Mensbeschouwing

 

Inhoud

I. Mijn mensbeschouwing. 3

Inleiding. 3

De invloed van Hans Meijer 3

II. De Moderniteit, vanaf de Verlichting tot heden. 3

1. De Verlichting. 3

17e eeuw Het Rationalisme. 3

18e eeuw De Romantiek. 4

2. Jaren 1950 en daarna. 4

a. Het Postmodernisme. 4

Eigen ervaringen. 4

b. Het Postmodernisme voorbij 4

Levinas, Verhaege, Taylor, Groot 4

Commentaar 5

III. De hermeneutische methode. 5

Subjectieve interpretatie. 5

Martin Heidegger, een wereld-van-betekenis. 5

Paul van Tongeren,  het wonder van betekenis. 5

Selffulfilling prophecy. 5

Dit weblog, subjectieve interpretatie. 5

IV. Geloofsvoorstellingen. Bultmann, Tillich, Benjamins. 5

1. De religieuze mythe. 5

2. Herinterpretatie. 6

3. Zelfoverstijging, de betekenis van geloven. 6

V. Mens durf te weten! 6

De Amsterdamse School 6

Karel Deurloo, Rochus Zuurmond. 6

Carel ter Linden: de dragende krachten. 6

Nico ter Linden: de diepere betekenis van de Bijbel 6

VI. Collectief onbewuste, Archetypen en Christendom.. 7

Carl Jung en Tjeu van den Berg. 7

Mijn visie. Christus als geloofsvoorstelling. 7

Mijn keuze voor het Christendom.. 7

VII. Theologische verkenningen. 7

1. Wie was Jezus?. 7

2. De betekenis van Het Kruis. 8

1. Jezus’ appél: ieder neemt zijn eigen kruis op. 8

2 Marcus, Origenes, Levinas. 8

Mijn eigen visie. 8

3. Interpretatie van het hiernamaals. 8

1. In de oudheid. 9

2. In de huidige tijd. 9

Mijn eigen visie. 9

Gnostiek. 9

VIII. Post-theïsme. 10

Een post-theïstisch zondebegrip. 10

Post-theïsme en TeNaCH.. 10

IX. De vraag naar de zin van het leven. 10

1. Leven in huidige tijd. 10

Inleiding. 10

Hoe geef je je leven opnieuw betekenis?. 10

Zoek naar zin in je eigen leven. 10

2. Is onze wereld maakbaar?. 10

Ons bestaan als geschenk. Heidegger. 11

Je leven is maar ten dele maakbaar. Hendrikse. 11

De hedendaagse mens. 11

3. Opvoeding, levensbeschouwing en levensenergie. 11

Mensen leven in een waardenwereld. 11

De levensbeschouwing als opvoedingsbasis. 11

De levensenergie van kind en volwassene. 11

X. Mijn eigen spirituele wereld. 12

1. Kunst 12

2. Religie. 12

3. Filosofie. 12

XI. Conclusies. 12

1. Waaruit bestaat mijn mensbeschouwing?. 12

2. Mijn godsbeeld. 13

3. Kom tot je eigen ZELF. 13

4. Je neemt deel aan de samenleving. 13

 


 

I. Mijn mensbeschouwing

 

Mijn mensbeschouwing is gebaseerd op de filosofie, de theologie en de psycho-analyse. Het gaat mij in dit weblog om een indruk te krijgen van mijn eigen mensbeeld. Dit wil zeggen een doordachte voorstelling van wat het betekent méns te zijn. Vragen daarbij zijn:

 

- Mijn leefwereld is een waardenwereld. Wat zijn mijn eigen waarden?

- Elk mens wil perspectief in zijn leven. Dit gebeurt via zingeving. Hoe geeft ik daar vorm aan?

- In hoeverre kan ik mijn diepe zelf omschrijven?
- Mijn eigen levensloop voltrekt zich. Wat is mijn invloed daarop?

 

Hetzelfde omschreven als proza-poëtische tekst

 

·       ‘Elk mens die leeft waardeert. Een leefwereld is een waardenwereld. Want leven is liefhebben en haten en achteloos voorbijgaan. Leven is voorkeur en afkeer, onverschilligheid en intens met iets bezig zijn. Leven is dingen moeten doen, die je niet graag doet en dingen niet kunnen doen, die je dolgraag zou willen doen. Elke mens heeft zo zijn eigen wereldje’.

·       ‘Waarderen is zingeven. Elk mens is een zingever. Iedereen brengt zingeving dagelijks in de praktijk’.

·       ‘Elk mens is een eigen zijn, met een eigen aard. Dit eigen zìjn is geen vast omlijnd, massief blok. Het is eerder een kunnen-zijn, een taak die volbracht moet worden. Elk mens is een onbekend aantal mogelijkheden, die naar verwerkelijking dringen’.

·       ‘Een mens leeft geschiedenis. Hij moet zichzelf voltrekken. Van elk mens is een biografie te schrijven. Het ‘ik’ is een levensgeschiedenis, die zich in verschillende fasen voltrekt.’ Bron

 

Bernard Sietses, 2021

 

Inleiding

 

Als eerste stel ik de vraag waarom mensen meer en meer de kerk verlaten. Zelf was ik een van hen, dus het onderwerp heeft rechtstreeks betrekking op mijn eigen situatie.


De kerk als drager van het christelijk geloof heeft het moeilijk. Steeds meer mensen kiezen voor een eigen weg waar het gaat om hún opvatting over het leven. De oorzaak is dat de christelijke verkondiging niet meer aanspreekt. Mensen vinden zichzelf er niet meer in terug.

In de tijd die achter ons ligt hadden mensen zélf de ervaring schuldig te zijn tegenover God. De wortels hiervan liggen in de Middeleeuwen en in de tijd van de Reformatie waar menselijke schuld als het grootste kwaad werd gezien. Christus kon ons daarvan verlossen door zijn verzoening en kruisdood.
In onze tijd wordt schuldig-zijn niet meer op wijze deze ervaren. Zeker niet door mijzelf.

 

De invloed van Hans Meijer

Hierboven beschrijf ik waarom ik bezig was de kerk vaarwel te zeggen. Dat dit niet is gebeurd kwam door een bijzonder contact met ds. Hans Meijer. Na een kerkdienst hadden mijn vrouw en ik een goed gesprek met hem waarbij het ging over het Christelijk geloof in deze tijd. Al gauw merkte ik dat ik een achterstand had opgelopen, veroorzaakt door het feit dat het ‘geloof’ me niet veel meer te zeggen had.

Daarna, in 2018, nam ik deel aan zijn leerhuis. Onderwerpen die werden behandeld zijn:

- De geschiedenis van het Jodendom en het Christendom, van Tora en Bijbel. 07  Er is een menselijk verlangen naar een volledig andere, een radicaal veranderde wereld. Maar de ‘grote verhalen’ zijn verloren gegaan. Vandaag is het ‘ieder voor zich’. Er is geen ‘God voor ons allen’ meer. Lees verder …

- De vraag waarom gelovigen zo vaak vast houden aan traditionele, orthodoxe kennis. Ook al is die verouderd. Waarom willen mensen niet eens weten welke nieuwe inzichten er zijn? 19

 

Nadat ik de betreffende boeken had gelezen verbaasde ik me over de nieuwe inzichten die de Christelijke kerk heeft te bieden. Dit werd nog veel sterker toen ik kennis maakte met de inhoud van andere leerhuis-jaren. Bij mij brak het inzicht door dat Bijbelverhalen mij alleen maar laten kennismaken met een mensvriendelijke buitenkant. De teksten zijn slechts een middel zijn om verder te gaan naar een veel diepere betekenis. Het gaat om het begrijpen welke diepe waarheid achter elk Bijbelverhaal schuilt.

Literatuur die dit zeer goed ondersteunt is te vinden in

- het boek van Tjeu van den Berk, Het oude Egypte: bakermat van het jonge Christendom. 01

- de inhoud van Oude mythes en de Bijbel. Dit stuk begint met: ‘Recentelijk verschenen opmerkelijke boeken die ons uitdagen om de traditionele visie op de bijbel grondig te herzien. Bijbelverhalen – het geldt ook voor het evangelie – zijn gestoeld op oude mythen en dragen daarom ook zelf een mythisch karakter’.

 

Het was deze informatie die mij heeft gemotiveerd om studie te gaan maken van de hedendaagse theologie.

 

Daarvoor begin ik met een historisch overzicht.

II. De Moderniteit, vanaf de Verlichting tot heden

 

1. De Verlichting

 

Tot de Reformatie in de 16e eeuw heeft de kerk het vol gehouden: de waarheid werd in een geloofsleer verpakt en als objectief aan de ‘gelovigen’ doorgegeven. Andersdenkenden werden gestraft.
Het probleem bleef echter dat ieder mens op een eigen, subjectieve, manier waarneemt en denkt. Het bleek onmogelijk om iedereen op dezelfde wijze te laten ‘geloven’. Zie ook
12, hfd 3

De verlichting bestaat uit twee hoofdstromingen, het Rationalisme en de Romantiek.

