die mij gegeven is. Met deze ‘hier en nu’-beperking zal ik in beeld moeten brengen welke zin mijn eigen leven heeft. Met dit onderwerp centraal ga ik verder met mijn weblog.

VI. De vraag naar de zin van het leven

 

1. Leven in huidige tijd

 

Inleiding

 

‘Wat de zin van mijn leven? Dit is een vraag die hedendaagse nadenkende mensen zichzelf stellen. De oorzaak daarvan is dat men zich heeft losgemaakt van bestaande ideologieën en om die reden zijn čigen weg moet zoeken. En dat is wat de moderne mens voor problemen zet. Het vaststellen wat de betekenis (de zin) is van jouw eigen leven heeft drie componenten.

a. Het geleefde leven. Je doet wat op je weg komt, datgene wat je interesseert en wat je aankunt.

b. Het gesproken leven. Je praat met degenen met wie je een goede relatie hebt over datgene wat je waardevol vindt of het tegenovergestelde, datgene wat ontoelaatbaar vindt.

c. Levensbeschouwing. Je bestudeert literatuur die bijdragen leveren om te komen tot belangrijke aspecten van een eigen visie op mens en samenleving.

Pas bij het derde niveau neemt het rationele aspect de belangrijkste plaats in. Daarvoor is dit het irrationele, het gevoelsmatige dat de impulsen geeft voor je denken en gedrag.

 

De psycholoog die mij aan het denken heeft gezet is Abraham Maslow (1908- 1970).

Uit het overzicht dat hij geeft over de verschillende ontwikkelingsniveaus is af te leiden wat de rol is van het a. geleefde, b. gesproken en c. levensbeschouwelijke componenten.

Binnen de top van zijn piramide, de zelfverwerkelijking, ligt tevens het aspect van de zingeving, zelfoverstijging en zelftranscendentie. Immanentie blijft daarbij echter wel zijn uitgangspunt. Dit houdt in dat een mens dčze wereld centraal plaatst, zich richt op het hier en nu een niet op een andere, betere en hogere wereld.

Kuitert zegt hetzelfde waar hij schrijft ”Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruilen we in voor het hierNU-maals”

 

Mijn conclusie is dat het de beschouwelijke mens is die tijdens zijn leven de zingevingsvraag wil beantwoorden. Hij doet er goed aan zich aan te sluiten bij een groep met min of meer dezelfde levensbeschouwing.
Wat je kan overkomen bij een gebrek aan zingeving? Een besef van doelloosheid, zonder perspectief, verveling, een somber gevoel van ‘het leven hoeft voor mij niet meer…’

 

Hierover enkele van deskundigen.

 

Een zinvol leven. Martela. Frankl. Eger.

 

De Finse filosoof Frank Martela (1981) stelt voor: zoek niet naar zin van hčt leven, maar naar zin in je eigen leven. Hij schrijft daarvoor het boek ‘Een prachtig leven. Hoe vind je zin in je bestaan? 45

‘Bijna iedereen is weleens overvallen door het gevoel dat zijn bestaan volledig zinloos is. Dat kan gebeuren wanneer je je werk ervaart als nutteloos. Of dat je te maken krijgt met een groot verlies zoals de dood van iemand waar je heel veel van houdt. Ineens komt de gedachte bij je op: mijn leven stelt niets voor, mijn leven is zinloos geworden’. Bron

 

Hoe geef je eigen leven opnieuw betekenis?

 

Het zijn Viktor Frankl (1905-1997), psychiater 31 en Edith Eger (1927), psycholoog 32 die beiden Auschwitz hebben overleefd. Ze hebben indringende ervaringen met mensen die wčl en niet de zin van hun leven ervaarden. Na de oorlog hebben ze een therapeutische praktijk uitgevoerd met als kern om patiënten weer lichtpunten te laten zien in hun leven. Het doel daarbij is de betreffende mensen los te maken van hun uitzichtloze bestaan, mensen met suďcidale neigingen weer tot positieve gedachten te brengen. Patiënten zullen daarbij zelf met initiatieven moeten komen. Zowel Frankl als Eger hebben de stelling dat het is volstrekt onmogelijk om voor een ander mens de zingevingsvaag te beantwoorden. ‘Het antwoord op deze vraag kun je alleen zelf vinden.’

