Mensbeschouwing

 

Inhoud

I. Mijn mensbeschouwing. 3

Inleiding. 3

De invloed van Hans Meijer 3

II. De Moderniteit, vanaf de Verlichting tot heden. 3

1. De Verlichting. 3

17e eeuw Het Rationalisme. 3

18e eeuw De Romantiek. 4

2. Jaren 1950 en daarna. 4

a. Het Postmodernisme. 4

Eigen ervaringen. 4

b. Het Postmodernisme voorbij 4

Levinas, Verhaege, Taylor, Groot 4

Commentaar 5

III. De hermeneutische methode. 5

Subjectieve interpretatie. Dilthey, Heidegger 5

IV. Geloofsvoorstellingen. Bultmann, Tillich, Benjamins. 5

1. De religieuze mythe. 5

2. Herinterpretatie. 5

3. Zelfoverstijging, de betekenis van geloven. 5

V. Mens durf te weten! 6

De Amsterdamse School 6

Karel Deurloo, Rochus Zuurmond. 6

Carel ter Linden. 6

Nico ter Linden. 6

VI. Collectief onbewuste, Archetypen en Christendom.. 7

Carl Jung en Tjeu van den Berg. 7

Mijn visie. Christus als geloofsvoorstelling. 7

VII. Theologische verkenningen. 7

1. Wie was Jezus?. 7

2. De betekenis van Het Kruis. 8

1. Jezus’ appčl: ieder neemt zijn eigen kruis op. 8

2 Marcus, Origenes, Levinas. 8

Mijn eigen visie. 8

3. Interpretatie van het hiernamaals. 8

1. In de oudheid. 8

2. In de huidige tijd. 8

Mijn eigen visie. 9

VIII. Post-theďsme. 9

Naar een post-theďstisch zondebegrip. Fokko Omta. 9

Post-theďsme en TeNaCH. Mijn visie. 9

IX. De vraag naar de zin van het leven. 10

1. Leven in huidige tijd. 10

Inleiding. 10

Een zinvol leven. Martela. Frankl. Eger. 10

Commentaar 10

2. Is onze wereld maakbaar?. 10

Ons bestaan als geschenk. Heidegger. 10

Je leven is maar ten dele maakbaar. 11

Commentaar 11

3. Opvoeding, levensbeschouwing en levensenergie. 11

Mensen leven in een waardenwereld. 11

De levensbeschouwing als opvoedingsbasis. 11

De levensenergie van kind en volwassene. 11

X. Mijn eigen spirituele wereld. 12

1. Kunst 12

2. Religie. 12

3. Filosofie. 12

XI. Conclusies. 12

1. Waaruit bestaat mijn mensbeschouwing?. 12

2. Mijn godsbeeld. 13

3. Kom tot je eigen ZČLF. 13

 


 

I. Mijn mensbeschouwing

 

Mijn mensbeschouwing is gebaseerd op de filosofie, de theologie en de psycho-analyse. Het gaat mij in dit weblog om een indruk te krijgen van mijn eigen mensbeeld. Dit wil zeggen een doordachte voorstelling van wat het betekent mčns te zijn. Vragen daarbij zijn:

 

- Mijn leefwereld is een waardenwereld. Wat zijn mijn eigen waarden?

- Elk mens wil perspectief in zijn leven. Dit gebeurt via zingeving. Hoe geeft ik daar vorm aan?

- In hoeverre kan ik mijn diepe zelf omschrijven?
- Mijn eigen levensloop voltrekt zich. Wat is mijn invloed daarop?

 

Hetzelfde omschreven als proza-poëtische tekst

 

·       ‘Elk mens die leeft waardeert. Een leefwereld is een waardenwereld. Want leven is liefhebben en haten en achteloos voorbijgaan. Leven is voorkeur en afkeer, onverschilligheid en intens met iets bezig zijn. Leven is dingen moeten doen, die je niet graag doet en dingen niet kunnen doen, die je dolgraag zou willen doen. Elke mens heeft zo zijn eigen wereldje’.

·       ‘Waarderen is zingeven. Elk mens is een zingever. Iedereen brengt zingeving dagelijks in de praktijk’.

·       ‘Elk mens is een eigen zijn, met een eigen aard. Dit eigen zějn is geen vast omlijnd, massief blok. Het is eerder een kunnen-zijn, een taak die volbracht moet worden. Elk mens is een onbekend aantal mogelijkheden, die naar verwerkelijking dringen’.

·       ‘Een mens leeft geschiedenis. Hij moet zichzelf voltrekken. Van elk mens is een biografie te schrijven. Het ‘ik’ is een levensgeschiedenis, die zich in verschillende fasen voltrekt.’ Bron

 

Bernard Sietses, 2021

 

Inleiding

 

Als eerste stel ik de vraag waarom mensen meer en meer de kerk verlaten. Zelf was ik een van hen, dus het onderwerp heeft rechtstreeks betrekking op mijn eigen situatie.


De kerk als drager van het christelijk geloof heeft het moeilijk. Steeds meer mensen kiezen voor een eigen weg waar het gaat om hůn opvatting over het leven. De oorzaak is dat de christelijke verkondiging niet meer aanspreekt. Mensen vinden zichzelf er niet meer in terug.

In de tijd die achter ons ligt hadden mensen zčlf de ervaring schuldig te zijn tegenover God. De wortels hiervan liggen in de Middeleeuwen en in de tijd van de Reformatie waar menselijke schuld als het grootste kwaad werd gezien. Christus kon ons daarvan verlossen door zijn verzoening en kruisdood.
In onze tijd wordt schuldig-zijn niet meer op wijze deze ervaren. Zeker niet door mijzelf.

 

De invloed van Hans Meijer

Hierboven beschrijf ik waarom ik bezig was de kerk vaarwel te zeggen. Dat dit niet is gebeurd kwam door een bijzonder contact met ds. Hans Meijer. Na een kerkdienst hadden mijn vrouw en ik een goed gesprek met hem waarbij het ging over het Christelijk geloof in deze tijd. Al gauw merkte ik dat ik een achterstand had opgelopen, veroorzaakt door het feit dat het ‘geloof’ me niet veel meer te zeggen had.

Daarna, in 2018, nam ik deel aan zijn leerhuis waar het o.a. ging over

- de vraag waarom gelovigen zo vaak vast houden aan traditionele, orthodoxe kennis. Ook al is die verouderd. Waarom willen mensen niet eens weten welke nieuwe inzichten er zijn? 19

- de politieke geschiedenis van de Bijbel. 07

Nadat ik de betreffende boeken had gelezen verbaasde ik me over de nieuwe inzichten die de kerk te bieden heeft. Dit werd nog veel sterker toen ik kennis maakte met de inhoud van andere leerhuis-jaren. Bij mij brak het inzicht door dat de verhalen slechts een middel zijn om een veel diepere betekenis aan te geven. Het gaat om het begrijpen welke diepe waarheid achter een verhaal schuilt.

 

Literatuur die dit zeer goed ondersteunt is te vinden in

- het boek van Tjeu van den Berk, Het oude Egypte: bakermat van het jonge Christendom.

- de inhoud van Oude mythes en de Bijbel.

Het stuk ‘Oude mythes en de Bijbel’ begint met: ‘Recentelijk verschenen opmerkelijke boeken die ons uitdagen om de traditionele visie op de bijbel grondig te herzien. Bijbelverhalen – het geldt ook voor het evangelie – zijn gestoeld op oude mythen en dragen daarom ook zelf een mythisch karakter’.

 

Het was deze informatie die mij heeft gemotiveerd om studie te gaan maken van de hedendaagse theologie.

 

Daarvoor begin ik met een historisch overzicht.

II. De Moderniteit, vanaf de Verlichting tot heden

 

1. De Verlichting

 

Tot de Reformatie in de 16e eeuw heeft de kerk het vol gehouden: de waarheid werd in een geloofsleer verpakt en als objectief aan de ‘gelovigen’ doorgegeven. Andersdenkenden werden gestraft.
Het probleem bleef echter dat ieder mens op een eigen, subjectieve, manier waarneemt en denkt. Het bleek onmogelijk om iedereen op dezelfde wijze te laten ‘geloven’. Zie ook
12, hfd 3

17e eeuw Het Rationalisme

 

In de Middeleeuwen werd de mens gezien als onderdeel van de groep, de samenleving waarin hij was opgegroeid. De filosoof Descartes bracht hier verstrekkende verandering in. Hij stelde de ratio – het redelijke verstand – voorop. Onder de naam rationalisme bloeide deze stroming vanaf de 17e eeuw en was het belangrijkste kenmerk van het denken tijdens de Verlichting, in de 18e eeuw. Hieraan verbonden kwam men tot het inzicht dat ieder mens op een eigen, subjectieve manier waarneemt en denkt.