17e eeuw Het Rationalisme

 

In de Middeleeuwen werd de mens gezien als onderdeel van de groep, de samenleving waarin hij was opgegroeid. De filosoof Descartes bracht hier verstrekkende verandering in. Hij stelde de ratio – het redelijke verstand – voorop. Onder de naam rationalisme bloeide deze stroming vanaf de 17e eeuw en was het belangrijkste kenmerk van het denken tijdens de Verlichting, in de 18e eeuw. Hieraan verbonden kwam men tot het inzicht dat ieder mens op een eigen, subjectieve manier waarneemt en denkt.

 

Rationalisme in de huidige tijd

De gedachte dat ‘ieder mens op een eigen, subjectieve manier waarneemt en denkt’ wordt tegenwoordig steeds meer bewaarheid. Steeds meer mensen zijn op zoek naar datgene wat betekenis geeft aan hún leven. Ze zijn van tijd tot tijd de weg kwijt en vragen zich dan af wat de zin is van hun leven, waar ze bij horen en waar ze heen moeten.
Nieuwe generaties keren de kerk meer en meer de rug toe. Toch is er wel zeker behoefte aan het samen beleven van spiritualiteit. Lees
een artikel hierover.

 

Vanuit het rationalistisch denken ontstond een nieuwe visie op religiositeit. Waarvoor zouden we God nog nodig hebben als ons eigen verstand toch ook antwoorden kan geven op onze zingevingsvragen? En, wat moeten we met een kerk die ons alleen maar wil overtuigen en van alles wil laten aannemen?

 

18e eeuw De Romantiek

 

In de 18e eeuw ontstond de Romantiek. Dit onder invloed van de filosofie van Jean Jacques Rousseau, 1712-1778.

Rousseau ging ervan uit dat de mens bij de schepping goed was en pas later door de zonde werd bedorven. Echter, de oorspronkelijke toestand zou weer moeten worden hersteld en daartoe was ook de mogelijkheid aanwezig. De mens was namelijk niet helemaal bedorven. In hem leefde nog een 'goddelijk instinct', een ‘hemelse stem’ die hem steeds tot het goede aanspoorde. Dit was zijn geweten, zijn intuïtie, zijn gevoel. Bovendien bezat elk mens de vrijheid om naar deze stem te luisteren. Rousseau zag hierin de kern van de wezenlijke mens, dit was zijn ware natuur. De mens is dus in bestemming en naar zijn existentie aangelegd op het goede. 61 pg 91

 

Het is Rutger Bregman die met zijn boek ‘de meeste mensen deugen’, 2019, zich presenteert als hedendaags vertegenwoordiger van de Romantiek. Hij schrijft dat mensen ten diepste geneigd zijn tot interactie en solidariteit. 54 pg 116

 

Rousseau en Hobbes, het goede versus het slechte

 

Waarom zegt Rousseau dat de mens van nature goed is en Hobbes dat hij van nature slecht is? De psycholoog Mark van Vugt geeft duidelijkheid, lees bijgaand artikel.

Hij maakt daarbij een onderscheid tussen proactieve en reactieve agressie.

 

De Moderniteit

 

Sinds de Verlichting leven we in het tijdperk van de Moderniteit. Deze periode is gebaseerd op een overwicht van de Rede en het Gevoel.

Een ander kenmerk van de Moderniteit is dat de mens als subject centraal komt te staan, dat ieder mens op een geheel eigen manier betekenis geeft aan de wereld waarin hij leeft. Ik kom hier later op terug

 

Vanaf hier ga ik verder met de ontwikkelingen vanaf eind jaren 1950.

 

2. Jaren 1950 en daarna

a. Het Postmodernisme

 

Het postmodernisme is een cultuurstroming die ontstond aan het eind van de jaren 1950. Kenmerkend ervan is de radicale twijfel aan waarheid zoals die wordt opgeëist door systemen die hun eigen wetgeving vaststellen. Het gaat daarbij om de ‘grote verhalen’ die waarheid claimen, zoals gebeurt in de politiek en in orthodox theologische stromingen. De filosoof Sartre laat zich in zijn existentialisme kennen als een vertegenwoordiger van deze stroming.

Eigen ervaringen

 

In het gereformeerde milieu waarin ik opgroeide stonden de waarden en normen vast, ze waren een richtlijn voor mijn opvoeding. Ze domineerden zowel thuis als op school, in ‘onze’ politieke partij als in ‘onze’ krant. Ik herken mezelf helemaal in de boeken van Agnes Amelink, 52 en van Wim Wijnands, 53.
De gereformeerde identiteit werd op mij als kind en jeugdige overgedragen. Mijn adolescentie en de jaren die daarop volgden vielen volop in de tijd van het postmodernisme.

In de vele gesprekken die ik had met familie en vrienden was ‘wereldbeschouwing’ nogal eens het onderwerp. Ik voelde me thuis in de gesprekken waar gereformeerde waarden onder de loep werden genomen. Niet alles voor zoete koek aannemen, maar vragen naar achtergronden. Om die reden vond ik de publicaties van de theoloog Harry Kuitert (1924-2017) bijzonder interessant. Hij bracht onder woorden wat ik - vaak latent- van belang vond.

Overigens drong het kritische gedachtegoed uit de Verlichting pas jaren later door. In dat proces was Harry Kuitert één van de theologen met een baanbrekende rol!

Ook de psycholoog Abraham Maslow maakte op mij veel indruk. Hij richtte zich op een optimale ontwikkeling van het méns-zijn. Worden wie jìj bent. Opklimmen naar zelfverwerkelijking en zelfs naar zelfoverstijging. 23

 

b. Het Postmodernisme voorbij

 

Het postmodernisme heeft geleid tot persoonlijke emancipatie, het mogen zijn wie je bent, het ontwikkelen van je eigen talenten.

De keerzijde is echter dat deze stroming gepaard gaat met
1. een op hol geslagen individualisme en weinig of geen interesse voor de medemens. Met als gevolg sociale vereenzaming.
2.
oppervlakkigheid, toenemend materialisme en gericht op eigenbelang. Onvoldoende aandacht voor ethiek, in het bijzonder het geloof in waarheid en de drijfveer deze ook toe te passen.

 

Met behulp van enkele denkers wil ik dit verder verduidelijken.

Levinas, Verhaege, Taylor, Groot

Levinas, filosoof

 

Levinas ziet als belangrijkste fenomeen van het mens-zijn de relatie met zijn medemens. Hij vraagt zich af: ‘Wat gebeurt er als iemand mij aankijkt?' Aankijken maakt je bewust van een ander, in zijn anders-zijn. Je kunt je het beeld van de ander niet toe-eigenen en je kunt het ook niet ontwijken. Je moet er wat mee. En dat is het begin van de onvermijdelijke dialoog.
De werkelijkheid verschijnt door
interactie tussen ‘ik' en de ‘ander'.

 

Paul Verhaeghe, psycholoog en psycho-analiticus 

Paul Verhaeghe (1955): ‘de opvatting dat een mens een individu zou zijn is een grote misvatting. Wij zijn uitdrukkelijk sociale wezens. En alles wat wij doen is in verhouding tot anderen.’ 24

Charles Taylor, filosoof en theoloog

 

‘De mens is zichzelf steeds meer gaan zien als een individu met het recht op een eigen levensstijl. Hij kan zijn eigen keuzes maken, zijn eigen geweten en overtuigingen volgen.

Bij de huidige mens ontbreekt het gevoel om voor een hoger doel te leven. Mensen zijn hun plaats in een transcendente orde kwijtgeraakt. Taylor denkt daarbij aan de oppervlakkigheid waarmee men leeft. De hedendaags mens is mathematisch, calculerend en stelt zichzelf primair de vraag wat iets kost en wat het oplevert. Het economische denken voert de boventoon. Daarmee is de ruimte voor een ethiek grondig uitgehold’. 41, Meer informatie? Lees twee artikelen

Ger Groot, filosoof

 

‘Hoe atheïstisch onze cultuur ook geworden mag zijn, ze is nog altijd diep gelovig. Ze is diep overtuigd van de waarheid van de mensenrechten, van de wetenschap, van de democratie, en eerst en vooral van de waarheid zelf’. 42, Voorwoord

 

Commentaar

 

Ger Groot wijst hier expliciet op het verschil tussen een rationeel taalgebruik en geloofstaal waarmee een ander waarnemingsniveau wordt bedoeld.

Als verduidelijking verwijs ik naar Ricoeur en Kuitert, ter Linden. Ze wijzen erop dat geloofstaal zich in een andere dimensie bevindt, anders dan rationele taal.
- Ricoeur beoordeelt geloofstaal als ‘een heilige dimensie’.

- Kuitert geeft geloofstaal een plaats in het geloofsverhaal, in de religieuze mythe.

- Nico ter Linden: de verhalen in de Bijbel zijn niet echt gebeurd. Het was altijd de schrijver die zijn eigen visie, zijn eigen beleving onder woorden bracht.