Commentaar

 

Frankl en Eger hebben beiden ervaring met de verschrikkingen in helse concentratiekampen. Mede op basis van dič ervaringen gaven ze na de Tweede Wereldoorlog beiden hulp aan mensen die hun leven ervaarden als uitzichtloos. Mensen die er het liefst een eind aan zouden willen maken.

Martela’s visie is dat een antwoord op ‘de zin van hčt leven’ niet is te geven, maar dat je daarentegen wčl kunt werken aan de ‘zin van je čigen leven’.
Zowel Frankl als Eger passen dit in hun praktijk toe. Ze gaan ervan uit dat er een direct verband is tussen het
zingevend bewustzijn en psychische stoornissen.  Het is de patiënt zčlf die zijn probleem onder woorden moet brengen om vervolgens, samen met zijn hulpverlener, te gaan zoeken naar mogelijke oplossingen. De hulpverlener heeft daarbij de rol om de patiënt vragenderwijze een bepaalde richting aan te geven met als doel dat de patiënt zicht krijg op de nieuwe perspectieven.

 

 

2. Is onze wereld maakbaar?

 

Het beeld van een ‘maakbare wereld’ is actueel. Mensen kunnen tegenwoordig veel, met name op het gebied van de techniek, economie en geneeskunde. In onze huidige wereld leggen we ons lot niet meer in de handen van een God, maar van onszelf. Ons tijdperk is er een van individuele verantwoordelijkheid. We zijn bezig met zelfbeschikking. We willen ook ons ZIJN regelen (wie ik in wezen ben) en de ZIN van ons leven (het weten waarvoor ik leef). Maar daar gaat het mis. Hoe kan dit? Heidegger en Hendrikse geven antwoord op deze vraag. Hieronder te lezen.

Ons bestaan als geschenk. Heidegger.

 

‘Zin’ geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet.

 

Ger Groot, filosoof (1954): 

- Als het bestaan een zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf maken. Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan zijn daarvoor noodzakelijk.

- De wereld waarin ons bestaan zinvol kan zijn, wordt niet van begin af aan door onszelf ingericht. De verlegenheid van de moderniteit met dat hinderlijke gebrek aan zelfbeschikking weerspiegelt zich in de discussie rond wat vandaag de dag met een onthullend woord het ‘zingevingvraagstuk’ heet.

- ‘Zin’ geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet. Je kunt hem niet ‘produceren’ zoals we dat doen met een gebruiksvoorwerp. Zin is meestal onopgemerkt aanwezig binnen ons bestaan. 40, 2017, pg 275.

 

Je leven is maar ten dele maakbaar.

 

Klaas Hendrikse, protestants predikant: ‘Je leven is geen eigen fabricaat, je hebt jezelf niet gemaakt, en datgene waar je gelukkig van wordt ook niet.
De tijdgeest stelt de mens voor als een onafhankelijk, autonoom individu dat zelf verantwoordelijk is voor het uitstippelen van de route naar een geslaagd leven. Of het nu gaat om succesvol zijn, er jonger uitzien dan je bent, veiligheid, welstand, geluk of bewondering, er leeft of heerst in onze samenleving een collectieve veronderstelling dat we ons leven in eigen hand hebben. Het ideaal is de vrije mens die heer en meester is over zijn eigen leven’.


