Inhoud

1948 Verdrag van Brussel en de NAVO.. 1

1950 De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal 2

1957 De Europese Economische Gemeenschap. 2

1973 Thatchers liberale Europa. 2

1958 Ė 2013 Toetreding lidstaten in de EU. Overzicht. 4

 

 

1948 Verdrag van Brussel en de NAVO

 

De weg naar de Europese Unie en de rol van de Britten

 

Kort na de Tweede Wereldoorlog wilde de Britse minister van Buitenlandse Zaken Eenest Bevin (Labour) politieke, militaire en economische samenwerking tussen westerse naties. Uit die gedachte kwam in 1948 het Verdrag van Brussel voort waarin Frankrijk en de Benelux de deelnemers waren. HoofdingrediŽnt: militaire samenwerking tegen de Sovjet-Unie.

Dit verdrag moest de Verenigde Staten ervan overtuigen dat West-Europa de eigen militaire verdediging serieus nam. Die opzet slaagde en naast de Verenigde Staten tekenden nog zes landen het verdrag: de NAVO was geboren. De Britse uitvinding van de NAVO bond de Verenigde Staten stevig aan Europa.
Daarmee blokkeerde Bevin de voorkeur van de Franse president Charles de Gaulle voor een Europese defensie-alliantie zonder Amerika.

De Brits-Amerikaanse politiek filosoof Larry Siedentop (83) zegt: 'Het Verenigd Koninkrijk was de brug tussen Amerika en Europa.' Ook wist de volgende Britse minister van Buitenlandse Zaken, de Conservatief Anthony Eden, Frankrijk over te halen om West-Duitsland toe te laten tot de NAVO. Eden beloofde meer Britse militairen op het continent te stationeren om te voorkomen dat een in NAVO-verband herbewapend West-Duitsland zich tegen Frankrijk kon keren. Dat stelde Frankrijk gerust.

 

West-Duitsland

 

Daarnaast voorkwam het Verenigd Koninkrijk dat van West-Duitsland een agrarisch land werd gemaakt, zoals de Verenigde Staten wilden. Zij lanceerden tijdens de oorlog het Morgenthauplan dat beoogde (West-) Duitsland te deÔndustrialiseren zodat het nooit meer in staat zou zijn oorlog te voeren. Eden, later premier, praatte Amerika om.

In die naoorlogse periode behaalde het Verenigd Koninkrijk dus twee successen. Het bond, tegen de Franse wens in, de Verenigde Staten militair aan West-Europa, waarmee vooral West- Duitsland en ook ItaliŽ, waar het communisme veel steun kende, de Sovjet-dreiging konden afweren. En het Verenigd Koninkrijk zorgde, tegen de initiŽle Amerikaanse en ook de Franse wens in, voor de herindustrialisatie van West-Duitsland. Door dat Britse beleid kon West-Duitsland zich razendsnel herstellen als politieke en economische macht en is het nu het machtigste land in de Europese Unie.

 


1950 De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

 

De Verenigde Staten wilden dat Europa een soort Verenigde Staten zou worden. Daarop deed de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman in 1950, samen met de door Amerika betaalde zakenman en diplomaat Jean Monnet, het voorstel voor de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Dat hield in dat landen hun soevereiniteit over de productie van kolen en staal zouden overhevelen naar een Hoge Autoriteit.

Schuman en Monnet wisten dat het Verenigd Koninkrijk deze aantasting van zijn nationale soevereiniteit onacceptabel zou vinden. Maar ItaliŽ en West-Duitsland wilden met Frankrijk meedoen, uit angst voor de communisten en op aandrang van Amerika dat hun wederopbouw betaalde.

In 1951 sloten Frankrijk, West∑ Duitsland en ItaliŽ sloten met de al bestaande Benelux in 1951 het Verdrag van Parijs.

 

1957 De Europese Economische Gemeenschap

 

In 1957 werd het Verdrag van Rome gesloten als vervolg op de EGKS. Hiermee ontstond de Europese Economische Gemeenschap (EEG), opgericht door de zes landen. Paradoxaal genoeg was de EEG alleen mogelijk doordat het Verenigd Koninkrijk (West-)Duitsland als industrie-natie had gered en het land onder de Amerikaanse en Britse veiligheidsparaplu liet schuilen en onder controle hield.

De EEG als voorloper van de Europese Unie bleek economisch succesvol.
Intussen verkruimelde het Britse Rijk en verloor het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste exportmarkten.