III. De hermeneutische methode

Subjectieve interpretatie

De hermeneutische methode veronderstelt dat een mens zichzelf en de wereld begrijpt door die te interpreteren. Mensen zijn interpreterende wezens, die altijd 'iets' waarnemen 'áls iets'. Vervolgens begrijpt een mens zichzelf 'als iemand' en zijn omgeving ‘als iets’. 12, pg 19, 20

 

Martin Heidegger, een wereld-van-betekenis

Volgens Martin Heidegger (1889-1976) is het doel van de hermeneutiek het begrijpen waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Waarom neemt iemand déze specifieke houding aan en niet een andere? De wereld laat zich nooit neutraal of objectief zien maar verschijnt alleen als een wereld-van-betekenis.

Voordat we 'objectief' naar de wereld kijken, bewegen wij ons allang in de wereld en hebben we geleerd wat we op welke plek moeten doen en wat het belang ervan is.


De relatie die een mens heeft met zijn omgeving bestaat uit meer dan concrete waarneming. Een mens heeft ook zoiets als een
buitenzintuiglijk besef. Dit is niet zichtbaar, niet grijpbaar en zeker niet te produceren

Heidegger “Es gibt Sein. Wie of wat 'geeft' dat Zijn? Niet God, een echte gever is er niet. Als het bestaan een zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf maken. Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan zijn daarvoor noodzakelijk”.
40, 2017 pg 275

 

Paul van Tongeren,  het wonder van betekenis

De filosoof Paul van Tongeren, geb. 1950, over de belangrijke rol die de subjectieve waarneming speelt. Hij schrijft ‘Door het betekenis-geven wordt alles gedragen, alles wat bij menselijk leven hoort’. Lees verder de bijlage het wonder van betekenis.

 

Selffulfilling prophecy 

 

Selffulfilling prophecy  is de psychologische term voor een zichzelf vervullende voorspelling. Deze houdt in dat als je een bepaalde verwachting hebt, deze ook eerder zal uitkomen. Hoe sterker je verwachting hoe groter de kans op verwerkelijking ervan.

Verwant aan een dergelijke voorspelling zijn de woorden geloven, vertrouwen en verwachten. Als je gelooft dat de mensen het goede nastreven dan verwacht je dit ook van ze, je vertrouwt erop. Andersom geldt dat als je vol achterdocht naar je medemens kijkt, hem zult wantrouwen en vooral op zijn negatieve punten gaat letten. Lees verder…

 

 

Dit weblog, subjectieve interpretatie

 

In dit weblog maak ik gebruik van de hermeneutische methode wat inhoudt dat ik ervan uitga dat ieder mens op een geheel eigen en subjectieve manier betekenis geeft aan de wereld waarin hij leeft. Deze wereld laat zich niet alleen kennen door waarneming, denken en voelen, maar ook door spirituele belevingen.

IV. Geloofsvoorstellingen. Bultmann, Tillich, Benjamins

1. De religieuze mythe

 

De theoloog  Rudolf Bultmann (1884-1976) is van mening dat de verkondiging van het evangelie inhoudelijk vernieuwd moet worden. ‘Mythologische geloofsvoorstellingen zouden moeten worden toegespitst op ons hedendaagse leven. Niet als waar gebeurde beschrijvingen van een werkelijkheid’. 12 pg 18

De mythologische voorstellingen zijn de verpakking van een boodschap die ons een nieuwe kijk op onszelf en op ons bestaan wil geven.

 

Neem als voorbeeld het ontstaan van de mens als een verantwoordelijk wezen:


Als kroon van zijn schepping creëerde God de mens, Genesis 1-3. Deze mens had geen kennis van goed en kwaad, kende geen ethiek. In deze fase was hij een ander mens,  moreel neutraal en gestuurd door zijn instincten.

Door het overtreden van een Goddelijk verbod kreeg hij wél de beschikking over ethische kennis en had daarmee de vrijheid om zijn eigen morele keuzes te maken. Deze vrijheid is in de filosofie bekend geworden als ‘Der Mensch ist der erste Freigelassene der Schöpfung’. Hij was dus niet meer overgeleverd aan zijn vóór-menselijke wijze van bestaan.

De consequentie van deze vrijheid is echter wel dat een mens tijdens zijn hele leven geconfronteerd zal worden met ethische keuzen en daar ook zelf de verantwoordelijkheid voor draagt. Zie ook 11, 1973, pg 218 ev

 

2. Herinterpretatie

 

- Tijdens de Verlichting werd, mede onder invloed van Kant, Schleiermacher en Hegel, een omslag gemaakt in de waardering van de traditionele, geruststellende kennis. Er ontstond een kritische houding, nog sterker, deze houding werd een middel voor het verwerven van geldige kennis.


- De theoloog Benjamins schreef in 2016 dat ‘geloofsvoorstellingen in de meest uiteenlopende situaties steeds opnieuw betekenis krijgen doordat ze voortdurend opnieuw worden geïnterpreteerd met behulp van actuele filosofische ideeën’.
12 pg. 14


- In de protestantse kerk zijn het de ‘gelovigen’ zélf die wel of niet open staan voor herinterpretatie van Bijbelse teksten. Verder hierover in het hoofdstuk ‘Mens durf te weten’.

 

3. Zelfoverstijging, de betekenis van geloven

 


Zelfoverstijging

De theoloog Rick Benjamins (1952) ziet God niet als een almachtige die de wereld naar zijn hand zet. Daarvoor in de plaats is zijn stellingname dat God een ZIJNDE is die in de mens zelfoverstijging opwekt. 12 pg 18

Zie ook het model voor menselijke ontwikkeling van Maslow waarbij zingeving, zelfoverstijging en zelftranscendentie op het hoogste niveau staan.

 

Geloven als vertrouwen

De theoloog Tillich beschrijft het geloof als een vertrouwen in het leven, als de moed om te ZIJN. ‘De Bijbel geeft zelf de aanzet voor deze opvatting: het woord voor geloof dat in het Nieuwe Testament wordt gebruikt, betekent vooral vertrouwen’. 12 pg 49

 

Geloven als overtuiging

Er bestaat een merkwaardig verschil tussen ratio en overtuiging. Het rationele is een product van het verstand, beargumenteerd, verklaarbaar en verdedigbaar. Een overtuiging overkómt je, je neemt gevoelsmatig of intuïtief een standpunt in en geeft pas daarna een toelichting op je keuze. De psycholoog Kahneman, 21, gaat hier uitvoerig op in. Lees toelichting …


Een wat ouder maar duidelijk overzicht geeft ook McLean. Hij ontwikkelde
een schema dat drie verschillende zones weergeeft van het menselijk brein. Je ziet daarin het verschil tussen de ratio en de dieper gelegen gebieden die als belangrijkste kenmerk hebben dat ze je overkómen, zoals emoties, woede, liefde en intuïtie.

V. Mens durf te weten!

 

Meerten ter Borg “De vraag kan worden gesteld waarom gelovigen zo vaak vast houden aan traditionele, orthodoxe kennis. Ook al is die verouderd. Er is moed voor nodig om standpunten in te nemen die afbreuk doen aan datgene wat men gewend is. Het veroorzaakt verwarring.

We zijn vrij om te geloven en ons geloof te kiezen. Het ‘durf te weten’ impliceert de harde waarheid dat we
zelf verantwoordelijk zijn voor ons geloof en onze traditie.  Accepteer dat het geloof van jou afhankelijk is”. 19, hfd II,5

 

Als ik als uitgangspunt neem dat ik  ‘durf te weten’, wát wil ik dan precies weten?  Wát zijn de onderwerpen die ik aan de orde zou willen stellen? De theologen van de Amsterdamse School geven mij zeer interessante informatie.

 

De Amsterdamse School

 

De Amsterdamse School is een stroming die veel aandacht schenkt aan de manier van lezen van Bijbelverhalen. De stroming is in de jaren 1960 ontstaan binnen de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.

De betrokken theologen laten zien hoe mensen veel te snel, veel te oppervlakkig gericht kunnen zijn op een concrete werkelijkheid. Op zichzelf logisch, mensen hebben daar nu eenmaal hun zintuigen voor. Zó lezen ze ook de Bijbelverhalen, concreet en werkelijk gebeurd. Maar daar gaat het mis…

De ‘Amsterdamse School’ onderneemt actie tegen dit misverstand en gaat terug naar de diepe waarheid die schuil gaat achter de Bijbelteksten.

Karel Deurloo, Rochus Zuurmond

 

De vraag ‘wie is God?’ moet je naar de opvatting van de theoloog Karel Deurloo (1936-2019) beantwoorden door het vertellen een verhaal. Begin niet met abstracte begrippen!
Vertel bijvoorbeeld het
verhaal over de uittocht uit Egypte in het Oude Testament, de Exodus, het uitgeleid worden uit ‘het diensthuis’.

Hoe moet je zo’n verhaal vertalen naar de hedendaagse tijd?
Om te beginnen wisselen we het woord ‘diensthuis’ in voor ‘Machten’. Deze ‘Machten’ zijn in onze samenleving de ‘Goden’ van nu, denk aan de Economie, de Marktwerking  en de Media. Het zijn deze machten die zó vanzelfsprekend zijn dat ze bij ons niet als ‘Goden’ worden herkend. Hun gezag wordt probleemloos als vanzelfsprekend ervaren. In de praktijk functioneren ze echter precies als de goden in de oudheid.