 

Rationalisme in de huidige tijd

De gedachte dat ‘ieder mens op een eigen, subjectieve manier waarneemt en denkt’ wordt tegenwoordig steeds meer bewaarheid. Steeds meer mensen zijn op zoek naar datgene wat betekenis geeft aan hůn leven. Ze zijn van tijd tot tijd de weg kwijt en vragen zich dan af wat de zin is van hun leven, waar ze bij horen en waar ze heen moeten.
Nieuwe generaties keren de kerk meer en meer de rug toe. Toch is er wel zeker behoefte aan het samen beleven van spiritualiteit. Lees
een artikel hierover.

 

Vanuit het rationalistisch denken ontstond een nieuwe visie op religiositeit. Waarvoor zouden we God nog nodig hebben als ons eigen verstand toch ook antwoorden kan geven op onze zingevingsvragen? En, wat moeten we met een kerk die ons alleen maar wil overtuigen en van alles wil laten aannemen?

 


In de 19e eeuw werd dit de
hermeneutische methode genoemd. Deze veronderstelt dat een mens zichzelf en de wereld begrijpt door die te interpreteren. Ze veronderstelt dat mensen interpreterende wezens zijn, die altijd 'iets' waarnemen 'ŕls iets'. Vervolgens krijgt dit zijn plek in de wereld en begrijpt een mens zichzelf 'als iemand'. 12, pg 19, 20

 

 

18e eeuw De Romantiek

 

In de 18e eeuw ontstond de Romantiek. Dit onder invloed van de filosofie van Jean Jacques Rousseau, 1712-1778.

Rousseau ging ervan uit dat de mens bij de schepping goed was en pas later door de zonde werd bedorven. Echter, de oorspronkelijke toestand zou weer moeten worden hersteld en daartoe was ook de mogelijkheid aanwezig. De mens was namelijk niet helemaal bedorven. In hem leefde nog een 'goddelijk instinct', een ‘hemelse stem’ die hem steeds tot het goede aanspoorde. Dit was zijn geweten, zijn intuďtie, zijn gevoel. Bovendien bezat elk mens de vrijheid om naar deze stem te luisteren. Rousseau zag hierin de kern van de wezenlijke mens, dit was zijn ware natuur. De mens is dus in bestemming en naar zijn existentie aangelegd op het goede. 61 pg 91

 

Sinds het Rationalisme en de Romantiek, de Verlichting, leven we in het tijdperk van de Moderniteit. Deze periode is gebaseerd op een overwicht van de Rede en het Gevoel. Bovendien staat de mens als subject centraal. De mens die de wereld vanuit zichzelf waarneemt en betekenis geeft.

 

Van hieruit ga ik verder naar de ontwikkelingen vanaf eind jaren 1950.

 

2. Jaren 1950 en daarna

a. Het Postmodernisme

 

Het postmodernisme is een cultuurstroming die ontstond aan het eind van de jaren 1950. Kenmerkend ervan is de radicale twijfel aan waarheid zoals die wordt opgeëist door systemen die hun eigen wetgeving vaststellen. Het gaat daarbij om de ‘grote verhalen’ die waarheid claimen, zoals gebeurt in de politiek en in orthodox theologische stromingen. Men proclameert het einde van de ideologieën.

Eigen ervaringen

 

In het gereformeerde milieu waarin ik opgroeide stonden de waarden en normen vast, ze waren een richtlijn voor mijn opvoeding. Ze domineerden zowel thuis als op school, in ‘onze’ politieke partij als in ‘onze’ krant. 52

De gereformeerde identiteit werd op mij als kind en jeugdige overgedragen. Mijn adolescentie en de jaren die daarop volgden vielen volop in de tijd van het postmodernisme.

In de vele gesprekken die ik had met familie en vrienden was ‘wereldbeschouwing’ nogal eens het onderwerp. Ik voelde me thuis in de gesprekken waar gereformeerde waarden onder de loep werden genomen. Niet alles voor zoete koek aannemen, maar vragen naar achtergronden. Om die reden vond ik de publicaties van de theoloog Harry Kuitert (1924-2017) bijzonder interessant. Hij bracht onder woorden wat ik - vaak latent- van belang vond.

Overigens bleek pas jaren later dat het kritische gedachtegoed uit de Verlichting door te dringen. In dat proces was Harry Kuitert één van de theologen met een baanbrekende rol!

De psycholoog Abraham Maslow maakte op mij veel indruk. Hij richtte zich op een optimale ontwikkeling van het mčns-zijn. Worden wie jěj bent. Opklimmen naar zelfverwerkelijking en zelfs naar zelfoverstijging. De mens als individu stond daarbij centraal. 23

 

b. Het Postmodernisme voorbij

 

Het postmodernisme heeft geleid tot persoonlijke emancipatie, het mogen zijn wie je bent, het ontwikkelen van je eigen talenten.

De keerzijde is echter dat deze stroming gepaard gaat met
1. een op hol geslagen individualisme en weinig of geen interesse voor de medemens. Met als gevolg sociale vereenzaming.
2.
oppervlakkigheid, toenemend materialisme en gericht op eigenbelang. Onvoldoende aandacht voor ethiek, in het bijzonder het geloof in waarheid en de drijfveer deze ook toe te passen.

 

Met behulp van enkele denkers wil ik dit verder verduidelijken.

Levinas, Verhaege, Taylor, Groot

Levinas, filosoof

 

Levinas ziet als belangrijkste fenomeen van het mens-zijn de relatie met zijn medemens. Hij vraagt zich af: ‘Wat gebeurt er als iemand mij aankijkt?' Aankijken maakt je bewust van een ander, in zijn anders-zijn. Je kunt je het beeld van de ander niet toe-eigenen en je kunt het ook niet ontwijken. Je moet er wat mee. En dat is het begin van de onvermijdelijke dialoog.
De werkelijkheid verschijnt door
interactie tussen ‘ik' en de ‘ander'.

 

Paul Verhaeghe, psycholoog en psycho-analiticus 

Paul Verhaeghe (1955): ‘de opvatting dat een mens een individu zou zijn is een grote misvatting. Wij zijn uitdrukkelijk sociale wezens. En alles wat wij doen is in verhouding tot anderen.’ 24

Charles Taylor, filosoof en theoloog

 

‘De mens is zichzelf steeds meer gaan zien als een individu met het recht op een eigen levensstijl. Hij kan zijn eigen keuzes maken, zijn eigen geweten en overtuigingen volgen.

Bij de huidige mens ontbreekt het gevoel om voor een hoger doel te leven. Mensen zijn hun plaats in een transcendente orde kwijtgeraakt. Taylor denkt daarbij aan de oppervlakkigheid waarmee men leeft. De hedendaags mens is mathematisch, calculerend en stelt zichzelf primair de vraag wat iets kost en wat het oplevert. Het economische denken voert de boventoon. Daarmee is de ruimte voor een ethiek grondig uitgehold’. 41, 2000, pg 107 ev

Ger Groot, filosoof

 

‘Hoe atheďstisch onze cultuur ook geworden mag zijn, ze is nog altijd diep gelovig. Ze is diep overtuigd van de waarheid van de mensenrechten, van de wetenschap, van de democratie, en eerst en vooral van de waarheid zelf’. 41,Voorwoord

 

Commentaar

 

Ger Groot wijst hier expliciet op het verschil tussen een rationeel taalgebruik en geloofstaal waarmee een ander waarnemingsniveau wordt bedoeld.

Als verduidelijking verwijs ik naar Ricoeur en Kuitert, ter Linden. Ze wijzen erop dat geloofstaal zich in een andere dimensie bevindt, anders dan rationele taal.
- Ricoeur beoordeelt geloofstaal als ‘een heilige dimensie’.

- Kuitert geeft geloofstaal een plaats in het geloofsverhaal, in de religieuze mythe.

- Nico ter Linden: de verhalen in de Bijbel zijn niet echt gebeurd. Het was altijd de schrijver die zijn eigen visie, zijn eigen beleving onder woorden bracht.

III. De hermeneutische methode

Subjectieve interpretatie. Dilthey, Heidegger

De hermeneutische methode veronderstelt dat een mens zichzelf en de wereld begrijpt door die te interpreteren. Mensen zijn interpreterende wezens, die altijd 'iets' waarnemen 'ŕls iets'. Vervolgens begrijpt een mens zichzelf 'als iemand' en zijn omgeving ‘als iets’. 12, pg 19, 20

 

Een toelichting door twee filosofen.

Wilhelm Dilthey (1833-1911) geldt als aartsvader van de hermeneutiek. Hij wil de geesteswetenschappen een passende plaats geven. Anders dan bij de empirische psychologie, zie bijvoorbeeld het werk van de psycholoog Kahneman, 21, gaat het om studie van geleefde ervaringen. Het menselijk denken, willen en voelen zijn daarbij verstrengeld.

 

Volgens Martin Heidegger (1889-1976) is het doel van de hermeneutiek het begrijpen waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Waarom neemt iemand dčze specifieke houding aan en niet een andere? De wereld laat zich nooit neutraal of objectief zien maar verschijnt alleen als een wereld-van-betekenis.

Voordat we 'objectief' naar de wereld kijken, bewegen wij ons allang in de wereld en hebben we geleerd wat we op welke plek moeten doen en wat het belang ervan is.

