Inhoud

Kant. Godsdienst geplaatst binnen de rede. 1

Schleiermacher. Mensen aangeraakt door het oneindige. 1

Hegel. Goddelijke Geest be´nvloedt menselijke geest. 1

Bultmann. Mythologische geloofsvoorstellingen. 2

Tillich. Geloven betekent vooral vertrouwen. 2

 


Kant. Godsdienst geplaatst binnen de rede.


Rick Benjamins: ôNa de Verlichting probeerde de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) de godsdienst een plaats te geven binnen de grenzen van de rede. Heel eenvoudig gesteld bestond het geloof voor hem uit een onvoorwaardelijke moed (of zelfs een heilig moeten) om het goede te doen. De geloofsvoorstellingen hebben hun waarde als ze het morele handelen ondersteunen.

Schleiermacher. Mensen aangeraakt door het oneindige.

 

Volgens de theoloog Friedrich Schleiermacher (1768-1834) bestaat religie in de kern uit ontvankelijkheid voor het universum. Mensen worden aangedaan of aangeraakt door het transcendente of oneindige dat in het universum tot uitdrukking komt.
Dat roept bijvoorbeeld eerbied, ontzag, verwondering, dankbaarheid of een gevoel van afhankelijkheid op. Geloofsvoorstellingen zijn niet zozeer van belang omdat ze de wereld objectief beschrijven, maar omdat ze aan onze geraaktheid door het transcendente uitdrukking geven.

Hegel. Goddelijke Geest be´nvloedt menselijke geest.

 

De filosoof Georg Hegel (1770-1831) meende rond dezelfde tijd dat het in religie niet gaat om de plicht tot het goede, zoals bij Kant, of om het bewogen gemoed, zoals bij Schleiermacher, maar om kennis van de Geest. De menselijke geest kan kennis krijgen van de goddelijke Geest.

Hegel: De goddelijke Geest, de Geest met een hoofdletter, drukt zichzelf uit in de loop van de geschiedenis en de activiteiten van de menselijke geest. De menselijke geest kan de Geest leren kennen en zo ontdekken dat ze daarvan zelf ten diepste een instantie is. Zij leert zichzelf vooral op het vlak van de kunst, de religie en de filosofie kennen als een instantie van de Geest. Dit filosofisch kennen is geen wetenschappelijke waarheid, maar eerder een waarheid zoals die in de kunst aan het licht komt, waar waarheid niet in begrippen wordt gevat, maar in beelden en voorstellingen wordt vormgegeven en afgebeeld.
Kant, Schleiermacher en Hegel keken dus heel verschillend tegen de waarde van het geloof aan. Ze maakten een onderscheid tussen het geloof en de voorstellingen waarin het geloof wordt uitgedrukt, en ze verdedigden dat het geloof naast de wetenschappelijke kennis een belangrijke rol speelt voor de bloei en de ontplooiing van een waarachtige humaniteit. 12 pg 16 ev

Bultmann. Mythologische geloofsvoorstellingen.

 

ôIn de twintigste eeuw stelde de theoloog Rudolf Bultmann (1884-1976) dat de verkondiging van het evangelie een nieuw licht werpt op het menselijke leven.

We moeten die mythologische geloofsvoorstellingen volgens Bultmann niet opvatten als ware beschrijvingen van de werkelijkheid, maar ze juist existentieel interpreteren en dus toespitsen op ons huidige bestaan. De mythologische voorstellingen zijn de verpakking van een boodschap die ons een nieuwe kijk op onszelf en een nieuwe wijze van bestaan wil geven.

Tillich. Geloven betekent vooral vertrouwen

 

Ongeveer in dezelfde tijd beschreef Paul Tillich (1886-1965), Duits-Amerikaans theoloog, het geloof als 'de moed om te zijn: Wij bestaan door de macht van het Zijn, en met het Zijn duidde Tillich God aan. De macht van het Zijn is een macht die voortdurend niet-Zijn overwint. Mensen bestaan door de macht van het Zijn, maar zij moeten steeds het niet-Zijn, waardoor ze ˇˇk worden bepaald, te boven komen. Twijfel, falen, dood en angst zijn bijvoorbeeld vormen van niet-Zijn. Het geloof is de moed om te zijn ondanks de twijfel, de angst en de dood. Precies door de moed om te zijn, bevestigen wij de macht van het Zijn die het niet-Zijn te boven komt. Op deze manier verbond Tillich het geloof met de dieptestructuur van het menselijke bestaanö. 12 pg 16-19

 

Als mythen en symbolen uitdrukking zijn van geloof, dan is het 'geloven dat..,' niet meer zozeer aan de orde. Het is dan noodzakelijk om geloof anders te begrijpen. Als je geloof niet meer opvat als 'voor waar houden; hoe dan wel? De Bijbel geeft ook zelf de aanzet voor die andere opvatting: het woord voor geloof dat in het Nieuwe Testament wordt gebruikt, betekent vooral vertrouwen. 12 pg 49