 

Rochus Zuurmond (1930-2020), theoloog, is van mening dat de Bijbelse boodschap opnieuw geijkt moet worden op haar oorsprong. De reden daarvoor is dat kernwoorden als ‘God, geloof, schepping, Zoon van God’ een betekenis hebben gekregen die op dit moment meer verduisteren dan verhelderen. 08, pg 84

 

Carel ter Linden: de dragende krachten

 

Carel ter Linden (1933), protestants predikant: De voor ons leven en onze samenleving essentiële grondwaarden, zonder welke deze wereld in een chaos zou veranderen, komen ons niet van boven of buiten ons bestaan aangevlogen; de mens heeft ze met vallen en opstaan ontdekt als de enige weg om het leven met elkaar mogelijk te maken, en herkend als eeuwige waarden.

 

Het zijn dragende krachten zoals trouw, liefde en rechtvaardigheid die het leven en deze wereld bijeen houden. Ze zijn transcendent van karakter. Ze stijgen uit boven ons begripsvermogen. Ze komen niet uit ons voort, ze zijn op de een of andere manier met dit leven verweven en gaan daarom aan ons mens-zijn vooraf. De beeldende geloofsverhalen in de bijbel maken dit duidelijk. 03, pg 130 ev

Nico ter Linden: de diepere betekenis van de Bijbel

 

‘Het is wel waar, maar het is niet echt gebeurd’. Dat is kort samengevat hoe Nico ter Linden (1936-2018) protestants predikant, naar de Bijbelse verhalen keek. Hij geloofde niet in de Bijbel als geschiedenisboek. Bijbelse verhalen bedóélen iets, ze hebben iets te zeggen. Ze richten zich op de diepte van ons bestaan. Om die reden schreef hij de zesdelige serie ‘Het verhaal gaat ...’, een hervertelling van de verhalen uit de Bijbel. 04

 

Via het Dagblad Trouw liet hij weten  ‘Het gaat niet om het geloof in Jezus; Jezus wilde het geloof in Israëls God nieuw leven inblazen, zoals het tot hem kwam in de Thora. En als we het geloof van Jezus in kaart brengen, dan komen we uit bij wat hij zag als de kern van de Thora: ongeloof in de goden van geld, macht en andere verslavingen, zodat er ruimte, tijd en geld vrijkomt voor daden van liefde, barmhartigheid en gerechtigheid.’ Bron

Verdergaand

 

Je kunt het transcendente, het goddelijke, eigenlijk alleen maar verduidelijken door het vertellen van een verhaal.

Echter…

Grote delen van de bijbel bestaan uit metaforen, symbolen, religieuze mythen, allegorieën en archetypen. Dit betekent dat de waarheid áchter de verhalen ligt.
Lees de
Toelichting symbolen, religieuze mythen en meer.

VI. Collectief onbewuste, Archetypen en Christendom

 

Carl Jung en Tjeu van den Berg

 

Carl Jung, psycho-analyticus (1875 – 1961), schrijft dat een mens naast een ‘bewuste’ en een ‘persoonlijk onbewuste’ deel uitmaakt van een collectief onbewuste. Dit laatste is de machtigste kracht in de persoonlijkheid en beïnvloedt hem daardoor in hoge mate.
Welke voor een mens herkenbare krachten zijn afkomstig uit dit collectief onbewuste? Het zijn
de archetypen. (arché = oorsprong). 30

Jung noemt onder meer de volgende belangrijke archetypen:  moeder aarde, de geboorte, de dood, de macht, de held, het kind, God, de duivel, de oude man, de maan, de zon, de wind, de rivieren, vuur, dieren en ook vele door mensen gemaakte voorwerpen zoals ringen en wapens.

 

"Er zijn evenveel archetypen als kenmerkende situaties in het leven" schreef Jung. "Door veelvuldige herhaling zijn deze ervaringen in onze psychische constitutie gegrift, niet in de vorm van beelden met een specifieke inhoud, maar aanvankelijk slechts als vormen zonder inhoud, die slechts de mogelijkheid bieden tot een bepaalde wijze van waarnemen en handelen."

De theoloog Tjeu van den Berk (geb. 1938) verwoordt hetzelfde: de christelijke is leer gebaseerd op universeel aanwezige archetypen. De materie hiervan is oeroud, het format jong en eigentijds. 01

 

Hieronder een aantal archetypen met daarbij een toelichting. Ze omvatten mythes uit verschillende culturen.      
scheppingsverhaal   - zondvloed                       

onsterfelijke ziel       - het dodenrijk

mysterie-inwijding    - goddelijk zoonschap

 

Mijn visie. Christus als geloofsvoorstelling

 

De inhoud van dit hoofdstuk sluit in hoge mate aan bij datgene wat aan de orde kwam bij het artikel Oude mythes en de Bijbel. Twee punten vallen daarbij op:

- het persoonlijk onbewuste, waarvan de menselijke geest deel uitmaakt, is verbonden met een collectief onbewuste. Dit is een ‘opslagplaats’ van latente beelden die de mens als soort heeft geërfd uit zijn verre verleden.

- archetypen beïnvloeden mensen in hun transcendente belevingen zonder dat een betreffende persoon daar zelf bewust van is.

 

Eén archetype is dat van de Zonnegod. Veel religies hebben zo’n Zonnegod, een God die wordt vereerd als de gever van het ‘Licht’. Als voorbeelden noem ik de Oud-Egyptische god Horus en de godin Amaterasu uit de Japanse mythologie.

Evangelisten in het Nieuwe Testament schreven vanuit hun eigen geloofstaal. Dat geldt ook voor een tekst als die van Johannes waar hij Jezus typeert met de woorden ‘Ik ben het licht voor de wereld’ (Joh 8:12). Zie ook het beroemde icoon van Jezus.

Mijn keuze voor het Christendom

 

Waarom kies ik voor Christus en niet voor goden als Boeddha, Hachiman, Vishnoe, Shiva, Amaterasu? Mijn antwoord bestaat uit

a. Christendom is mij gegeven. Ik ben erin opgevoed.

b. Christendom zit binnen de genetische erfenis die ik meekreeg van mijn christelijke voorouders. Bekend geworden als een epigenetisch proces. Dit is een proces dat de functie van een gen verandert zonder dat daarmee zijn code een wijziging ondergaat. De genetische oorzaak van mijn christen-zijn ligt in het gegeven dat ik deel uitmaak van de Westerse cultuur waar het Christendom dé dragende kracht is geworden.

c. In hoeverre ik zelf heb gekozen voor het Christendom? Ik heb er in mijn leven als volwassene mee ingestemd, wetende dat de punten a. en b. mij in zeer hoge mate hebben beïnvloed.

VII. Theologische verkenningen

 

1. Wie was Jezus?

 

 

De mens Jezus

 

Binnen het Christendom is Jezus de centrale figuur. Jezus was een méns die leefde in deze wereld. Hij wilde als Jood de God van Israël nieuw leven inblazen. Merkwaardig dat vele jaren later het idee opkwam dat hij naast een menselijke ook nog een goddelijke natuur bezat. 06, 1998

Kuiterts opvatting is dat Jezus zichzelf niet als een buitenaards mens heeft gezien, in het bezit van een goddelijke natuur, maar daarentegen als mens onder de mensen, zij het met een bijzondere opdracht. Deze is het overbrengen van de boodschap van Israëls God.


Doornbos (1946), protestants predikant, gaat in zijn boek ‘Achter een Joodse man aan’ ook uit van een ‘Jezus’ die uitsluitend mens was. Waar komt het idee om Jezus letterlijk als zoon van God te beschouwen eigenlijk vandaan? Ongetwijfeld door het veel te letterlijk lezen van Bijbelteksten. Men hield daarbij geen rekening met de totaal andere taalwereld van de schrijvers. Men zag onvoldoende dat er in geloofstaal werd geschreven te midden van de oosterse verhaalcultuur.
05, pg 109 ev

 

De Goddelijkheid van Christus

Edward van der Kaaij (1952) protestants predikant, benadrukt in zijn studie de Goddelijkheid van Christus. Hij schrijft

‘Of Jezus letterlijk is opgestaan uit de dood doet er helemaal niet toe. Het gaat er om dat je als gelovige zelf opstaat uit je (geestelijke) dood. En of Jezus letterlijk blinden ziende heeft gemaakt is niet van belang, de genezing wil ons ertoe brengen dat wij zelf onze blindheid zien. Of Jezus doven de oren heeft geopend maakt niet uit, het gaat erom dat Jezus ons gehoorzaam maakt. Geen enkel ‘feit’ uit het leven van Jezus doet er toe, het kan net zo goed niet echt gebeurd zijn. Van de historische Jezus los, zou ik de verhalen zo uitleggen dat de wonderen ons ertoe willen brengen dat wij in Christus gaan horen en zien en in Christus uit onze dood opstaan. Dus dat hij de Levende in ons bestaan wordt. De opstanding, maar ook het leven van Jezus Christus, moet worden uitgelegd als metafoor van ons eigen ideale bestaan’. 14, pg 147

 

In vergelijking met Kuitert en Doornbos neemt Van der Kaaij een tegenovergesteld standpunt in. Hij schrijft dat ‘de apostel Paulus Jezus op spiritueel en mythologisch niveau plaatst, dat Jezus eerder bestond op kosmisch dan op historisch niveau. De messias van Paulus leek veel op de mysteriegoden in het oude Egypte’.