De relatie die een mens heeft met zijn omgeving bestaat uit meer dan concrete waarneming. Een mens heeft ook zoiets als een buitenzintuiglijk besef. Dit is niet zichtbaar, niet grijpbaar en zeker niet te produceren
Heidegger licht toe: “Es gibt Sein. Wie of wat 'geeft' dat Zijn? Niet God, een echte gever is er niet. Als het bestaan een zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf maken. Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan zijn daarvoor noodzakelijk”.
40, 2017 pg 275
 

Subjectieve interpretatie

 

De hermeneutische methode ontkomt niet aan een subjectieve interpretatie bij de bestudering van de omringende wereld.
In dit weblog maak ik gebruik van deze methode wat inhoudt dat ik ervan uitga dat ieder mens op een geheel eigen, subjectieve, manier het ZIJNDE ervaart. Voor mij is dit ZIJNDE is verwant aan het goddelijke, aan een kracht die mijn leven draagt.
 

IV. Geloofsvoorstellingen. Bultmann, Tillich, Benjamins

1. De religieuze mythe

 

De theoloog  Rudolf Bultmann (1884-1976) is van mening dat de verkondiging van het evangelie inhoudelijk vernieuwd moet worden. ‘Mythologische geloofsvoorstellingen zouden moeten worden toegespitst op ons hedendaagse leven. Niet als waar gebeurde beschrijvingen van een werkelijkheid’. 12 pg 18

De mythologische voorstellingen zijn de verpakking van een boodschap die ons een nieuwe kijk op onszelf en op ons bestaan wil geven.

 

Neem als voorbeeld het ontstaan van de mens als een verantwoordelijk wezen:


Als kroon van zijn schepping creëerde God de mens, Genesis 1-3. Deze mens had geen kennis van goed en kwaad, kende geen ethiek. In deze fase was hij een ander mens,  moreel neutraal en gestuurd door zijn instincten.

Door het overtreden van een Goddelijk verbod kreeg hij wél de beschikking over ethische kennis en had daarmee de vrijheid om zijn eigen morele keuzes te maken. Deze vrijheid is in de filosofie bekend geworden als ‘Der Mensch ist der erste Freigelassene der Schöpfung’. Hij was dus niet meer overgeleverd aan zijn vóór-menselijke wijze van bestaan.

De consequentie van deze vrijheid is echter wel dat een mens tijdens zijn hele leven geconfronteerd zal worden met ethische keuzen en daar ook zelf de verantwoordelijkheid voor draagt. Zie ook 11, 1973, pg 218 ev

 

2. Herinterpretatie

 

- Tijdens de Verlichting werd, mede onder invloed van Kant, Schleiermacher en Hegel, een omslag gemaakt in de waardering van de traditionele, geruststellende kennis. Er ontstond een kritische houding, nog sterker, deze houding werd een middel voor het verwerven van geldige kennis.


- De theoloog Benjamins schreef in 2016 dat ‘geloofsvoorstellingen in de meest uiteenlopende situaties steeds opnieuw betekenis krijgen doordat ze voortdurend opnieuw worden geďnterpreteerd met behulp van actuele filosofische ideeën’.
12 pg. 14


- In de protestantse kerk zijn het de ‘gelovigen’ zčlf die wel of niet open staan voor herinterpretatie van Bijbelse teksten. Verder hierover in het hoofdstuk ‘Mens durf te weten’.

 

3. Zelfoverstijging, de betekenis van geloven

 


Zelfoverstijging

De theoloog Rick Benjamins (1952) ziet God niet als een almachtige die de wereld naar zijn hand zet. Daarvoor in de plaats is zijn stellingname dat God een ZIJNDE is die in de mens zelfoverstijging opwekt. 12 pg 18

Zie ook het model voor menselijke ontwikkeling van Maslow waarbij zingeving, zelfoverstijging en zelftranscendentie op het hoogste niveau staan.

 

Geloven als vertrouwen

De theoloog Tillich beschrijft het geloof als een vertrouwen in het leven, als de moed om te ZIJN. ‘De Bijbel geeft zelf de aanzet voor deze opvatting: het woord voor geloof dat in het Nieuwe Testament wordt gebruikt, betekent vooral vertrouwen’. 12 pg 49

 

Geloven als overtuiging

Er bestaat een merkwaardig verschil tussen ratio en overtuiging. Het rationele is een product van het verstand, beargumenteerd, verklaarbaar en verdedigbaar. Een overtuiging overkňmt je, je neemt gevoelsmatig of intuďtief een standpunt in en geeft past daarna een toelichting op je keuze. Het recente boek van Kahneman gaat hier uitvoerig over. Zie 21.

Een goed toegankelijk overzicht geeft bij McLean. Hij ontwikkelde een schema dat drie verschillende zones weergeeft van het menselijk brein. Je ziet daarin het verschil tussen de ratio en de dieper gelegen gebieden die als belangrijkste kenmerk hebben dat ze je overkňmen, zoals emoties, woede, liefde en intuďtie.

V. Mens durf te weten!

 

Meerten ter Borg “De vraag kan worden gesteld waarom gelovigen zo vaak vast houden aan traditionele, orthodoxe kennis. Ook al is die verouderd. Er is moed voor nodig om standpunten in te nemen die afbreuk doen aan datgene wat men gewend is. Het veroorzaakt verwarring.

We zijn vrij om te geloven en ons geloof te kiezen. Het ‘durf te weten’ impliceert de harde waarheid dat we
zelf verantwoordelijk zijn voor ons geloof en onze traditie.  Accepteer dat het geloof van jou afhankelijk is”. 19, hfd II,5

 

Als ik als uitgangspunt neem dat ik  ‘durf te weten’, wŕt wil ik dan precies weten?  Wŕt zijn de onderwerpen die ik aan de orde zou willen stellen? De theologen van de Amsterdamse School geven mij zeer interessante informatie.

 

De Amsterdamse School

 

De Amsterdamse School is een stroming die veel nadruk legt op het verhaal in de Bijbel. Zij is in de jaren 1960 ontstaan binnen de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.

De betrokken theologen laten zien hoe mensen veel te snel, veel te oppervlakkig gericht kunnen zijn op een concrete werkelijkheid. Op zichzelf logisch, mensen hebben daar nu eenmaal hun zintuigen voor. Zó lezen ze ook de Bijbelverhalen, concreet en werkelijk gebeurd. Maar daar gaat het mis…

De ‘Amsterdamse School’ onderneemt actie tegen dit misverstand en gaat terug naar de diepe waarheid die schuil gaat achter de Bijbelteksten.

Karel Deurloo, Rochus Zuurmond

 

De vraag ‘wie is God?’ moet je naar de opvatting van de theoloog Karel Deurloo (1936-2019) beantwoorden door het vertellen een verhaal. Begin niet met abstracte begrippen!
Vertel bijvoorbeeld het
verhaal over de uittocht uit Egypte in het Oude Testament, de Exodus, het uitgeleid worden uit ‘het diensthuis’.

Hoe moet je zo’n verhaal vertalen naar de hedendaagse tijd?
Om te beginnen wisselen we het woord ‘diensthuis’ in voor ‘Machten’. Deze ‘Machten’ zijn in onze samenleving de ‘Goden’ van nu, denk aan de Economie, de Marktwerking  en de Media. Het zijn deze machten die zó vanzelfsprekend zijn dat ze bij ons niet als ‘Goden’ worden herkend. Hun gezag wordt probleemloos als vanzelfsprekend ervaren. In de praktijk functioneren ze echter precies als de goden in de oudheid.

 

Rochus Zuurmond (1930-2020), theoloog is van mening dat de Bijbelse boodschap opnieuw geijkt moet worden op haar oorsprong. De reden daarvoor is dat kernwoorden als ‘God, geloof, schepping, Zoon van God’ een betekenis hebben gekregen die op dit moment meer verduisteren dan verhelderen. 08, pg 84

 

Carel ter Linden

 

Carel ter Linden (1933), protestants predikant: De voor ons leven en onze samenleving essentiële grondwaarden, zonder welke deze wereld in een chaos zou veranderen, komen ons niet van boven of buiten ons bestaan aangevlogen; de mens heeft ze met vallen en opstaan ontdekt als de enige weg om het leven met elkaar mogelijk te maken, en herkend als eeuwige waarden.