‘Dit is onzin’ schrijft Hendrikse: ‘je kunt wel zelf bepalen dat je morgen op reis gaat, maar niet dat je levend terugkomt. Iedereen is afhankelijk van omstandigheden die niet beheersbaar zijn. Je leven is
maar ten dele maakbaar, het is vooral kwetsbaar: het komt zoals het komt, met gebreken, mislukkingen en teleurstellingen. Tragiek ligt altijd op de loer en er bestaat geen God die je behoedt voor tegenslag en verdriet.’ 02, 2007, pg 100

 

Commentaar

We houden van gezelligheid, vriendelijkheid en genieten. Anders dan in voorgaande eeuwen kunnen we aan deze sfeer ook vaak vormgeven. Bij vorige generaties was dat nogal eens anders, het leven zat vol met kommer en kwel, vol treurnis en narigheid.

De laatste decennia zijn alle accenten in onze maatschappij gelegd op een economisch denken. Als we ons best doen en genoeg geld verdienen kunnen we heel veel bereiken.

De moderne mens probeert op alle mogelijk manieren te ontkomen aan negatieve ervaringen en maakt daarin een goede kans van slagen. Het kan echter ook anders lopen dan je zou willen. Naast het genieten komen ook teleurstellingen en lijden op je levensweg.

De vraag is of je daarop voldoende bent voorbereid. Op dit gebied speelt de opvoeding een belangrijke rol.

3. Pedagogiek, begeleiding naar volwassenheid

 

De vraag of de jeugd in voldoende mate wordt voorbereid op hun leven als volwassene wordt beantwoord door de pedagogiek. In dit weblog sluit ik me aan bij de geesteswetenschappelijke stroming. Deze is gebaseerd op het werk van de filosoof Dilthey en de pedagoog Langeveld. Beiden maken ze gebruik van de hermeneutische werkwijze, d.w.z. dat ze inzicht willen krijgen in de door mensen geleefde ervaring waar denken, willen en voelen met elkaar zijn verstrengeld.

 

Mensen leven in een waardenwereld

 

Opvoeding is nauw verbonden met menselijke waarde-oordelen. Deze komen niet uit de lucht vallen, ze zijn een creatie van de mens zelf. In de opvoeding beleeft een kind de waarden die hem omringen als vanzelfsprekend. Er wordt voor hem gezorgd met als doel dat hij zich op den duur zelf redt.
Welke rol spelen ‘waarden’ in de opvoedingssituatie? Antwoord ‘Een waarden-vrije opvoeding  is een waardeloze opvoeding’ Dit zegt genoeg.
60, pg 17

Een uitspraak van de filosoof Kant (de 18e eeuw) ondersteunt dit. ‘De mens kan alleen mčns worden door opvoeding. Hij is niets anders dan wat zijn opvoeding van hem maakt

 

Welk doel heeft de opvoeding? Langeveld geeft als antwoord: Opvoeden tot persoonlijke verantwoordelijkheid. Dit is de kern.
Bij een waarden-vrije opvoeding is een kind en jeugdige niet in staat zich te ontwikkelen tot een persoon met kenmerken als verantwoordelijkheid, kunnen omgaan met regels, eerlijk, trouw, liefdevol, medemenselijk. En op basis hiervan ruimte voor een ontwikkeling van een eigen identiteit.


In de huidige tijd ligt het gevaar op de loer dat kinderen niet in voldoende mate worden opgevoed in het omgaan met teleurstellingen. Hierdoor ontwikkelen ze geen of veel te weinig frustratietolerantie. En die heb je wčl nodig. Het leven is nu eenmaal niet vrij van tegenvallers, mensen zeggen ook niet altijd aardige dingen tegen je. Je moet ergens tegen kunnen, niet gelijk in de put zitten.

Dirk De Wachter ‘We zijn gewend om onze zin te krijgen, verwend te worden. Onze frustratietolerantie zakt weg naar een nulpunt. En dat kan bij teleurstellingen die mensen in hun leven soms tegenkomen extra hard toeslaan’.

 

De levensbeschouwing als opvoedingsbasis

 

Welke relatie is er tussen de levensbeschouwing van een opvoeder en de aan hem toevertrouwde onvolwassene?