En daarnaast zegt hij ‘Christus was uitsluitend een spirituele verlosser, die verbonden was met een andere wereld’. 14 pg 173.

 

Soms wordt in Bijbelteksten gezegd of minstens gesuggereerd dat Jezus letterlijk bij God zelf vandaan komt, uit de hemel. Hoe kan dit? Doornbos:

De evangelisten schreven hun teksten in geloofstaal. Het zijn stuk voor stuk achteraf geschreven verhalen waarin mensen vertellen over hun ervaringen met Jezus. En van hun overtuiging dat Jezus hun op de goede weg is voorgegaan. Zie ook 05, pg 112

 

In het bovenstaande is sprake van een dubbele gelaagdheid:

1. De historische Jezus, als mens onder de mensen. Beschreven door Kuitert en Doornbos.

2. Jezus op spiritueel en mythologisch niveau. Beschreven door van der Kaaij.

 

Naar mijn idee kunnen beide opvattingen probleemloos naast elkaar worden gezet.
ad 1. Jezus als mens, als aardse werkelijkheid.
Als een Joodse man die de God van Israël nieuw leven wilde inblazen.
Jezus die zichzelf niet ziet als goddelijk.

ad 2. Christus als archetype. Als spirituele en mythologische geloofsvoorstelling. Hij die was, is en er altijd zal zijn.

 

De vraag naar de goddelijkheid van Jezus ontwikkelde zich in alle heftigheid in de vierde eeuw. Het was het arianisme dat de opvatting had dat Jezus ondergeschikt was aan God.

Daardoor was het dogma van de drie-eenheid voor hun niet acceptabel.

 

Interessant is de relatie tussen dit arianisme en de Germaanse stammen. Vandaar deze bijgevoegde verdieping.

 

2. De betekenis van Het Kruis

 

1. Jezus’ appél: ieder neemt zijn eigen kruis op

 

Er bestaat veel onrecht in deze wereld, veroorzaakt door
- Individueel: hoogmoed, hebzucht, lust, jaloezie, onmatigheid, woede en gemakzucht

- Collectief: heersende machten, met name vanuit de politiek en de economie

 

Hoe om te gaan met dit onrecht, met leugen en bedrog?

Heeft Jezus vanwege zijn kruisdood, waar hij stierf voor de zonden van de gehele mensheid, vrede en verzoening mogelijk gemaakt? De logica hiervan is voor mij niet te vatten.

Hieronder enkele opvattingen die mij wél een logische richting aanwijzen.
 

2 Marcus, Origenes, Levinas

 

Marcus

Verloochen jezelf en neem je kruis op.

Een individueel appél:  keer om op je egoïstische levensweg en ga mee op het pad van de waarheid, van het licht. In de Bijbel te lezen:

Marcus 8 : 34 ‘Jezus riep de menigte […] bij zich en zei ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aankomen’.

 

Origenes

‘Het kruis’ moet je lezen als allegorie.

Origenesgeb. 185 n.Chr. te Alexandrië, gaf antwoord op de vraag naar de diepere betekenis van het kruis. Hij zegt dat Jezus zelf een verklaring geeft ‘De Logos wordt gesymboliseerd door de rechte stam waaraan ik hang. De dwarsbalk van het kruis staat voor de menselijke natuur die lijdt onder de fout van de eerste mens, maar met behulp van God-en-mens zijn echte natuur terug krijgt. Precies in het midden bevindt zich de spijker van discipline, bekering en berouw’.

 

Levinas

Het appél geldt voor ieder persoonlijk.

De Frans-Joodse filosoof Levinas, 20e eeuw schrijft dat ‘verzoening in Christus’ niet verstaan zou moeten worden als een miraculeuze goddelijke vergeving van alle zonden maar veeleer als appél aan mij persoonlijk tot een Messiaanse levenshouding waarbij ik, bevrijd van het kwaad dat mij isoleert en mij op mezelf richt, mij verantwoordelijk weet voor alle anderen.

Mijn eigen visie

 

‘t Bovenstaande geeft mij niet alleen een logische interpretatie van ‘Jezus kruisdood’. Het raakt me ook gevoelsmatig.

In elk van de drie opmerkingen valt mij op dat een mensvriendelijke, een medemenselijke houding centraal staat:

- een mens die afstapt van zijn egoïsme en open staat voor kwetsbaarheid, zijn éigen kruis opneemt en daarmee een sociale, liefdevolle levenshouding aanneemt. 

- het kruis als een allegorie waardoor een diepere, geestelijke betekenis wordt gegeven.

- De opmerking van Levinas intrigeert mij in het bijzonder waar hij zegt ‘De verzoening van Jezus aan het kruis is een appél aan mij persoonlijk’.

 

3. Interpretatie van het hiernamaals

 

Over het archetype ‘onsterfelijke ziel’, zoals hiervoor vermeld ga ik verder. Het fenomeen ‘onsterfelijke ziel’ komt voor bij Plato die het niet alleen heeft over een ‘nabestaan’ van de ziel, maar ook over een ‘vóórbestaan’ ervan.


Hoe wordt er gedacht over het hiernamaals? Welk verschil is er tussen een paar duizend jaar geleden en de huidige tijd?

1. In de oudheid


De filosofie van Plato (ca. 400 v Chr) is dualistisch: bovenaan een ideeënwereld waarin
'het goede, het ware en het zuivere' in absolute vorm bestaan. Daaronder, als tijdelijke en onvolmaakte vorm, het leven op deze aarde. Wij mensen leven als gevangenen in een grot. Plato omschrijft dit in zijn grotmythe. We denken dat we op deze aarde in de werkelijkheid leven, maar onze menselijke werkelijkheid is slechts schijn.
‘Mensen kennen een verlangen om goed te doen, hebben een drang naar juiste kennis en zoeken naar schoonheid. De ziel is drijfveer om te streven naar het hogere, het onsterfelijke deel van de mens, het lichaam is een kerker, waaruit de ziel bij de dood ontsnapt’.
Plato distantieert zich daarmee van het aardse leven en zoekt de ware werkelijkheid in het rijk der ideeën die eeuwig zijn en onveranderlijk, dus onaards.

De schrijvers van het Nieuwe Testament gingen door met deze gedachte. Hemel en aarde bleven volstrekt gescheiden. Na zijn dood stijgt de menselijke geest op naar die andere, hogere werkelijkheid.

 

2. In de huidige tijd

 

Over het ‘hiernamaals’ wordt in de bestaande culturen verschillend gedacht. Niet alleen in algemene zin, ook mensen denken er individueel verschillend over. Welke opvattingen kom je in het - mij aansprekende liberale -  Christendom tegen? Enkele theologen aan het woord.


Kuitert, C ter Linden, Zuurmond

 

Harry Kuitert, theoloog. We zijn een tijd een plaats voor god

 

- De laatste adem

 

“Geest en adem horen bij elkaar, de samenhang tussen die twee verduidelijkt waarom wij voor een tijd een plaats van god zijn. Doodgaan is inleveren, adem inleveren. Wij zijn - heel letterlijk - voor ons bestaan aangewezen op lucht, op de lucht die we inademen. Is er geen lucht meer, dan stokt de adem en gaan we dood, en omgekeerd is doodgaan ophouden met ademen. Aangewezen op adem, op iets van buiten: dat element delen mensen met elkaar, zo handhaven ze zich. Zolang het duurt, ademen houdt een keer op: een mens blaast de laatste adem uit, zeggen we. We zijn 'plaats van god' af, als we doodgaan”. 06 2002, pg 195/196

 

In zowel het Hebreeuws als in het Grieks wordt hetzelfde woord gebruikt voor geest, adem en wind. Het Hebreeuwse woord 'ruach' en het Griekse 'pneuma' kunnen dus al deze betekenissen aannemen. Het is de taak van de vertaler om te beslissen welke hij gaat gebruiken. Als voorbeeld, vertaling NBG, Joh 3:8 ‘De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.'

- Elk mens is een tijdelijk verschijnsel 

 

“Wij zijn onszelf een raadsel, weten niet waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Waarom zijn we er maar even, en daarna niet meer? Elk mens is een tijdelijk verschijnsel. Zijn macht, waarde en waardigheid is begrensd door zijn tijdelijkheid.

Mensen zijn niet onsterfelijk, en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruilen we in voor het hierNU-maals”. 06 2002, pg 206

 

- De geest keert terug

 

Kuitert “De troost van een hiernamaals in te ruilen voor de upgrading van het nu, dat is het waar ik de voorkeur aan geef. Als we het doodgaan aanvaarden als natuurlijk lot, blijven we bovendien dicht bij de ervaring van het werkelijke leven. Geest is niet ons eigendom, het doodgaan bewijst dat tamelijk rigoureus. Het fantaseren van een verlengstuk aan ons leven doet in elk geval niets af of toe aan het harde feit van dat 'inleveren'. De hemel kun je ontkennen, bijzetten bij de illusies, maar dat je de geest weer inlevert, daar kan geen mens omheen. Wie dood is, is uitgepraat. 'De geest keert terug' is dus veel realistischer.