 

Het zijn dragende krachten zoals trouw, liefde en rechtvaardigheid die het leven en deze wereld bijeen houden. Ze zijn transcendent van karakter. Ze stijgen uit boven ons begripsvermogen. Ze komen niet uit ons voort, ze zijn op de een of andere manier met dit leven verweven en gaan daarom aan ons mens-zijn vooraf. De beeldende geloofsverhalen in de bijbel maken dit duidelijk. 03, pg 130 ev

Nico ter Linden

 

‘Het is wel waar, maar het is niet echt gebeurd’. Dat is kort samengevat hoe Nico ter Linden (1936-2018) protestants predikant, naar de Bijbelse verhalen keek. Hij geloofde niet in de Bijbel als geschiedenisboek. Bijbelse verhalen bedóélen iets, ze hebben iets te zeggen. Ze richten zich op de diepte van ons bestaan. Om die reden schreef hij de zesdelige serie ‘Het verhaal gaat ...’, een hervertelling van de verhalen uit de Bijbel. 04

Via het Dagblad Trouw liet hij weten  ‘Het gaat niet om het geloof in Jezus; Jezus wilde het geloof in Israëls God nieuw leven inblazen, zoals het tot hem kwam in de Thora. En als we het geloof van Jezus in kaart brengen, dan komen we uit bij wat hij zag als de kern van de Thora: ongeloof in de goden van geld, macht en andere verslavingen, zodat er ruimte, tijd en geld vrijkomt voor daden van liefde, barmhartigheid en gerechtigheid.’ Bron

Verdergaand

 

Je kunt het transcendente, het goddelijke, eigenlijk alleen maar verduidelijken door het vertellen van een verhaal.

Echter…

Grote delen van de bijbel bestaan uit metaforen, symbolen, religieuze mythen, allegorieën en archetypen. Dit betekent dat de waarheid ŕchter de verhalen ligt.
Lees de
Toelichting symbolen, religieuze mythen en meer.

VI. Collectief onbewuste, Archetypen en Christendom

 

Carl Jung en Tjeu van den Berg

 

Carl Jung, psycho-analyticus (1875 – 1961), schrijft dat een mens naast een ‘bewuste’ en een ‘persoonlijk onbewuste’ deel uitmaakt van een collectief onbewuste. Dit laatste is de machtigste kracht in de persoonlijkheid en beďnvloedt hem daardoor hoge mate.
Welke voor een mens herkenbare krachten zijn afkomstig uit dit collectief onbewuste? Het zijn
de archetypen. (archč = oorsprong). 30

De theoloog Tjeu van den Berk (geb. 1938) gaat hierop door. Hij onderschrijft dat de Christelijke boodschap is gebaseerd op universeel aanwezige ‘archetypen’. Met als opmerking dat de materie van de christelijke leer oeroud is en het format jong en eigentijds. 01

 

Waar moet je aan denken bij ‘archetypen’?

Het zijn elementen die in beginsel oermenselijk en universeel zijn, zoals
goddelijk zoonschap, incarnatie, theogamie, maagdelijke geboorte, goddelijke drie-eenheid, verrijzenis uit de dood, verblijf in de onderwereld, onsterfelijke ziel, mysterie-inwijding, rituele wassing, heilige maaltijd, geboortefeesten, paasfeesten, een moedergodin.


Mijn visie. Christus als geloofsvoorstelling

 

De inhoud van dit hoofdstuk sluit in hoge mate aan bij datgene wat aan de orde kwam bij het artikel Oude mythes en de Bijbel. Twee punten vallen daarbij op:

- het persoonlijk onbewuste, waarvan de menselijke geest deel uitmaakt, is verbonden met een collectief onbewuste. Dit is een ‘opslagplaats’ van latente beelden die de mens als soort heeft geërfd uit zijn verre verleden.

- archetypen beďnvloeden mensen in hun transcendente belevingen zonder dat een betreffende persoon daar zelf bewust van is.

 

Eén archetype is dat van de Zonnegod. Veel religies hebben zo’n Zonnegod, een God die wordt vereerd als de gever van het ‘Licht’. Als voorbeelden noem ik de Oud-Egyptische god Horus en de godin Amaterasu uit de Japanse mythologie.

Evangelisten in het Nieuwe Testament schreven hun teksten vanuit hun eigen geloofstaal. Dat geldt ook voor een tekst als die van Johannes waar hij Jezus typeert met de woorden ‘Ik ben het licht voor de wereld’ (Joh 8:12). Zie ook het beroemde icoon van Jezus.

Waarom kies ik voor Jezus Christus en niet voor goden als Boeddha,
Hachiman, Vishnoe, Shiva, Amaterasu?

Dit is omdat ik deel uitmaak van de Westerse cultuur waar het Christendom dč dragende kracht is geworden. Oorzaak hiervan is een eeuwenlang durend epigenetisch proces. Dit proces verandert de functie van een gen zonder dat zijn code verandert

VII. Theologische verkenningen

 

1. Wie was Jezus?

 

 

De mens Jezus

 

Binnen het Christendom is Jezus de centrale figuur. Jezus was een mčns die leefde in deze wereld. Hij wilde als Jood de God van Israël nieuw leven inblazen. Merkwaardig dat vele jaren later het idee opkwam dat hij naast een menselijke ook nog een goddelijke natuur bezat. 06, 1998

Kuiterts opvatting is dat Jezus zichzelf niet als een buitenaards mens heeft gezien, in het bezit van een goddelijke natuur, maar daarentegen als mens onder de mensen, zij het met een bijzondere opdracht namens Israëls God.

Doornbos (1946), protestants predikant, gaat in zijn boek ‘Achter een Joodse man aan’ ook uit van een ‘Jezus’ die uitsluitend mens was. Waar komt het idee om Jezus letterlijk als zoon van God te beschouwen eigenlijk vandaan? Ongetwijfeld door het veel te letterlijk lezen van Bijbelteksten. Men hield daarbij geen rekening met de totaal andere taalwereld van de schrijvers. Men zag onvoldoende dat er in geloofstaal werd geschreven te midden van de oosterse verhaalcultuur. 05, pg 109 ev

 

De Goddelijkheid van Christus

Edward van der Kaaij( 1952) protestants predikant, benadrukt in zijn studie de Goddelijkheid van Christus. Hij schrijft

‘Of Jezus letterlijk is opgestaan uit de dood doet er helemaal niet toe. Het gaat er om dat je als gelovige zelf opstaat uit je (geestelijke) dood. En of Jezus letterlijk blinden ziende heeft gemaakt is niet van belang, de genezing wil ons ertoe brengen dat wij zelf onze blindheid zien. Of Jezus doven de oren heeft geopend maakt niet uit, het gaat erom dat Jezus ons gehoorzaam maakt. Geen enkel ‘feit’ uit het leven van Jezus doet er toe, het kan net zo goed niet echt gebeurd zijn. Van de historische Jezus los, zou ik de verhalen zo uitleggen dat de wonderen ons ertoe willen brengen dat wij in Christus gaan horen en zien en in Christus uit onze dood opstaan. Dus dat hij de Levende in ons bestaan wordt. De opstanding, maar ook het leven van Jezus Christus, moet worden uitgelegd als metafoor van ons eigen ideale bestaan’. 14, pg 147

 

Vervolgens is te lezen dat ‘de apostel Paulus Jezus op spiritueel en mythologisch niveau plaatst, dat Jezus eerder bestond op kosmisch dan op historisch niveau. De messias van Paulus leek veel op de mysteriegoden in het oude Egypte’.

En daarnaast schrijft hij ‘Christus was uitsluitend een spirituele verlosser, die verbonden was met een andere wereld’. 14 pg 173.

 

Soms wordt in Bijbelteksten gezegd of minstens gesuggereerd dat Jezus letterlijk bij God zelf vandaan komt, uit de hemel. Hoe kan dit? Doornbos:

De evangelisten schreven hun teksten in geloofstaal. Het zijn stuk voor stuk achteraf geschreven verhalen waarin mensen vertellen over hun ervaringen met Jezus en van hun geloof in de weg die deze mens Jezus als hun leidsman is gegaan. 05, pg 112

 

In het bovenstaande is sprake van een dubbele gelaagdheid:

1. De mens Jezus. Beschreven door Kuitert en Doornbos.

2. Jezus op spiritueel en mythologisch niveau. Beschreven door van der Kaaij.

 

Naar mijn idee kunnen beide visies probleemloos naast elkaar worden gezet.
ad 1. Jezus als mens, als aardse werkelijkheid.
Hij wilde als Jood de God van Israël nieuw leven inblazen.
Jezus zag zichzelf niet als goddelijk.

ad 2. Als geloofsvoorstelling. Vele jaren later is Jezus wčl neergezet als goddelijk, verbonden met een andere wereld. Deze doorbraak is een constructie van de Christelijke Kerk en het Christendom.

Lees hoe reeds in de 4e eeuw na Chr. de strijd over Jezus ‘God of mens’ zich afspeelde.

 

2. De betekenis van Het Kruis

 

1. Jezus’ appčl: ieder neemt zijn eigen kruis op

 

Er bestaat veel onrecht in deze wereld, veroorzaakt door
- Individueel: hoogmoed, hebzucht, lust, jaloezie, onmatigheid, woede en gemakzucht

- Collectief: heersende machten, met name vanuit de politiek en de economie

 

Hoe om te gaan met dit onrecht, met leugen en bedrog?

Heeft Jezus vanwege zijn kruisdood, waar hij stierf voor de zonden van de gehele mensheid, vrede en verzoening mogelijk gemaakt? De logica hiervan is voor mij niet te vatten.

Hieronder enkele opvattingen die mij wčl een logische richting aanwijzen.
 

2 Marcus, Origenes, Levinas

 

Marcus

Verloochen jezelf en neem je kruis op.