Antwoord: De levensbeschouwing die jij zčlf als opvoeder leeft functioneert voor je kinderen als model. Kinderen imiteren en identificeren. Kinderen tot ca. 12 jaar nemen de identiteit van de opvoeder als het ware over.

 

Essentieel is dat de opvoeder zijn eigen identiteit heeft ontwikkeld. Daarbij inbegrepen zijn eigen levensbeschouwing. Zoals eerder omschreven kan de levensbeschouwing op drie niveaus bestaan, geleefd, gesproken en beschouwend.

 

4. Ontwikkelingsfasen

 

Van een mens kun je aangeven in welke levensfase hij zich bevindt zoals baby, peuter, kleuter, schoolkind, adolescent, vroege-, middelbare- en late volwassenheid.

Tijdens elke fase staat een bepaalde ontwikkelingstaak centraal. Zie het overzicht, en de uitwerking daarvan, dat Erik Erikson (1902-1994) hierover geeft. 25

 

Waarom heeft een mens in elke levensfase een drijfveer om zich goed en daarna verdergaand te ontwikkelen?

Voor een antwoord ga ik naar de Hermeneutiek, zoals op dit weblog beschreven. ‘Geesteswetenschappen bestuderen de geleefde ervaring van mensen, waar denken, willen en voelen met elkaar verstrengeld zijn en waar mensen iets nastreven of juist vermijden.’ Op grond hiervan zeg ik:

‘Levensenergie geef je niet aan je leven. Levensenergie is er of is er niet.’
En gelukkig beschikken verreweg de meeste mensen over deze levensenergie!

VII. Mijn eigen spirituele wereld

Inleiding

In een spirituele wereld worden mensen aangedaan of aangeraakt door het transcendente, het oneindige. Mensen hebben een beleving met iets dat buiten hun bevattingsvermogen ligt.

Hegel: ‘Het is de menselijke geest die in de kunst, de religie en de filosofie contact heeft met dit transcendente’. Ik volg deze drie categorieën.

 

Eigen spirituele ervaringen

Onderverdeeld in…

1. Kunst

 

Harry Kuitert inspireerde mij om allerlei religieuze begrippen een plaats te geven waar ze thuishoren, namelijk in het verhaal van de religieuze wereld. Het gaat daarbij om begrippen als God, paradijs, engelen, hemel, e.d.  06, 2005, pg 190,192

 

a. Klassieke muziek

Waarom brengt de klassieke muziek mij zo dicht bij het spirituele? Ik kan het niet verklaren, behalve dat het er is. Ik word opgetild in een wereld van muzikale schoonheid. Als antwoord geef ik een variatie op Kuiterts woorden:
Het Goddelijke is van muzikale taal, de hemel is van muzikale taal, het paradijs waar de engelen je naar toe mogen dragen, is ook van muzikale taal.
Het is alles van taal en moet van taal blijven, wil het zijn betekenis houden.

 

b. Beeldende kunst

Waarom bezoek ik - samen met mijn vrouw - tijdens vakanties zo graag musea, kathedralen, kerken en kloosters?

Ik ervaar daar op willekeurige momenten een schoonheid die mij dicht brengt bij het religieuze.

Ook hier dezelfde variatie op Kuiterts woorden als hierboven: het Goddelijke is van beeldende taal, de hemel is van beeldende taal etc.
Zie als voorbeeld de
kathedraal San Fermo in Verona.

2. Religie

 

Binnen context van de religieuze mythe bestaat de rite, de godsdienstige praktijk. In lied, gebed, prediking en sacrament wordt het verband gelegd tussen het verhaal en mijn eigen leven. Daar is de plaats waar het 'begrijpen' van de godsdienstige verhalen mogelijk wordt. Voor mij gaat het niet om het opzichzelfstaande verhaal. Die ken ik in voldoende mate. Het gaat mij om de datgene wat het verhaal měj te zeggen heeft. Symbolisch, mythisch. Het mňeten geloven in wonderen roept bij mij weerzin op. Maar daar gaat het in de Christelijke religie ook niet om. Waar het wčl om gaat is dat ik het verhaal zo begrijp dat er met měj een wonder gebeurt.