Het Verenigd Koninkrijk wendde zich daarop tot West-Europa, maar de Franse president De Gaulle dwarsboomde twee keer een Brits verzoek om bij de EEG te komen. De Gaulle wilde zijn dominante positie in de EEG behouden.
Pas in 1973 - De Gaulle was inmiddels overleden - mocht het Verenigd Koninkrijk toetreden (met Ierland en Denemarken).

Omdat Frankrijk zo lang de Europese samenwerking domineerde, waren alle Brusselse instituties op Franse leest geschoeid. Frans was de werktaal. Protectionisme de standaard, landbouwsubsidies waren ruimhartig en het Europese Hof van Justitie was francofiel. Dus van het Britse besluit om niet vanaf het begin mee te doen aan de Europese Economische Gemeenschap zijn de gevolgen tot de dag van vandaag merkbaar.

1973 Thatchers liberale Europa

 

et de toetreding van het Verenigd Koninkrijk in 1973 begint de Britse invloed op de latere EU. De gevolgen voor de EU waren groot.
Margaret Thatcher (Conservatieve Partij) werd in 1979 premier en zij was voor lidmaatschap van wat toen nog de Europese Economische Gemeenschap was. Thatcher was voor vrij ondernemerschap en weinig overheidsregels.

Thatcher privatiseerde talloze overheidsbedrijven, maakte een einde aan regels voor onder meer banken en trok daardoor het verarmde Verenigd Koninkrijk uit het slop. Intussen stagneerde de groei in de zes EEG-landen.

Thatcher werd binnen de Europese Economische Gemeenschap de aanjager van de liberalisering die zij in eigen land al had doorgevoerd. Zij pleitte met succes voor openstelling van elkaars markten en voor deregulering. Dit leidde in 1993 (partijgenoot John Major was Thatcher in 1990 opgevolgd) tot de Europese interne markt waarbinnen kapitaal, goederen, werknemers en diensten zich vrij konden bewegen.

Adriaan Schout (58), coŲrdinator Europa bij denktank Clingendael: 'De liberalisering van de luchtvaart met goedkope vliegtickets als gevolg, liberalisering van de postmarkt, de spoorwegen, de gasmarkt, het stoppen van industriebeleid (subsidies voor bedrijven) dat is een bittere strijd geweest. Het Verenigd Koninkrijk won die.'

Het Franse economische denken dat zich richt op staatsbedrijven die eventueel met belastinggeld worden gesteund en het Duitse model van corporatisme - een soort gesloten gildensysteem - heeft sindsdien deels plaats gemaakt voor vrij ondernemerschap. Het is nauwelijks verwonderlijk dat, met het liberale Verenigd Koninkrijk op weg naar de uitgang, de Duitse minister van Economische Zaken Peter Altmaier (CDU) direct het voorstel deed om in Duitsland en in de EU als geheel weer meer industriebeleid te gaan voeren.

Het Verenigd Koninkrijk haalde nog een grote buit binnen: de uitbreiding van de EU met Oost-Europa. Siedentop: 'Frankrijk wilde verdieping van de EU met een klein aantal landen, het Verenigd Koninkrijk verbreding van de interne markt om verdieping juist te voorkomen. De uitbreiding kwam er en daarmee ging een streep door het Franse programma voor Europa.'
Niet voor niets pleit de Franse president Emmanuel Macron (ĎEn Marche!í) weer voor een kleinere Schengenzone en verdieping van de kleinere eurozone (negentien landen). In kleiner gezelschap is Frankrijk immers machtiger.

Kortom, het Verenigd Koninkrijk is nog niet weg of oude Duits-Franse
reflexen steken weer de kop op.

De invloed van het Verenigd Koninkrijk is nog op een andere manier zichtbaar in de EU. De Britten maakten het acceptabel dat niet alle EU-landen op alle gebied hoeven mee te doen met de samenwerking en de integratie. Zo bleef het Verenigd Koninkrijk buiten Schengen (opengrenzenzone), buiten integratie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, en buiten de euro. Zo'n beetje alle Oost-Europese landen plus Zweden en Denemarken, die op deelgebieden niet wilden meedoen, konden de Duits-Franse druk om macht over te hevelen naar de EU weerstaan dankzij zwaargewicht Verenigd Koninkrijk.