De uitdrukking stamt uit het boek Prediker, een bijbelboek van een auteur die alle verhalen over god, mens en wereld achter zich heeft gelaten, en desondanks in de bijbel terecht kwam. 'De geest keert terug tot God, die hem heeft gegeven', zegt hij (Prediker 12,7). We hebben hem maar even, zolang als we leven”. 06, 2002 pg 209

 

“Geest is niet een bezit, mensen zijn geen eigenaars. Hij is er voor een bepaalde tijd, en daarna houdt het leven op, en dat 'ophouden' is hetzelfde als: de geest keert terug tot wie hem heeft gegeven”. 06, 2002 pg 210 

 

Carel ter Linden, protestantse predikant

- ‘Ik kan mij een perspectief over de grens van de dood als gelovige niet indenken. En wel omdat God, het levensgeheim, een geestelijke werkelijkheid is. De dragende kracht van deze wereld en van dit leven’.
- 'Leven' betekent: mij
in mijn leven voor deze krachten openstellen, om hiermee in verbinding met God te blijven, en mijn roeping als mens te kunnen vervullen. Maar ik kan die krachten niet los denken van ons lichamelijk en geestelijk bestaan op aarde, waarmee ze onverbreekbaar verbonden zijn. Als ik sterf, houdt die verbinding op. Die krachten hebben dan hun werk gedaan.’ 03 pg 176

 

Rochus Zuurmond, theoloog

 

“Als het over het hiernamaals gaat, moet worden bedacht dat 'leven' en 'dood' in de Bijbel geen primair biologisch gedefinieerde begrippen zijn, maar vooral sociale noties. 'Leven' is het goede, actieve leven, samen met anderen”. 08 pg 145

 

Mijn eigen visie

 

Voor mij is het duidelijk. De hierboven genoemde theologen geven mij een overtuigend antwoord. De levensloop van alles wat leeft, dus ook van de mens, bestaat uit drie fasen: groei, bloei en verval. Mensen zijn niet onsterfelijk en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruil ik in voor het hierNU-maals. Hoe een mens doorleeft na zijn dood? In zijn genen, dat wil zeggen in zijn familie, in zijn kinderen. En bij degenen die hem hebben gekend.

 

Gnostiek

 

Op grond van mijn interpretatie van het ‘hiernamaals’ neem ik afstand van stromingen als gnostiek en esoterie. Deze zijn o.a. beschreven door Slavenburg 13 en Moerland 09.

VIII. Post-theïsme

 

Inleiding

 

Een psalm of gebed waarin de door mijzelf gemaakte zonden centraal staan heeft mij nooit aangesproken. Ik kon er niets mee, niet in mijn adolescentiejaren en nu nog steeds niet. Om die reden waren de woorden van Kuitert voor mij een opluchting: ‘De christelijke religie heeft te lang mensen klein gehouden. Eeuwenlang heeft de kerk mensen zondebesef ingedruppeld, en daarmee het leven van miljoenen mensen geordend, bepaald, ook ontregeld, en vaak gefnuikt. Gewone mensen waren zondaars, en dat moesten ze weten: zondaars mogen niet te hoog van de toren blazen’ 06 2002, pg 159

Een post-theïstisch zondebegrip.

 

Interessant is dat Fokko Omta, theoloog, geb. 1956, een aantal jaren later in zijn dissertatie (2019) een post-theïstisch zondebegrip centraal stelt. Hij schrijft “er is onder veel Christenen een verandering gaande waarbij men van het traditioneel theïstisch beeld van een persoonlijke God verschuift naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als kracht of geest”.

Zonde grijpt mensen niet aan op hun zwakheden, maar is gericht op hun kracht. De tegenwoordige zondaar ‘vloekt’ niet naar boven, maar naar binnen. Bron

Het ‘naar binnen vloeken’ houdt in dat je na een gemaakte keuze spijt krijgt. Het gaat hier om een gewetensbeslissing waarvan je later zegt dat je die nooit had moeten nemen. Zonde gaat dan niet primair in tegen een goddelijk wezen maar tegen het meest wezenlijke in je zelf.

 

Post-theïsme en TeNaCH

 

Klassieke theïsten geloven dat God zowel alwetend als almachtig is. Het is deze vorm van theïsme die langzamerhand wordt verlaten. Het ‘goddelijke’ is aan het verschuiven naar een immanent principe, als kracht of geest. De naam van deze vernieuwde geloofsinhoud is bekend als post-theïsme.


Dit post-theïsme heeft meer overeenkomsten met het Oude Testament dan je zou denken.
Tora, Profeten en Geschriften (TeNaCH) zijn in wezen niet theïstisch.  
Wie is JHWH dan wel? Hij kan worden omschreven als de onkenbare, de transcendente, de spirituele, de dragende kracht, een wezen dat zichzelf openbaart met IK ZAL ER ZIJN. Zie Exodus 3:14. Er ligt een verbod op het maken of beschrijven van de onkenbare. Zie Exodus 20:4 ‘Maak geen godenbeelden’

In de post-theïstische zienswijze wordt de relatie tussen de ’onkenbare’ losgekoppeld van de ‘zondige mens’. JHWH heeft beslist geen intentie om gelovigen te beangstigen en te deprimeren.

Naar mijn eigen overtuiging is JHWH een geestelijke kracht die in een mens aanwezig is op zijn levensweg. In allerlei situaties waarbij gevoelens de overhand hebben zoals opgelucht, verrast, vreugdevol, angstig, uitzichtloos, problematisch en veel meer. Het zijn situaties die je overkomen en waar je weinig of geen rationele invloed op hebt kunnen uitoefenen.

IX. De vraag naar de zin van het leven

 

1. Leven in huidige tijd

 

Inleiding

 

‘Wat de zin van mijn leven? Dit is een vraag die hedendaagse nadenkende mensen zichzelf stellen. De oorzaak daarvan is dat men zich heeft losgemaakt van bestaande ideologieën en om die reden zijn éigen weg moet zoeken. En dat is wat de moderne mens voor problemen zet.

 

Een psycholoog die mij aan het denken heeft gezet is Abraham Maslow (1908- 1970).

Hij geeft een overzicht van de ontwikkeling die een mens gedurende zijn hele leven doormaakt. Met als hoogtepunt zelfverwerkelijking. Hierbinnen ligt tevens het aspect van zingeving en zelfoverstijging.
Uitgangspunt daarbij: Immanentie, d.w.z. datgene wat het bewustzijn, inclusief het persoonlijk en collectief onbewuste, niet te boven gaat.

Wat kan je overkomen bij gebrek aan zingeving? Een besef van doelloosheid, zonder perspectief, verveling, een somber gevoel van ‘het leven hoeft voor mij niet meer…’

Meer informatie hierover van een psychiater, en psycholoog en een filosoof

 

Hoe geef je je leven opnieuw betekenis?

 

Het zijn de psychiater Viktor Frankl (1905-1997) 31 en de psycholoog Edith Eger (1927) 32 die beiden verschillende concentratiekampen, waaronder Auschwitz, hebben overleefd. Beiden kennen ze de verschrikkingen daarvan. Mede op basis van die ervaringen gaven ze na de Tweede Wereldoorlog hulp aan mensen die hun leven voor zich zagen als uitzichtloos. Na de oorlog hebben ze, elk hun eigen, therapeutische praktijk weer opgepakt.

Het doel daarbij is de betreffende mensen los te maken van hun uitzichtloze bestaan, mensen met suïcidale neigingen weer tot positieve gedachten te brengen.

Het is wel zo dat patiënten daarbij zelf met initiatieven moesten komen. Zowel Frankl als Eger hadden de stelling dat het niet mogelijk is om voor een ander mens antwoord te geven op hun de zingevingsvragen.

 

Zoek naar zin in je eigen leven

 

De Finse filosoof Frank Martela (1981) stelt voor: zoek niet naar zin van hét leven, maar naar zin in je eigen leven. Hij schrijft daarvoor het boek ‘Een prachtig leven. Hoe vind je zin in je bestaan? 45

‘Bijna iedereen is weleens overvallen door het gevoel dat zijn bestaan volledig zinloos is. Dat kan gebeuren wanneer je je werk ervaart als nutteloos. Of dat je te maken krijgt met een groot verlies zoals de dood van iemand waar je heel veel van houdt. Ineens komt de gedachte bij je op: mijn leven stelt niets voor, mijn leven is zinloos geworden’. Bron

 

 

2. Is onze wereld maakbaar?

 

Het beeld van een ‘maakbare wereld’ is actueel. Mensen kunnen tegenwoordig veel, met name op het gebied van de techniek, economie en geneeskunde. In onze huidige wereld leggen we ons lot niet meer in de handen van een God, maar van onszelf. Ons tijdperk is er een van individuele verantwoordelijkheid. We zijn bezig met zelfbeschikking. We willen ook ons ZIJN regelen (wie ik in wezen ben) en de ZIN van ons leven (het weten waarvoor ik leef). Maar daar gaat het mis. Hoe kan dit? Heidegger en Hendrikse geven antwoord op deze vraag. Hieronder te lezen.