Een individueel appčl:  keer om op je egoďstische levensweg en ga mee op het pad van de waarheid, van het licht. In de Bijbel te lezen:

Marcus 8 : 34 ‘Jezus riep de menigte […] bij zich en zei ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aankomen’.

 

Origenes

‘Het kruis’ moet je lezen als allegorie.

Origenesgeb. 185 n.Chr. te Alexandrië, gaf antwoord op de vraag naar de diepere betekenis van het kruis. Hij zegt dat Jezus zelf een verklaring geeft ‘De Logos wordt gesymboliseerd door de rechte stam waaraan ik hang. De dwarsbalk van het kruis staat voor de menselijke natuur die lijdt onder de fout van de eerste mens, maar met behulp van God-en-mens zijn echte natuur terug krijgt. Precies in het midden bevindt zich de spijker van discipline, bekering en berouw’.

 

Levinas

Het appčl geldt voor ieder persoonlijk.

De Frans-Joodse filosoof Levinas, 20e eeuw schrijft dat ‘verzoening in Christus’ niet verstaan zou moeten worden als een miraculeuze goddelijke vergeving van alle zonden maar veeleer als appčl aan mij persoonlijk tot een Messiaanse levenshouding waarbij ik, bevrijd van het kwaad dat mij isoleert en mij op mezelf richt, mij verantwoordelijk weet voor alle anderen.

Mijn eigen visie

 

‘t Bovenstaande geeft mij niet alleen een logische interpretatie van ‘Jezus kruisdood’. Het raakt me ook gevoelsmatig.

In elk van de drie opmerkingen valt mij op dat een mensvriendelijke, een medemenselijke houding centraal staat:

- een mens die afstapt van zijn egoďsme en open staat voor kwetsbaarheid, zijn éigen kruis opneemt en daarmee een sociale, liefdevolle levenshouding aanneemt. 

- het kruis als een allegorie waardoor een diepere, geestelijke betekenis wordt gegeven.

- De opmerking van Levinas intrigeert mij in het bijzonder waar hij zegt ‘De verzoening van Jezus aan het kruis is een appčl aan mij persoonlijk’.

 

3. Interpretatie van het hiernamaals

 

Over het archetype ‘onsterfelijke ziel’, zoals hiervoor vermeld ga ik verder. Het fenomeen ‘onsterfelijke ziel’ komt voor bij Plato die het niet alleen heeft over een ‘nabestaan’ van de ziel, maar ook over een ‘vóórbestaan’ ervan.


Hoe wordt er gedacht over het hiernamaals? Welk verschil is er tussen een paar duizend jaar geleden en de huidige tijd?

1. In de oudheid


De filosofie van Plato (ca. 400 v Chr) is dualistisch: bovenaan een ideeënwereld waarin
'het goede, het ware en het zuivere' bestaan. Daaronder een leven op deze aarde. Wij mensen leven als gevangenen in een grot. Plato omschrijft dit in zijn grotmythe. We denken dat we op deze aarde in de werkelijkheid leven, maar onze menselijke werkelijkheid is slechts schijn.
‘Mensen kennen een verlangen om goed te doen, hebben een drang naar juiste kennis en zoeken naar schoonheid. De ziel is drijfveer om te streven naar het hogere, het onsterfelijke deel van de mens, het lichaam is een kerker, waaruit de ziel bij de dood ontsnapt’.
Plato distantieert zich daarmee van het aardse leven en zoekt de ware werkelijkheid in het rijk der ideeën die eeuwig zijn en onveranderlijk, dus onaards.

De schrijvers van het Nieuwe Testament gingen door met deze gedachte. Hemel en aarde bleven volstrekt gescheiden. Na zijn dood stijgt de menselijke geest op naar die andere, hogere werkelijkheid.

 

2. In de huidige tijd

 

Over het ‘hiernamaals’ wordt in de bestaande culturen verschillend gedacht. Niet alleen in globale zin, ook mensen denken er individueel verschillend over. Welke opvattingen kom je in het liberaal Christendom tegen? Enkele theologen aan het woord.


Kuitert, C ter Linden, Zuurmond

 

Harry Kuitert, theoloog. We zijn een tijd een plaats voor god

 

- De laatste adem

 

“Geest en adem horen bij elkaar, de samenhang tussen die twee verduidelijkt waarom wij voor een tijd een plaats van god zijn. Doodgaan is inleveren, adem inleveren. Wij zijn - heel letterlijk - voor ons bestaan aangewezen op lucht, op de lucht die we inademen. Is er geen lucht meer, dan stokt de adem en gaan we dood, en omgekeerd is doodgaan ophouden met ademen. Aangewezen op adem, op iets van buiten: dat element delen mensen met elkaar, zo handhaven ze zich. Zolang het duurt, ademen houdt een keer op: een mens blaast de laatste adem uit, zeggen we. We zijn 'plaats van god' af, als we doodgaan”. 06 2002, pg 195/196

 

In zowel het Hebreeuws als in het Grieks wordt hetzelfde woord gebruikt voor geest, adem en wind. Het Hebreeuwse woord 'ruach' en het Griekse 'pneuma' kunnen dus al deze betekenissen aannemen. Het is de taak van de vertaler om te beslissen welke hij gaat gebruiken. Als voorbeeld, vertaling NBG, Joh 3:8 ‘De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.'

- Elk mens is een tijdelijk verschijnsel 

 

“Wij zijn onszelf een raadsel, weten niet waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Waarom zijn we er maar even, en daarna niet meer? Elk mens is een tijdelijk verschijnsel. Zijn macht, waarde en waardigheid is begrensd door zijn tijdelijkheid.

Mensen zijn niet onsterfelijk, en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruilen we in voor het hierNU-maals”. 06 2002, pg 206

 

- De geest keert terug

 

Kuitert “De troost van een hiernamaals in te ruilen voor de upgrading van het nu, dat is het waar ik de voorkeur aan geef. Als we het doodgaan aanvaarden als natuurlijk lot, blijven we bovendien dicht bij de ervaring van het werkelijke leven. Geest is niet ons eigendom, het doodgaan bewijst dat tamelijk rigoureus. Het fantaseren van een verlengstuk aan ons leven doet in elk geval niets af of toe aan het harde feit van dat 'inleveren'. De hemel kun je ontkennen, bijzetten bij de illusies, maar dat je de geest weer inlevert, daar kan geen mens omheen. Wie dood is is uitgepraat. 'De geest keert terug' is dus veel realistischer.

De uitdrukking stamt uit het boek Prediker, een bijbelboek van een auteur die alle verhalen over god, mens en wereld achter zich heeft gelaten, en desondanks in de bijbel terecht kwam. 'De geest keert terug tot God, die hem heeft gegeven', zegt hij (Prediker 12,7). We hebben hem maar even, zolang als we leven”. 06, 2002 pg 209

 

“Geest is niet een bezit, mensen zijn geen eigenaars. Hij is er voor een bepaalde tijd, en daarna en daarna houdt het leven op, en dat 'ophouden' is hetzelfde als: de geest keert terug tot wie hem heeft gegeven”. 06, 2002 pg 210 
 

Carel ter Linden, protestantse predikant

- ‘Ik kan mij een perspectief over de grens van de dood als gelovige niet indenken. En wel omdat God, het levensgeheim, een geestelijke werkelijkheid is. De dragende kracht van deze wereld en van dit leven’.
- 'Leven' betekent: mij
in mijn leven voor deze krachten openstellen, om hiermee in verbinding met God te blijven, en mijn roeping als mens te kunnen vervullen. Maar ik kan die krachten niet los denken van ons lichamelijk en geestelijk bestaan op aarde, waarmee ze onverbreekbaar verbonden zijn. Als ik sterf, houdt die verbinding op. Die krachten hebben dan hun werk gedaan.’ 03 pg 176

 

Rochus Zuurmond, theoloog

 

“Als het over het hiernamaals gaat, moet worden bedacht dat 'leven' en 'dood' in de Bijbel geen primair biologisch gedefinieerde begrippen zijn, maar vooral sociale noties. 'Leven' is het goede, actieve leven, samen met anderen”. 08 pg 145

 

Mijn eigen visie

 

Voor mij is het duidelijk. De hierboven genoemde theologen geven mij een overtuigend antwoord. De levensloop van alles wat leeft, dus ook van de mens, bestaat uit drie fasen: groei, bloei en verval. Mensen zijn niet onsterfelijk en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruil ik in voor het hierNU-maals. Hoe een mens doorleeft na zijn dood? In zijn kinderen, in zijn familie. En bij degenen die hem hebben gekend.

VIII. Post-theďsme

 

Naar een post-theďstisch zondebegrip. Fokko Omta.