 

Na kennisname van het bovenstaande ben ik me gaan verdiepen in de meer recente theologie. Deze studie bleek verfrissend en gaf mij antwoord op veel van mijn vragen. Zie mijn boekenlijst 01-20

 

3. Filosofie


De filosofie heeft mij inzicht gegeven in een fundamenteel andere manier van denken. Van Russell,
42 pg 15, weet ik dat filosofie een wetenschap is die zich bevindt in een soort niemandsland dat open ligt voor aanvallen van enerzijds de (dogmatische) theologie en de anderzijds de exacte wetenschappen.

 

Het waren de filosofiecolleges van de hoogleraar Dr J.G. Bomhoff die bij mij - eind jaren 1960 - een doorbraak in het denken hebben teweeg gebracht. Ik wist niet dat ‘filosofie’ zó verrijkend kon zijn in je leven, je zoveel nieuwe en volstrekt andere inzichten kon geven. Ik ben de liefde voor die tak van wetenschap dan ook nooit meer kwijtgeraakt.

 

Daarom interesseren filosofische thema’s me niet alleen, ze geven mij ook de spirit om verder te lezen en kennis te nemen van datgene waar mijn denken door wordt gevoed en opgetild. De boeken die mij op dit gebied iets te zeggen hebben staan op boekenlijst de nummers 30 tot 50.

VIII. Conclusies

1. Waaruit bestaat mijn mensbeschouwing?

Mijn mensbeschouwing is niet in één volzin te formuleren. Vandaar de verschillende componenten.

 

Psycho-analyse

- Het collectief onbewuste is de machtigste kracht in de persoonlijkheid. Het zijn de vroeg menselijke ervaringen die onbewust zijn. Daarbinnen geven archetypen de inhoud.

 

Pedagogiek

- Een mens wordt niet geboren. Hij kan alleen mčns worden door opvoeding. Hij is niets anders dan wat zijn opvoeding van hem maakt.

- Opvoeding is nauw verbonden met menselijke waarden. Een waarden-vrije opvoeding is een waardeloze opvoeding.

- Een waarden-volle opvoeding is gericht op de ontwikkeling van een verantwoordelijke persoonlijkheid.

 

 Filosofie

- Mensen zijn interpreterende wezens. Ze kunnen niet iets waarnemen zonder daar ook direct een betekenis aan te geven.
- Als het bestaan zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf produceren.

- Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan is noodzaak.

- Mensen willen weten wat de zin van hun leven is. Een gebrek aan zingeving leidt tot een besef van doelloosheid en verveling. Zonder perspectief lijkt niets meer van belang.

 

Theologie

- De diepe Bijbelse waarheid kan richting geven aan het leven van mensen. Bijbelverhalen geven meestal een oppervlakkige, begrijpbare indruk aan datgene wat als kern, moeilijk te verwoorden, wordt bedoeld. Vergelijkbaar met het menselijk bewuste en het diepe onbereikbare onbewuste.

- De Bijbel drukt de bedoeling van verhalen uit door middel van religieuze mythen, symbolen, metaforen e.d.

 

- Mijn visie is post- theďstisch. Daarin verschuift het beeld van een persoonlijke God naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als kracht of geest.

- De vele diepliggende Bijbelse boodschappen zijn tijdloos. Het zijn geen verhalen over datgene wat eeuwen geleden heeft plaats gevonden. Ze gebeuren steeds, ook in dčze tijd.

- Soms, op onvoorspelbare momenten, beleef ik spiritualiteit. Het overkomt me, met name op momenten waarin kunst, religie en filosofie een rol spelen.