Ons bestaan als geschenk. Heidegger.

 

‘Zin’ geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet.

 

- Als het bestaan een zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf maken. Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan zijn daarvoor noodzakelijk.

- De wereld waarin ons bestaan zinvol kan zijn, wordt niet van begin af aan door onszelf ingericht. De verlegenheid van de moderniteit met dat hinderlijke gebrek aan zelfbeschikking weerspiegelt zich in de discussie rond wat vandaag de dag met een onthullend woord het ‘zingevingvraagstuk’ heet.

- ‘Zin’ geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet. Je kunt hem niet ‘produceren’ zoals we dat doen met een gebruiksvoorwerp. Zin is meestal onopgemerkt aanwezig binnen ons bestaan.

Bron 40, 2017, pg 275.

 

Je leven is maar ten dele maakbaar. Hendrikse.

 

Klaas Hendrikse, protestants predikant: ‘Je leven is geen eigen fabricaat, je hebt jezelf niet gemaakt, en datgene waar je gelukkig van wordt ook niet.
De tijdgeest stelt de mens voor als een onafhankelijk, autonoom individu dat zelf verantwoordelijk is voor het uitstippelen van de route naar een geslaagd leven. Of het nu gaat om succesvol zijn, er jonger uitzien dan je bent, veiligheid, welstand, geluk of bewondering, er leeft of heerst in onze samenleving een collectieve veronderstelling dat we ons leven in eigen hand hebben. Het ideaal is de vrije mens die heer en meester is over zijn eigen leven’.


‘Dit is onzin’ schrijft Hendrikse: ‘je kunt wel zelf bepalen dat je morgen op reis gaat, maar niet dat je levend terugkomt. Iedereen is afhankelijk van omstandigheden die niet beheersbaar zijn. Je leven is
maar ten dele maakbaar, het is vooral kwetsbaar: het komt zoals het komt, met gebreken, mislukkingen en teleurstellingen. Tragiek ligt altijd op de loer en er bestaat geen God die je behoedt voor tegenslag en verdriet.’ 02, 2007, pg 100

 

De hedendaagse mens

We houden van gezelligheid, vriendelijkheid en genieten. Anders dan in voorgaande eeuwen kunnen we aan deze sfeer ook vaak vormgeven. Bij vorige generaties was dat nogal eens anders, het leven zat vol met kommer en kwel, vol treurnis en narigheid.

De laatste decennia zijn alle accenten in onze maatschappij gelegd op een economisch denken. ‘Als we ons best doen en genoeg geld verdienen kunnen we heel veel bereiken’, zo wordt er in deze tijd beweerd.

De moderne mens probeert op alle mogelijke manieren te ontkomen aan negatieve ervaringen en maakt daarin een goede kans van slagen. Het kan echter ook anders lopen dan je zou willen. Naast het genieten komen ook teleurstellingen en lijden op je levensweg.

De vraag is of je daarop voldoende bent voorbereid. Op dit gebied speelt de opvoeding een belangrijke rol.

3. Opvoeding, levensbeschouwing en levensenergie

 

De vraag of de jeugd in voldoende mate wordt voorbereid op hun leven als volwassene wordt beantwoord door de pedagogiek. In dit weblog sluit ik me aan bij de geesteswetenschappelijke stroming. Deze is gebaseerd op het werk van de filosoof Dilthey en de pedagoog Langeveld. Beiden richten ze zich op de door mensen geleefde ervaringen.

Mensen leven in een waardenwereld

 

Opvoeding is nauw verbonden met menselijke waarde-oordelen. Deze komen niet uit de lucht vallen, ze zijn een creatie van de mens zelf. In de opvoeding beleeft een kind de waarden die hem omringen als vanzelfsprekend. Er wordt voor hem gezorgd met als doel dat hij zich op den duur zelf redt.
Welke rol spelen ‘waarden’ in de opvoedingssituatie? Antwoord ‘Een waarden-vrije opvoeding is een waardeloze opvoeding’ Dit zegt genoeg.
60, pg 17

Een uitspraak van de 18e eeuwse filosoof Kant ondersteunt dit: ‘De mens kan alleen méns worden door opvoeding. Hij is niets anders dan wat zijn opvoeding van hem maakt

 

Welk doel heeft de opvoeding? Langeveld geeft als antwoord: Opvoeden tot persoonlijke verantwoordelijkheid. Dit is de kern.
Bij een waarden-vrije opvoeding is een kind en jeugdige niet in staat zich te ontwikkelen tot een persoon met kenmerken als verantwoordelijkheid, kunnen omgaan met regels, eerlijk, trouw, liefdevol, medemenselijk. En op basis hiervan ruimte voor een ontwikkeling van een eigen identiteit.


In de huidige tijd ligt het gevaar op de loer dat kinderen niet in voldoende mate worden opgevoed in het omgaan met teleurstellingen. Hierdoor ontwikkelen ze geen of veel te weinig frustratietolerantie. En die heb je wél nodig. Het leven is nu eenmaal niet vrij van tegenvallers, mensen zeggen ook niet altijd aardige dingen tegen je. Je moet ergens tegen kunnen, niet gelijk in de put zitten.

Dirk De Wachter ‘We zijn gewend om onze zin te krijgen, verwend te worden. Onze frustratietolerantie zakt weg naar een nulpunt. En dat kan bij teleurstellingen die mensen in hun leven soms tegenkomen extra hard toeslaan’.

 

De levensbeschouwing als opvoedingsbasis

 

Welke relatie is er tussen de levensbeschouwing van een opvoeder en de aan hem toevertrouwde onvolwassene?

Antwoord: De levensbeschouwing die jij zélf als opvoeder in de praktijk brengt, in woord en daad, functioneert voor je kinderen als model. Kinderen identificeren zich met hun opvoeders. Tot ca. twaalf jaar doen ze dat heel concreet, ze nemen de identiteit van de opvoeder(s) als het ware over. Het is dan ook essentieel dat de opvoeder zijn eigen identiteit heeft ontwikkeld. Eén van de kenmerken daarvan is een eigen levensbeschouwing.
Tot nog toe gaat het over de rol van de opvoeders. Hierna wil ik het hebben over de vraag hoe mensen tijdens hun hele leven aan
levensenergie komen.

De levensenergie van kind en volwassene

 

Is het kind een stuk klei dat door zijn opvoeders wordt gekneed en daardoor in de gewenste vorm gebracht? Of heeft het kind zelf een drijfveer, een persoonlijke energiebron, die hem de stimulans geeft om zichzelf te ontwikkelen tot een volwassen medemens? Dit laatste lijkt mij het enige juiste.
Hoe komt een mens aan die die persoonlijke energie? Mijn stelling is dat je
levensenergie niet zélf aan je leven geeft. Je beschikt hierover in meer òf mindere mate. Echter, het is de opvoeding die voor uitdagingen kan zorgen en sturend kan werken.

Het is de psycho-analyticus Erik Erikson (1902-1994) die de ontwikkelingsfasen gedurende het hele leven van een mens in kaart brengt.

Lees de verkorte inhoud hiervan. Een paar voorbeelden

In de fase van kind en jeugdige:

- Waarom wil een jong kind leren praten?

- Waarom vecht een adolescent voor zijn eigen identiteit?’

 

In de fase van volwassenheid:

‘Waarom verlangen vroeg-volwassenen naar een eigen gezin?’

‘Waarom zijn mensen van middelbare leeftijd het meest productief in de samenleving?

En interessant is voor mijzelf, als maker van dit weblog, de vraag ‘Waarom wil ik mijn eigen mensbeschouwing onder woorden brengen?’

X. Mijn eigen spirituele wereld

Inleiding

In een spirituele wereld worden mensen aangedaan of aangeraakt door het oneindige. De menselijke geest is verbonden met het goddelijke, het irrationele. Dit goddelijke overkomt je op de meest onverwachte momenten. Toch kun je die spirituele wereld zelf wel toegankelijk maken, in de woorden van
Hegel ‘De menselijke geest kan de Geest leren kennen en zo ontdekken dat ze daarvan zelf ten diepste een instantie is. Zij leert zichzelf vooral op het vlak van de kunst, de religie en de filosofie kennen als een instantie van de Geest’. 

Hieronder volg ik deze categorieën.

 

1. Kunst

 

Harry Kuitert inspireerde mij om allerlei religieuze begrippen een plaats te geven waar ze thuishoren, namelijk in het verhaal van de religieuze wereld. Het gaat daarbij om begrippen als God, paradijs, engelen, hemel, e.d.  06, 2005, pg 190,192

 

a. Klassieke muziek

Waarom brengt de klassieke muziek mij zo dicht bij het spirituele? Ik kan het niet verklaren, behalve dat het er is. Ik word opgetild in een wereld van muzikale schoonheid. Als antwoord geef ik een variatie op Kuiterts woorden:
Het Goddelijke is van muzikale taal, de hemel is van muzikale taal, het paradijs waar de engelen je naar toe mogen dragen, is ook van muzikale taal.
Het is alles van taal en moet van taal blijven, wil het zijn betekenis houden.