 

Inleiding

 

Een psalm of gebed waarin de door mijzelf gemaakte zonden centraal staan heeft mij nooit aangesproken. Ik kon er niets mee, niet in mijn adolescentiejaren en nu nog steeds niet. Om die reden waren de woorden van Kuitert voor mij een opluchting: ‘De christelijke religie heeft te lang mensen klein gehouden. Eeuwenlang heeft de kerk mensen zondebesef ingedruppeld, en daarmee het leven van miljoenen mensen geordend, bepaald, ook ontregeld, en vaak gefnuikt. Gewone mensen waren zondaars, en dat moesten ze weten: zondaars mogen niet te hoog van de toren blazen’ 06 2002, pg 159

 

Fokko Omta

 

Interessant is dat Fokko Omta, theoloog, geb. 1956, een aantal jaren later in zijn dissertatie (2019) een post-theďstisch zondebegrip centraal stelt. Hij schrijft “er is onder veel Christenen een verandering gaande waarbij men van het traditioneel theďstisch beeld van een persoonlijke God verschuift naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als kracht of geest”.

 

 Omta: ‘Zonde heeft te maken met een persoonlijk-spirituele grens, die niet automatisch samenvalt met wat wel of niet geoorloofd is. Het betreft een veel dieper liggende grens, die je als mens juist wel of absoluut niet moet overschrijden. De vraag is: waar ligt die grens? Ligt die tussen jou en een verre God boven je? - zonde tegen Iemand - of ligt die grens in de mens zelf? - zonde tegen iets in jezelf’.

‘Van nature geneigd tot alle kwaad’, klinkt heel anders dan ‘de meeste mensen deugen’. Juist als íeder mens deugt, is een kritisch zondebegrip onmisbaar. Maar dan niet een zondebegrip dat aangrijpt bij menselijke zwakheden, maar daarentegen is
gericht op onze kracht. Zonde gaat dan niet primair in tegen een goddelijk wezen maar tegen het meest wezenlijke in je zelf. De tegenwoordige zondaar ‘vloekt’ niet naar boven, maar naar binnen. Bron

 

Post-theďsme en TeNaCH. Mijn visie

 

Klassieke theďsten geloven dat God zowel alwetend is als almachtig. Het is deze vorm van theďsme die langzamerhand wordt verlaten. Het ‘goddelijke’ is aan het verschuiven naar een immanent principe, als kracht of geest. De naam van deze vernieuwde geloofsinhoud is bekend als post-theďsme.


Dit post-theďsme heeft meer overeenkomsten met het Oude Testament dan je zou denken.
Tora, Profeten en Geschriften (TeNaCH) zijn in wezen niet theďstisch.  
Wie is JHWH dan wel? Hij kan worden omschreven als de onkenbare, de transcendente, de spirituele, de dragende kracht, een wezen dat zichzelf openbaart met IK ZAL ER ZIJN. Zie Exodus 3:14. Er ligt een verbod op het maken of beschrijven van de onkenbare. Zie Exodus 20:4 ‘Maak geen godenbeelden’

In de post-theďstische zienswijze wordt de relatie tussen de ’onkenbare’ losgekoppeld van de ‘zondige mens’. JHWH heeft beslist geen intentie om gelovigen te beangstigen en te deprimeren.

Naar mijn eigen overtuiging is JHWH een geestelijke kracht die in een mens aanwezig is op zijn levensweg. In allerlei situaties waarbij gevoelens de overhand hebben zoals opgelucht, verrast, vreugdevol, angstig, uitzichtloos, problematisch en veel meer. Het zijn situaties die je overkomen en waar je weinig of geen rationele invloed op hebt kunnen uitoefenen.

IX. De vraag naar de zin van het leven

 

1. Leven in huidige tijd

 

Inleiding

 

‘Wat de zin van mijn leven? Dit is een vraag die hedendaagse nadenkende mensen zichzelf stellen. De oorzaak daarvan is dat men zich heeft losgemaakt van bestaande ideologieën en om die reden zijn čigen weg moet zoeken. En dat is wat de moderne mens voor problemen zet. Het vaststellen wat de betekenis (de zin) is van jouw eigen leven heeft drie componenten. Zie ook 46, pg 13

a. Het geleefde leven. Je doet wat op je weg komt. Je leeft te midden van ‘waarden’ zonder daar bij stil te staan

b. Het gčsproken leven. Mensen praten in het dagelijks leven over geleefde waarden waaronder het roddelen over een bekende. Harari schrijft dat roddelen de meest primitieve verbale vaardigheid is in het evolutieproces. 51, 2015 pg 33

c. Beschouwelijk niveau. Het onder woorden brengen van een eigen mensbeeld. Veel studie en minder concreet, maar wel toepasbaar in meerdere situaties.

De psycholoog die mij aan het denken heeft gezet is Abraham Maslow (1908- 1970).

Uit het overzicht dat hij geeft over de verschillende ontwikkelingsniveaus is af te leiden wat de rol is van het a. geleefde, b. gesproken en c. levensbeschouwelijke componenten.

Binnen de top van zijn piramide, de zelfverwerkelijking, ligt tevens het aspect van de zingeving en zelfoverstijging. Immanentie blijft daarbij echter wel zijn uitgangspunt. Dit houdt in dat een mens déze wereld centraal plaatst, zich richt op zijn aardse leven en niet op een betere en hogere werkelijkheid.

Kuitert zegt hetzelfde waar hij schrijft ”Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruilen we in voor het hierNU-maals”

 

Mijn conclusie is dat het de beschouwelijke mens is die tijdens zijn leven de zingevingsvraag wil beantwoorden. Hij doet er goed aan zich aan te sluiten bij een groep met min of meer dezelfde levensbeschouwing.
Wat je kan overkomen bij een gebrek aan zingeving? Een besef van doelloosheid, zonder perspectief, verveling, een somber gevoel van ‘het leven hoeft voor mij niet meer…’

 

Hierover enkele van deskundigen.

 

Een zinvol leven. Martela. Frankl. Eger.

 

De Finse filosoof Frank Martela (1981) stelt voor: zoek niet naar zin van hčt leven, maar naar zin in je eigen leven. Hij schrijft daarvoor het boek ‘Een prachtig leven. Hoe vind je zin in je bestaan? 45

‘Bijna iedereen is weleens overvallen door het gevoel dat zijn bestaan volledig zinloos is. Dat kan gebeuren wanneer je je werk ervaart als nutteloos. Of dat je te maken krijgt met een groot verlies zoals de dood van iemand waar je heel veel van houdt. Ineens komt de gedachte bij je op: mijn leven stelt niets voor, mijn leven is zinloos geworden’. Bron

 

Hoe geef je eigen leven opnieuw betekenis?

 

Het zijn Viktor Frankl (1905-1997), psychiater 31 en Edith Eger (1927), psycholoog 32 die beiden Auschwitz hebben overleefd. Ze hebben indringende ervaringen met mensen die wčl en niet de zin van hun leven ervaarden. Na de oorlog hebben ze een therapeutische praktijk uitgevoerd met als kern om patiënten weer lichtpunten te laten zien in hun leven. Het doel daarbij is de betreffende mensen los te maken van hun uitzichtloze bestaan, mensen met suďcidale neigingen weer tot positieve gedachten te brengen. Patiënten zullen daarbij zelf met initiatieven moeten komen. Zowel Frankl als Eger hebben de stelling dat het is volstrekt onmogelijk om voor een ander mens de zingevingsvaag te beantwoorden. ‘Het antwoord op deze vraag kun je alleen zelf vinden.’

Commentaar

 

Frankl en Eger hebben beiden ervaring met de verschrikkingen in helse concentratiekampen. Mede op basis van dié ervaringen gaven ze na de Tweede Wereldoorlog beiden hulp aan mensen die hun leven ervaarden als uitzichtloos. Mensen die er het liefst een eind aan zouden willen maken.

Martela’s visie is dat een antwoord op ‘de zin van hčt leven’ niet is te geven, maar dat je daarentegen wčl kunt werken aan de ‘zin van je éigen leven’.
Zowel Frankl als Eger passen dit in hun praktijk toe. Ze gaan ervan uit dat er een direct verband is tussen het
zingevend bewustzijn en psychische stoornissen.  Het is de patiënt zčlf die zijn probleem onder woorden moet brengen om vervolgens, samen met zijn hulpverlener, te gaan zoeken naar mogelijke oplossingen. De hulpverlener heeft daarbij de rol om de patiënt vragenderwijze een bepaalde richting aan te geven met als doel dat de patiënt zicht krijg op de nieuwe perspectieven.

 

 

2. Is onze wereld maakbaar?

 

Het beeld van een ‘maakbare wereld’ is actueel. Mensen kunnen tegenwoordig veel, met name op het gebied van de techniek, economie en geneeskunde. In onze huidige wereld leggen we ons lot niet meer in de handen van een God, maar van onszelf. Ons tijdperk is er een van individuele verantwoordelijkheid. We zijn bezig met zelfbeschikking. We willen ook ons ZIJN regelen (wie ik in wezen ben) en de ZIN van ons leven (het weten waarvoor ik leef). Maar daar gaat het mis. Hoe kan dit? Heidegger en Hendrikse geven antwoord op deze vraag. Hieronder te lezen.

Ons bestaan als geschenk. Heidegger.

 

‘Zin’ geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet.

