Protestantse kerk zoekt manieren om jonge mensen aan zich te binden. Velen verlaten de kerk. Er gaat iets fundamenteels fout. We missen de aansluiting

 

Dagblad Trouw, 21 januari 2021

 

Auteur: Maaike van Houten

 

De protestantse kerk gaat zich inspannen om jonge mensen in de kerk te houden en om aantrekkelijk te worden voor nieuwe generaties. Zij moeten in de kerk terecht kunnen voor zingeving en geloof.


De aanleiding voor de focus op jongeren tussen 15 en 45 jaar is een nieuwe analyse van de groep kerkverlaters, die volgende week vrijdag wordt besproken door het landelijke kerk­bestuur. Al jaren krimpt de grootste protestantse kerk van Nederland, de PKN, met ongeveer 60.000 mensen per jaar, tot ruim anderhalf miljoen nu. In 40 procent van de gevallen is deze krimp het gevolg van overlijden. De overige 60 procent schrijft zich actief uit. Dat doen ze meestal bij nieuwe fases in hun leven: de eerste baan, de overgang van samenwonen naar trouwen, het eerste kind.

“Als 60 procent op betrekkelijk jonge leeftijd vertrekt, dan gaat er iets fundamenteel fout”, zegt Jurjen de Groot, directeur van de diensten­organisatie van de PKN. Hij ziet dat kerken het moeilijk hebben, terwijl de vraag naar zingeving groeit. “Er is dus een mismatch, we missen de aansluiting.”

De kerk moet nu ingrijpen om het tij in de toekomst te kunnen keren, zegt hij. Want als deze lijn van jonge mensen die de kerk vaarwel zeggen wordt doorgetrokken, dan is de ­Protestantse Kerk in Nederland over 24 jaar gehalveerd en zit er geen jongere meer in de kerk. Nu al meldt zich een nieuw lid voor elke zes vertrekkers.


Het rapport De toekomst open te­gemoet schetst een aantal mogelijk­heden om jongeren te binden, zowel bestaande leden die zich niet meer thuis voelen in de kerk, als jonge mensen die zingeving zoeken maar daarbij nog niet denken aan een kerk. Gesuggereerd wordt aansluiting te zoeken bij informele en digitale netwerken van jongeren. Ook betrokkenheid bij festivals, of het populaire The Passion worden genoemd. “We moeten bovenplaatselijk kerk zijn, en nieuwe kanalen vinden om nieuwe doel­groepen aan ons te binden”, zegt De Groot. Bij het dienstencentrum zou een ‘young board’ van jonge mensen moeten komen, om vorm te gaan geven aan dit streven.


Kerkelijke gemeentes krijgen het dringende advies om toekomstgericht te gaan werken: ze moeten nú nadenken over waar ze over tien, vijftien jaar willen staan. Keuzes maken is daarbij onontbeerlijk, zo is de gedachte: succesvolle kerken hebben volgens De Groot doorgaans een duidelijke identiteit en kleur, die ze doorvertalen in hun diensten, in hun activiteiten voor jongeren en in de manier waarop ze met jongvolwassenen omgaan. Deze identiteit kan religieus van aard zijn – meer evangelisch, orthodox of liberaal christendom. Profilering kan bijvoorbeeld ook gezocht worden in de verbinding met de plaatselijke ­gemeenschap.