- Interpretatie van de Bijbel is tijdgebonden. Zelf ben ik de invulling van ‘de zondige mens’ die ‘verlost moet worden’ voorbij. Wat mij betreft doet de kerk er beter aan af te stappen van dit zonde - genade schema. In plaats daarvan zou de keuze moeten vallen op de mens die ‘zoekt naar de zin van zijn leven’ en de mens die ‘onderweg is naar het goede’.
11, 1969


- Ik ben ervan overtuigd dat een hierNA-maals niet bestaat. Ik ruil het in voor een hierNU-maals. Als mijn levensgeest is geweken dan is het over en uit. Elk mens is een tijdelijk verschijnsel.

- In de huidige tijd neemt zinloosheid de plaats in van het schuldig zijn. Niet de mens als zondaar maar als iemand zonder perspectief. Dat is de grootste bedreiging.


- Mijn godsbeeld is niet dat God almachtig is, de hele wereld naar zijn hand zet. Daarvoor in de plaats bestaat voor mij God als een ZIJNDE die mij stimuleert tot zelfverwerkelijking en zelfoverstijging.

 

2. Kom tot je ZČLF

 

Neem zelf verantwoordelijkheid voor je bestaan. Kom tot een eigenheid. Kom tot je ZČLF. Maak het jezelf niet gemakkelijk door te gaan meeliften met diegene die wčl een eigen gefundeerde godsdienstige opvatting heeft. Die ander ben jij niet en jij bent die ander niet. Wees jezelf!

 

Een citaat van de filosoof Nietzsche dat overeenkomt met mijn eigen ervaring:
 “Het blijkt dat het er bij ‘worden wie je bent’ niet om gaat om een ‘ZELF’ te vinden waar je altijd al naar op zoek bent geweest. Jouw ZELF is voortdurend actief, een doorgaand proces dat goed wordt weergegeven door het werkwoord worden. De blijvende en duurzame aard van het mens-zijn is dat je steeds verandert in iets anders. Wat je bent, is in wezen een actieve transformatie”.

 

Toch kun je niet uitsluitend op zoek zijn naar jezčlf. Er zijn ook waarden de je in acht hebt te nemen, of dit nu in je mensbeeld past of niet.


Welke waarden zijn tijdloos,  gelden altijd en overal?

Het zouden waarden moeten zijn die minimaal moeten voldoen aan ethische en sociale eisen van de samenleving. Bestaan deze mensoverstijgende waarden? Ik voel me thuis bij de formulering van Carel ter Linden:

- De voor ons leven en onze samenleving essentiële grondwaarden, zonder welke deze wereld in een chaos zou veranderen, komen ons niet van boven of buiten ons bestaan aangevlogen; de mens heeft ze met vallen en opstaan ontdekt als de enige weg om het leven met elkaar mogelijk te maken, en herkend als eeuwige waarden.

- Het zijn de dragende krachten zoals rechtvaardigheid, liefde, barmhartigheid, vergeving, trouw, bestrijding van onrecht die het leven en deze wereld bijeen houden.

 


Afsluitend

 

Dit weblog is een weergave van een gaandeweg ontstane verdieping in de theologie en filosofie. Ik constateer daarbij dat mijn visie veel kenmerken heeft van een Liberaal Christendom, een vrije en niet dwingende vorm van geloven.

 

Overigens ben ik me ervan bewust dat, zolang mijn brein actief is, de invulling van mijn mensbeeld in beweging zal zijn.

Hiermee sluit ik aan bij een uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus (ca. 500 v Chr):


‘alles stroomt, niets is blijvend’

‘Wat er is, kun je vergelijken met de stroom van een rivier:
je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’.

 

 

Opsteller van dit weblog

Bernard Sietses (1945)
studie doctoraal pedagogische wetenschappen, Universiteit Leiden

loopbaan docent Prot. Chr. Pedagogische Academie, Den Haag