 

Ger Groot, filosoof (1954): 

- Als het bestaan een zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf maken. Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan zijn daarvoor noodzakelijk.

- De wereld waarin ons bestaan zinvol kan zijn, wordt niet van begin af aan door onszelf ingericht. De verlegenheid van de moderniteit met dat hinderlijke gebrek aan zelfbeschikking weerspiegelt zich in de discussie rond wat vandaag de dag met een onthullend woord het ‘zingevingvraagstuk’ heet.

- ‘Zin’ geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet. Je kunt hem niet ‘produceren’ zoals we dat doen met een gebruiksvoorwerp. Zin is meestal onopgemerkt aanwezig binnen ons bestaan. 40, 2017, pg 275.

 

Je leven is maar ten dele maakbaar.

 

Klaas Hendrikse, protestants predikant: ‘Je leven is geen eigen fabricaat, je hebt jezelf niet gemaakt, en datgene waar je gelukkig van wordt ook niet.
De tijdgeest stelt de mens voor als een onafhankelijk, autonoom individu dat zelf verantwoordelijk is voor het uitstippelen van de route naar een geslaagd leven. Of het nu gaat om succesvol zijn, er jonger uitzien dan je bent, veiligheid, welstand, geluk of bewondering, er leeft of heerst in onze samenleving een collectieve veronderstelling dat we ons leven in eigen hand hebben. Het ideaal is de vrije mens die heer en meester is over zijn eigen leven’.


‘Dit is onzin’ schrijft Hendrikse: ‘je kunt wel zelf bepalen dat je morgen op reis gaat, maar niet dat je levend terugkomt. Iedereen is afhankelijk van omstandigheden die niet beheersbaar zijn. Je leven is
maar ten dele maakbaar, het is vooral kwetsbaar: het komt zoals het komt, met gebreken, mislukkingen en teleurstellingen. Tragiek ligt altijd op de loer en er bestaat geen God die je behoedt voor tegenslag en verdriet.’ 02, 2007, pg 100

 

Commentaar

We houden van gezelligheid, vriendelijkheid en genieten. Anders dan in voorgaande eeuwen kunnen we aan deze sfeer ook vaak vormgeven. Bij vorige generaties was dat nogal eens anders, het leven zat vol met kommer en kwel, vol treurnis en narigheid.

De laatste decennia zijn alle accenten in onze maatschappij gelegd op een economisch denken. ‘Als we ons best doen en genoeg geld verdienen kunnen we heel veel bereiken’, zo wordt er in deze tijd beweerd.

De moderne mens probeert op alle mogelijk manieren te ontkomen aan negatieve ervaringen en maakt daarin een goede kans van slagen. Het kan echter ook anders lopen dan je zou willen. Naast het genieten komen ook teleurstellingen en lijden op je levensweg.

De vraag is of je daarop voldoende bent voorbereid. Op dit gebied speelt de opvoeding een belangrijke rol.

3. Opvoeding, levensbeschouwing en levensenergie

 

De vraag of de jeugd in voldoende mate wordt voorbereid op hun leven als volwassene wordt beantwoord door de pedagogiek. In dit weblog sluit ik me aan bij de geesteswetenschappelijke stroming. Deze is gebaseerd op het werk van de filosoof Dilthey en de pedagoog Langeveld. Beiden richten ze zich op de door mensen geleefde ervaring waar denken, willen en voelen met elkaar zijn verstrengeld.

Mensen leven in een waardenwereld

 

Opvoeding is nauw verbonden met menselijke waarde-oordelen. Deze komen niet uit de lucht vallen, ze zijn een creatie van de mens zelf. In de opvoeding beleeft een kind de waarden die hem omringen als vanzelfsprekend. Er wordt voor hem gezorgd met als doel dat hij zich op den duur zelf redt.
Welke rol spelen ‘waarden’ in de opvoedingssituatie? Antwoord ‘Een waarden-vrije opvoeding is een waardeloze opvoeding’ Dit zegt genoeg.
60, pg 17

Een uitspraak van de 18e eeuwse filosoof Kant ondersteunt dit: ‘De mens kan alleen mčns worden door opvoeding. Hij is niets anders dan wat zijn opvoeding van hem maakt

 

Welk doel heeft de opvoeding? Langeveld geeft als antwoord: Opvoeden tot persoonlijke verantwoordelijkheid. Dit is de kern.
Bij een waarden-vrije opvoeding is een kind en jeugdige niet in staat zich te ontwikkelen tot een persoon met kenmerken als verantwoordelijkheid, kunnen omgaan met regels, eerlijk, trouw, liefdevol, medemenselijk. En op basis hiervan ruimte voor een ontwikkeling van een eigen identiteit.


In de huidige tijd ligt het gevaar op de loer dat kinderen niet in voldoende mate worden opgevoed in het omgaan met teleurstellingen. Hierdoor ontwikkelen ze geen of veel te weinig frustratietolerantie. En die heb je wčl nodig. Het leven is nu eenmaal niet vrij van tegenvallers, mensen zeggen ook niet altijd aardige dingen tegen je. Je moet ergens tegen kunnen, niet gelijk in de put zitten.

Dirk De Wachter ‘We zijn gewend om onze zin te krijgen, verwend te worden. Onze frustratietolerantie zakt weg naar een nulpunt. En dat kan bij teleurstellingen die mensen in hun leven soms tegenkomen extra hard toeslaan’.

 

De levensbeschouwing als opvoedingsbasis

 

Welke relatie is er tussen de levensbeschouwing van een opvoeder en de aan hem toevertrouwde onvolwassene?

Antwoord: De levensbeschouwing die jij zčlf als opvoeder in de praktijk brengt, in woord en daad, functioneert voor je kinderen als model. Kinderen identificeren zich met hun opvoeders. Tot ca. twaalf jaar doen ze dat heel concreet, ze nemen de identiteit van de opvoeder(s) als het ware over. Het is dan ook essentieel dat de opvoeder zijn eigen identiteit heeft ontwikkeld. Eén van de kenmerken daarvan is een eigen levensbeschouwing.
Tot nog toe gaat het over de rol van de opvoeders. Hierna wil ik het hebben over de vraag hoe mensen tijdens hun hele leven aan
levensenergie komen.

De levensenergie van kind en volwassene

 

Is het kind een stuk klei dat door zijn opvoeders wordt gekneed en daardoor in de gewenste vorm gebracht? Of heeft het kind zelf een drijfveer, een persoonlijke energiebron, die hem de stimulans geeft om zichzelf te ontwikkelen tot een volwassen medemens? Dit laatste lijkt mij het enige juiste.
Maar wat is dan de oorsprong van die persoonlijke energie?

 

Een antwoord geef ik met behulp van de Hermeneutische methode. Vandaaruit zeg ik ‘Levensenergie geef je niet aan je leven. Levensenergie is er of is er niet.’

Ik denk aan vragen zoals ‘waarom wil een jong kind leren praten? Waarom vecht een adolescent voor een eigen identiteit?’

 

Maar de ontwikkeling gaat door nadat je volwassen bent geworden…

Een paar voorbeelden, in vragende vorm:

‘Waarom verlangen vroeg-volwassenen naar een eigen gezin?’

‘Waarom zijn mensen van middelbare leeftijd het meest productief in de samenleving?

En interessant is voor mijzelf, als maker van dit weblog, de vraag ‘Waarom wil ik mijn eigen mensbeschouwing onder woorden brengen?’

 

Het is de psychoanalyticus Erik Erikson (1902-1994) die de ontwikkelingsfasen gedurende het hele leven van een mens in kaart brengt. Lees de verkorte inhoud hiervan

Na kennisname hiervan blijft de vraag naar de bron van de levensenergie die ik aan het begin stelde. Als antwoord herhaal ik mijn visie ‘Levensenergie geef je niet aan je leven. Levensenergie is er of is er niet.’

En gelukkig beschikken verreweg de meeste mensen over deze levensenergie!

X. Mijn eigen spirituele wereld

Inleiding

In een spirituele wereld worden mensen aangedaan of aangeraakt door het oneindige. De menselijke geest is verbonden met het goddelijke, het irrationele. Deze komt in ‘
kunst, religie en filosofie’ (Hegel) het meest diepgaand tot uiting.

Ik volg deze drie categorieën.

 

1. Kunst

 

Harry Kuitert inspireerde mij om allerlei religieuze begrippen een plaats te geven waar ze thuishoren, namelijk in het verhaal van de religieuze wereld. Het gaat daarbij om begrippen als God, paradijs, engelen, hemel, e.d.  06, 2005, pg 190,192

 

a. Klassieke muziek

Waarom brengt de klassieke muziek mij zo dicht bij het spirituele? Ik kan het niet verklaren, behalve dat het er is. Ik word opgetild in een wereld van muzikale schoonheid. Als antwoord geef ik een variatie op Kuiterts woorden:
Het Goddelijke is van muzikale taal, de hemel is van muzikale taal, het paradijs waar de engelen je naar toe mogen dragen, is ook van muzikale taal.
Het is alles van taal en moet van taal blijven, wil het zijn betekenis houden.