 

’t Bovenstaande wordt op een geheel eigen manier verwoord door Dirk de Wachter. Een bijzondere beleving!

 

b. Beeldende kunst

Waarom bezoek ik - samen met mijn vrouw - tijdens vakanties zo graag musea, kathedralen, kerken en kloosters?

Ik ervaar daar op willekeurige momenten een schoonheid die mij dicht brengt bij het religieuze.

Ook hier dezelfde variatie op Kuiterts woorden als hierboven: het Goddelijke is van beeldende taal, de hemel is van beeldende taal etc.
Zie als voorbeeld de
kathedraal San Fermo in Verona.

2. Religie

 

Binnen de context van de religieuze mythe bestaat de rite, de godsdienstige praktijk. In lied, gebed, prediking en sacrament wordt het verband gelegd tussen het verhaal en mijn eigen leven. Daar is de plaats waar het 'begrijpen' van de godsdienstige verhalen mogelijk wordt. Voor mij gaat het niet om de verhalen. Die ken ik in voldoende mate. Het gaat mij om datgene wat het verhaal mìj te zeggen heeft. Symbolisch, mythisch. Het mòeten geloven in wonderen roept bij mij weerzin op. Maar daar gaat het in de Christelijke religie ook niet om. Waar het wél om gaat is dat ik het verhaal zo begrijp dat er met mìj een wonder gebeurt.

 

Na kennisname van het bovenstaande ben ik me gaan verdiepen in de meer recente theologie. Deze studie bleek verfrissend en gaf mij antwoord op veel van mijn vragen. Zie mijn boekenlijst 01-20

 

3. Filosofie


De filosofie heeft mij inzicht gegeven in een fundamenteel andere manier van denken. Van Russell,
42 pg 15, weet ik dat filosofie een wetenschap is die zich bevindt in een soort niemandsland dat open ligt voor aanvallen van enerzijds de (dogmatische) theologie en anderzijds de exacte wetenschappen.

 

Het waren de filosofiecolleges van de hoogleraar Dr J.G. Bomhoff die bij mij - eind jaren 1960 - een doorbraak in het denken hebben teweeg gebracht. Ik wist niet dat ‘filosofie’ zó verrijkend kon zijn in je leven, je zoveel nieuwe en volstrekt andere inzichten kon geven. Ik ben de liefde voor die tak van wetenschap dan ook nooit meer kwijtgeraakt.

 

Daarom interesseren filosofische thema’s me niet alleen, ze geven mij ook de spirit om verder te lezen en kennis te nemen van datgene waar mijn denken door wordt gevoed en opgetild. De boeken die mij op dit gebied iets te zeggen hebben staan op boekenlijst de nummers 30 tot 50.

XI. Conclusies

1. Waaruit bestaat mijn mensbeschouwing?

Mijn mensbeschouwing is niet in één volzin te formuleren. Vandaar de verschillende componenten.

 

Psycho-analyse

- Het collectief onbewuste is de machtigste kracht in de persoonlijkheid. Het zijn de vroeg menselijke ervaringen die onbewust zijn. Daarbinnen geven archetypen de inhoud.

 

Pedagogiek

- Opvoeding is nauw verbonden met menselijke waarden.

- Een waarden-vrije opvoeding is een waardeloze opvoeding.

- Een waarden-volle opvoeding is gericht op de ontwikkeling van een verantwoordelijke persoonlijkheid.

 

 Filosofie

- Mensen zijn interpreterende wezens. Ze kunnen niet iets waarnemen zonder daar ook direct een betekenis aan te geven.
- Als het bestaan zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf produceren.

- Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan is noodzaak.

- Mensen willen weten wat de zin van hun leven is. Een gebrek aan zingeving leidt tot een besef van doelloosheid en verveling. Zonder perspectief lijkt niets meer van belang.

 

Theologie

- De diepe Bijbelse waarheid kan richting geven aan het leven van mensen. Bijbelverhalen geven meestal een oppervlakkige, begrijpbare indruk aan datgene wat als kern, moeilijk te verwoorden, wordt bedoeld. Vergelijkbaar met het menselijk bewuste en het diepe onbereikbare onbewuste.

- De Bijbel drukt de bedoeling van verhalen uit door middel van religieuze mythen, symbolen, metaforen e.d.

 

- Mijn visie is post- theïstisch. Daarin verschuift het beeld van een persoonlijke God naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als geestelijke kracht. Immanentie bevindt zich in het menselijk bewustzijn, op zowel bewust als onbewust niveau.
- In Christus is zowel het vaderlijke als het moederlijke aanwezig: de geestelijke kracht (het vaderlijke) en de spiritualiteit (het moederlijke).
- De vele diepliggende Bijbelse boodschappen zijn tijdloos. Het zijn geen verhalen over datgene wat eeuwen geleden heeft plaats gevonden. Ze gebeuren steeds, ook in déze tijd.

- Spirituele momenten overkomen je. Voor mij zijn ze er in situaties waarin kunst, religie of filosofie een rol spelen.


- Interpretatie van de Bijbel is tijdgebonden. De Bijbel wordt, afhankelijk van veranderde inzichten, waar nodig opnieuw geïnterpreteerd.

- In plaats van ‘de zondige mens’ kies ik voor een gewetensvolle mens die onderweg is naar het goede. 11, 1969.

- Tussen geboorte en overlijden vindt een menselijk leven plaats. Leeft een gedeelte van hem, zijn geest, verder na zijn dood? Ik kan me dat niet voorstellen, elk mens is een tijdelijk verschijnsel zowel lichamelijk, psychisch als geestelijk. Als de levensgeest is geweken dan is het over en uit.

 

2. Mijn godsbeeld

 

Uit bovenstaande mensbeschouwing leid ik een godsbeeld af.

Mijn godsbeeld is niet ‘de almachtige God die de hele wereld naar zijn hand zet of hij die mijn levensweg heeft uitgestippeld’. Wat dan wel?

De God die ik voor ogen heb bestaat als een geestelijke kracht die mij draagt met als kenmerk dat hij er altijd is en zal zijn. In allerlei situaties met name op momenten van intens verdriet, plotselinge opluchting en diepgaande blijdschap.

3. Kom tot je eigen ZELF

 

Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen bestaan. Kom tot je ZÉLF. Maak het jezelf niet gemakkelijk door mee te liften met diegene die wél een eigen gefundeerde godsdienstige opvatting heeft. Die ander ben jij niet en jij bent die ander niet. Wees jezelf!

 

Een citaat van de filosoof Nietzsche dat overeenkomt met mijn eigen ervaring:
 “Het blijkt dat het er bij ‘worden wie je bent’ niet om gaat om een ‘ZELF’ te vinden waar je altijd al naar op zoek bent geweest. Jouw ZELF is voortdurend actief, een doorgaand proces dat goed wordt weergegeven door het werkwoord worden. De blijvende en duurzame aard van het mens-zijn is dat je steeds verandert in iets anders. Wat je bent, is in wezen een actieve transformatie”.

 

4. Je neemt deel aan de samenleving

 

Toch kun je niet uitsluitend op zoek zijn naar je eigen zélf. In onze samenleving bestaan algemene waarden die je in acht hebt te nemen, of dit nu in je mensbeeld past of niet. Welke zijn dat?
Het
zijn waarden die tijdloos zijn, altijd en overal aanwezig. Ze hebben betrekking op ethische en sociale minimumeisen die binnen onze samenleving gelden, ze zijn mensoverstijgend. Ik kies voor de woorden van Carel ter Linden:

- De voor ons leven en onze samenleving essentiële grondwaarden, zonder welke deze wereld in een chaos zou veranderen, komen ons niet van boven of buiten ons bestaan aangevlogen; de mens heeft ze met vallen en opstaan ontdekt als de enige weg om het leven met elkaar mogelijk te maken, en herkend als eeuwige waarden.

- Het zijn de dragende krachten zoals rechtvaardigheid, liefde, mildheid, trouw, bestrijding van onrecht die het leven en deze wereld bijeen houden.


Het bovenstaande sluit aan bij de woorden van de apostel Paulus, Filippenzen 4 vers 8:

- Schenk aandacht aan alles wat waar is, edel, rechtvaardig, zuiver, lieflijk en eervol. Kortom doe alles wat deugdzaam is en lof verdient.

 


Afsluitend

 

Dit weblog is een weergave van een gaandeweg ontstane verdieping in de theologie en filosofie. Ik constateer daarbij dat mijn visie veel kenmerken heeft van een Liberaal Christendom, een vrije en niet dwingende vorm van geloven.

 

Overigens ben ik me ervan bewust dat, zolang mijn brein actief is, de invulling van mijn mensbeeld in beweging zal zijn.

Hiermee sluit ik aan bij een uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus (ca. 500 v Chr):


‘alles stroomt, niets is blijvend’

‘Wat er is, kun je vergelijken met de stroom van een rivier:
je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’.

 

 

Opsteller van dit weblog

Bernard Sietses (1945)
studie doctoraal pedagogische wetenschappen, Universiteit Leiden

loopbaan docent Prot. Chr. Pedagogische Academie, Den Haag