 

Schuilen achter Britse rug

 

er land werd daarom vaak EU-sceptisch of anti-Elf genoemd. Onterecht, zegt Jan Zielonka (64), de Poolse hoogIer aar Europese politiek aan de University of Oxford: 'Het Verenigd Koninkrijk
is niet uniek als het gaat om het innemen van harde standpunten, het is
alleen wat groter en luider. Siedentop vult aan: 'In het Verenigd Koninkrijk zijn altijd kritische vragen gesteld over EU-integratie. Andere landen die die Vragen wilden stellen, konden schuilen achter de brede Britse rug.'

Die andere landen lieten het graag aan Britse premiers over om met een veto te dreigen of een blokkerende minderheid te leiden om zo - meestal Duits- Franse- integratieplannen die meer overheidsregulering betekenen, te torpederen.
Europa-deskundige Schout: 'Het Verenigd Koninkrijk heeft sociale wetgeving en belastingharmonisatie, Duits-Franse wensen, tegengehouden.'

De Britse invloed op de EU zoals we die nu kennen gaat nog veel verder. Het Engels heeft in de praktijk het Frans als taal naar het tweede plan verwezen, Zelfs de examens voor wie EU-ambtenaar wil worden, zijn opgezet naar Brits inzicht. Dit zogenoemde concours was een Frans model. De voormalige secretaris-generaal van de Europese Commissie, de Nederlander Alexander Italianer (63): 'Er werd meer op kennis getoetst. Dat is veranderd. Nu wordt meer op competentie getoetst. Daardoor is het slagingspercentage onder Nederlanders hoog.' Het Franse onderwijs hamert meer op kennisverwerving dan het Nederlandse.

Ook Britse EU-rechters, Britse EU-ambtenaren en Britse EU-diplomaten hebben hun praktische, pragmatisch cultuur ingebracht.
Britten zijn niet van de grote plannen, zoals de Fransen, maar handelen meer naar bevind van zaken. Daarnaast kent het Verenigd Koninkrijk weinig corruptie, heeft het een oude democratie en is het een ten diepste liberaal land. Alleen al zijn aanwezigheid in de EU heeft die waarden meer kracht gegeven.

Maar de belangrijkste invloed van het Verenigd Koninkrijk in de 21ste eeuw is er op economisch vlak. Siedentop: 'The City ('s werelds grootste financiŽle centrum, in Londen) heeft de financiŽle wereld in Europa ontwikkeld.'

De Brexit

 

Door de Brexit blijkt dat bedrijven en geld uit The City vooral naar New York en andere mondiale financiŽle centra buiten de EU trekken. Europa en de EU staan op verlies. De kennis en het kapitaal uit Londen bleken cruciaal bij de redding van de euro. De Italiaanse president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, ging in juli 2012 dan ook naar The City, waar hij beloofde dat hij 'alles zou doen om de euro te redden' en dat 'dit genoeg zal zijn'.

Terugkijkend op de manier waarop het Verenigd Koninkrijk de EU vorm gaf voordat het in 1973 lid werd, en hoe het dit deed toen het eenmaal lid was, wat blijft dan hangen? Siedentop: 'De invloed van het Verenigd Koninkrijk was vooral positief door veel te blokkeren. De keerzijde daarvan, en een zwakte, is altijd geweest dat het Verenigd Koninkrijk zelf geen idee had over wat de EU zou moeten zijn.'

Dat was een les voor premier Mark Rutte (VVD). Hij was vaak tegen Duits- Franse voorstellen en net als de Britse oud-premier David Cameron (Conservatieve Partij) keerde hij soms vloekend terug van EU-toppen in Brussel als hij was overstemd. Rutte heeft mede door de Brexit die nederlagenstrategie losgelaten en komt nu zelf met plannen voor de EU. Het Verenigd Koninkrijk heeft dus, ook op weg naar de uitgang, nog altijd invloed op de EU. ††††††

 

1958 Ė 2013 Toetreding lidstaten in de EU. Overzicht.

 

1958 Frankrijk, Duitsland, ItaliŽ, Nederland, BelgiŽ, Luxemburg
1973 Verenigd Koninkrijk, Ierland, Denemarken
1981 Griekenland
1986 Spanje, Portugal

1995 Zweden, Finland, Oostenrijk

2004 Malta, Cyprus, TsjechiŽ, Hongarije, Slowakije, SloveniŽ, Polen, Estland, Letland, Litouwen

2007 RoemeniŽ, Bulgarije

2013 KroatiŽ

 

 

Bron: Jelte Wiersma in Brussel, Elsevier 13 april 2019