 

’t Bovenstaande wordt op een geheel eigen manier verwoord door Dirk de Wachter. Een bijzondere beleving!

 

b. Beeldende kunst

Waarom bezoek ik - samen met mijn vrouw - tijdens vakanties zo graag musea, kathedralen, kerken en kloosters?

Ik ervaar daar op willekeurige momenten een schoonheid die mij dicht brengt bij het religieuze.

Ook hier dezelfde variatie op Kuiterts woorden als hierboven: het Goddelijke is van beeldende taal, de hemel is van beeldende taal etc.
Zie als voorbeeld de
kathedraal San Fermo in Verona.

2. Religie

 

Binnen de context van de religieuze mythe bestaat de rite, de godsdienstige praktijk. In lied, gebed, prediking en sacrament wordt het verband gelegd tussen het verhaal en mijn eigen leven. Daar is de plaats waar het 'begrijpen' van de godsdienstige verhalen mogelijk wordt. Voor mij gaat het niet om de verhalen. Die ken ik in voldoende mate. Het gaat mij om datgene wat het verhaal měj te zeggen heeft. Symbolisch, mythisch. Het mňeten geloven in wonderen roept bij mij weerzin op. Maar daar gaat het in de Christelijke religie ook niet om. Waar het wčl om gaat is dat ik het verhaal zo begrijp dat er met měj een wonder gebeurt.

 

Na kennisname van het bovenstaande ben ik me gaan verdiepen in de meer recente theologie. Deze studie bleek verfrissend en gaf mij antwoord op veel van mijn vragen. Zie mijn boekenlijst 01-20

 

3. Filosofie


De filosofie heeft mij inzicht gegeven in een fundamenteel andere manier van denken. Van Russell,
42 pg 15, weet ik dat filosofie een wetenschap is die zich bevindt in een soort niemandsland dat open ligt voor aanvallen van enerzijds de (dogmatische) theologie en anderzijds de exacte wetenschappen.

 

Het waren de filosofiecolleges van de hoogleraar Dr J.G. Bomhoff die bij mij - eind jaren 1960 - een doorbraak in het denken hebben teweeg gebracht. Ik wist niet dat ‘filosofie’ zó verrijkend kon zijn in je leven, je zoveel nieuwe en volstrekt andere inzichten kon geven. Ik ben de liefde voor die tak van wetenschap dan ook nooit meer kwijtgeraakt.

 

Daarom interesseren filosofische thema’s me niet alleen, ze geven mij ook de spirit om verder te lezen en kennis te nemen van datgene waar mijn denken door wordt gevoed en opgetild. De boeken die mij op dit gebied iets te zeggen hebben staan op boekenlijst de nummers 30 tot 50.

XI. Conclusies

1. Waaruit bestaat mijn mensbeschouwing?

Mijn mensbeschouwing is niet in één volzin te formuleren. Vandaar de verschillende componenten.

 

Psycho-analyse

- Het collectief onbewuste is de machtigste kracht in de persoonlijkheid. Het zijn de vroeg menselijke ervaringen die onbewust zijn. Daarbinnen geven archetypen de inhoud.

 

Pedagogiek

- Een mens wordt niet geboren. Hij kan alleen mčns worden door opvoeding. Hij is niets anders dan wat zijn opvoeding van hem maakt.

- Opvoeding is nauw verbonden met menselijke waarden. Een waarden-vrije opvoeding is een waardeloze opvoeding.

- Een waarden-volle opvoeding is gericht op de ontwikkeling van een verantwoordelijke persoonlijkheid.

 

 Filosofie

- Mensen zijn interpreterende wezens. Ze kunnen niet iets waarnemen zonder daar ook direct een betekenis aan te geven.
- Als het bestaan zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf produceren.

- Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan is noodzaak.

- Mensen willen weten wat de zin van hun leven is. Een gebrek aan zingeving leidt tot een besef van doelloosheid en verveling. Zonder perspectief lijkt niets meer van belang.

 

Theologie

- De diepe Bijbelse waarheid kan richting geven aan het leven van mensen. Bijbelverhalen geven meestal een oppervlakkige, begrijpbare indruk aan datgene wat als kern, moeilijk te verwoorden, wordt bedoeld. Vergelijkbaar met het menselijk bewuste en het diepe onbereikbare onbewuste.

- De Bijbel drukt de bedoeling van verhalen uit door middel van religieuze mythen, symbolen, metaforen e.d.

 

- Mijn visie is post- theďstisch. Daarin verschuift het beeld van een persoonlijke God naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als geestelijke kracht.
- In Christus is zowel het vaderlijke als het moederlijke aanwezig: de geestelijke kracht en de geestelijke wijsheid.

- De vele diepliggende Bijbelse boodschappen zijn tijdloos. Het zijn geen verhalen over datgene wat eeuwen geleden heeft plaats gevonden. Ze gebeuren steeds, ook in déze tijd.

- Spirituele momenten overkomen je. Voor mij zijn ze er in situaties waarin kunst, religie of filosofie een rol spelen.


- Interpretatie van de Bijbel is tijdgebonden. Zelf ben ik de invulling van ‘de zondige mens’ die ‘verlost moet worden’ voorbij. Wat mij betreft doet de kerk er beter aan af te stappen van dit zonde - genade schema. In plaats daarvan zou de keuze moeten vallen op de mens die ‘zoekt naar de zin van zijn leven’ en de mens die ‘onderweg is naar het goede’.
11, 1969


- Ik ben ervan overtuigd dat een hierNA-maals niet bestaat. Ik ruil het in voor een hierNU-maals. Als mijn levensgeest is geweken dan is het over en uit. Elk mens is een tijdelijk verschijnsel.

- In de huidige tijd neemt zinloosheid de plaats in van het schuldig zijn. Niet de mens als zondaar maar als iemand zonder perspectief. Dat is de grootste bedreiging.

 

2. Mijn godsbeeld

 

Uit bovenstaande mensbeschouwing leid ik een godsbeeld af.

Mijn godsbeeld is niet ‘de almachtige God die de hele wereld naar zijn hand zet of hij die mijn levensweg heeft uitgestippeld’. Wat dan wel?

De God die ik voor ogen heb bestaat als een geestelijke kracht die mij draagt met als kenmerk dat hij er altijd is en zal zijn. In allerlei situaties met name op momenten van intens verdriet, plotselinge opluchting en diepgaande blijdschap.

3. Kom tot je eigen ZČLF

 

Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen bestaan. Kom tot je ZČLF. Maak het jezelf niet gemakkelijk door mee te liften met diegene die wčl een eigen gefundeerde godsdienstige opvatting heeft. Die ander ben jij niet en jij bent die ander niet. Wees jezelf!

 

Een citaat van de filosoof Nietzsche dat overeenkomt met mijn eigen ervaring:
 “Het blijkt dat het er bij ‘worden wie je bent’ niet om gaat om een ‘ZELF’ te vinden waar je altijd al naar op zoek bent geweest. Jouw ZELF is voortdurend actief, een doorgaand proces dat goed wordt weergegeven door het werkwoord worden. De blijvende en duurzame aard van het mens-zijn is dat je steeds verandert in iets anders. Wat je bent, is in wezen een actieve transformatie”.

 

Toch kun je niet uitsluitend op zoek zijn naar jezčlf. Er zijn ook waarden die je in acht hebt te nemen, of dit nu in je mensbeeld past of niet.


Welke waarden zijn tijdloos, gelden altijd en overal?

Het zouden waarden moeten zijn die minimaal moeten voldoen aan ethische en sociale eisen van de samenleving. Bestaan deze mensoverstijgende waarden? Ik voel me thuis bij de formulering van Carel ter Linden:

- De voor ons leven en onze samenleving essentiële grondwaarden, zonder welke deze wereld in een chaos zou veranderen, komen ons niet van boven of buiten ons bestaan aangevlogen; de mens heeft ze met vallen en opstaan ontdekt als de enige weg om het leven met elkaar mogelijk te maken, en herkend als eeuwige waarden.

- Het zijn de dragende krachten zoals rechtvaardigheid, liefde, barmhartigheid, vergeving, trouw, bestrijding van onrecht die het leven en deze wereld bijeen houden.

 


Afsluitend

 

Dit weblog is een weergave van een gaandeweg ontstane verdieping in de theologie en filosofie. Ik constateer daarbij dat mijn visie veel kenmerken heeft van een Liberaal Christendom, een vrije en niet dwingende vorm van geloven.

 

Overigens ben ik me ervan bewust dat, zolang mijn brein actief is, de invulling van mijn mensbeeld in beweging zal zijn.

Hiermee sluit ik aan bij een uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus (ca. 500 v Chr):


‘alles stroomt, niets is blijvend’

‘Wat er is, kun je vergelijken met de stroom van een rivier:
je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’.

 

 

Opsteller van dit weblog

Bernard Sietses (1945)
studie doctoraal pedagogische wetenschappen, Universiteit Leiden

loopbaan docent Prot. Chr. Pedagogische Academie, Den Haag